Thema 2 Zorg voor de maaltijd 1: Hoofdstuk 8&9

Huishouden en wonen



Thema 2: Zorg voor de maaltijd 1


1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Huishouden en wonen



Thema 2: Zorg voor de maaltijd 1


Slide 1 - Tekstslide

Huishouden en wonen



Thema 2: Zorg voor de maaltijd 1

H5  Mens en voeding
H6 
Voeding en leeftijd
H7  
Voedselverzorging
H8 
Tafeldekken, voorbereiden, serveren afruimen en afwassen
H9 
Tussengerechten voorbereiden en serveren


Slide 2 - Tekstslide

Huishouden en wonen



Doel van de lessen over Zorg voor de maaltijd 1:


Aan het eind van deze periode kun jij als beroepskracht

Verpleegkundigegoede voedingsadviezen geven aan

de
zorgvragers die jij verpleegd.


Slide 3 - Tekstslide

Huishouden en wonen





8. Tafeldekken

9 Tussengerechten

Slide 4 - Tekstslide

Huishouden en wonen



Doel van deze les:


Hoofdstuk 8

Aan het eind van deze les weet jij hoe je een tafel hoort te dekken en wat er bij komt kijken qua voorbereiding, serveren, afruimen en afwassen.
Hoofdstuk 9

Aan het eind van de les weet je hoe je koffie en thee kunt zetten en hoe je fruit kunt voorbereiden en serveren

Slide 5 - Tekstslide

8.2 Sfeer


Eten aan een mooi gedekte tafel kan een belangrijke bijdrage leveren aan de sfeer in een instelling.


  • Sfeer is belangrijk
  • Hoogtepunt van de dag

Zorgvragers eten meer als het gezellig is!

Slide 6 - Tekstslide

8.3 Tafelgenoten


Wie zet je naast wie?

Veel zorgvragers hebben beperkingen die het (samen) eten moeilijk maken.

Houd bij het tafeldekken rekening met de wensen van de zorgvrager. Zet mensen bij elkaar die bij elkaar passen.

Slide 7 - Tekstslide

8.4 Tafeldekken voor een warme maaltijd
en serveren


Voor tafeldekken gelden een aantal regels. Hier houd je rekening mee, maar ook met de gewoontes en mogelijkheden van de zorgvrager. 
Je zult niet bij iedereen een mes neerleggen bijvoorbeeld.

Gebruik voor een broodmaaltijd kleine borden en klein bestek, voor een warme maaltijd grote borden en groot bestek.

Slide 8 - Tekstslide

8.4 Tafeldekken voor een warme maaltijd
en serveren



Wie kan de tafel dekken?

Slide 9 - Tekstslide

8.4 Tafeldekken voor een warme maaltijd
en serveren









Slide 10 - Tekstslide

8.4 Tafeldekken voor een warme maaltijd
en serveren


- Messen met de snijkant naar het bord aan de rechterkant van het bord
- Lepels voor voor- en hoofdgerecht liggen ook rechts met de bolle kant op tafel
- Vorken liggen met de tanden naar boven links van het bord.
- Bestek voor het nagerecht ligt horizontaal boven het bord. Het heft van de lepel ligt daarbij naar links.
- Servet ligt aan de linkerkant.
- Drinkglas komt boven de punt van het mes

Slide 11 - Tekstslide

8.4 Tafeldekken voor een warme maaltijd
en serveren











Slide 12 - Tekstslide

8.5 Tafeldekken voor een broodmaaltijd
en serveren




Broodmaaltijd: Kleine borden en klein bestek.












Slide 13 - Tekstslide

Wat zou je op tafel zetten voor een broodmaaltijd?

Slide 14 - Woordweb

8.5 Tafeldekken voor een broodmaaltijd
en serveren




Let op: Zet bederfelijke waren zoals vleeswaren, kaas en melk pas op het laatste moment op tafel. 












Slide 15 - Tekstslide

8.7 Hyhiënisch werken


  • Controleer of de maaltijd goed warm is (minimaal 60 graden).
  • Vaak een vast aantal maaltijden meten en bijhouden op een lijst (HACCP).
  • Werk snel met schone handen, schone materialen in een schone omgeving.
  • Bewaar geen restjes van opgewarmde maaltijden.
  • Bewaar restjes van verse maaltijden alleen voor mensen met een gezonde weerstand. Koel deze restjes snel af en bewaar ze koel. Nooit langer dan 2 dagen in de koelkast.


Slide 16 - Tekstslide

8.7 Hyhiënisch werken


Koffie- en theezetapparatuur

Gevoelig voor kalk en schimmel. In HACCP plan staat hoe vaak deze apparatuur schoongemaakt moet worden. 

Ook thermoskannen, liefst schoonmaken met afwasmiddel en heet water.

Slide 17 - Tekstslide

8.8 Opruimen, afruimen en afwassen


Officieel hoort de tafel na elke gang te worden afgeruimt.

Denk bij het afruimen aan het volgende:
  • begin niet met afruimen voordat iedereen klaar is.
  • laat niet merken dat jij vind dat het te lang duurt.
  • vraag, als iedereen klaar is, of het heeft gesmaakt.
  • houd bijzonderheden in de gaten, bijvoorbeeld of iemand bepaalde onderdelen van de maaltijd laat staan. Probeer er achter te komen waarom de zorgvrager dat doet.

Slide 18 - Tekstslide

8.8 Opruimen, afruimen en afwassen


Denk bij het afruimen aan het volgende:
  • haal alles wat rechts van de persoon staat aan de rechterzijde met de rechterhand weg.
  • haal alles wat links van de persoon staat aan de linkerzijde met de linkerhand weg.
  • stapel alles netjes op en draag niet meer dan je kunt.

Slide 19 - Tekstslide

8.8 Opruimen, afruimen en afwassen


Afwassen

Meest hygiënisch: vaatwasser. Constante kwaliteit van reinigen.
Hand afwassen: was af in heet water met afwasmiddel. Begin met de minst vuile vaat (kopjes, glazen), daarna bestek, borden en pannen.
Neem nieuw sop indien nodig. Spoel na met heet water en laat het drogen aan de lucht of met een schone theedoek.

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Video





Hebben we een beetje opgelet?

4 vragen, succes!






















































Slide 22 - Tekstslide

Dak- en thuislozen maken vaak gebruik van Tafeltje-dekje
A
Waar
B
Niet waar

Slide 23 - Quizvraag

Bij ontkoppeld koken wordt voedsel
A
op dezelfde dag bereid en gegeten
B
niet op dezelfde dag bereid en gegeten

Slide 24 - Quizvraag

Als een zorgvrager kan kiezen uit een keuzemenu dan kan hij
A
Á la carte kiezen wat hij wil eten
B
Zelf de componenten uitkiezen
C
Kiezen uit meerdere volledige menu's

Slide 25 - Quizvraag

Het opnieuw op de juiste temperatuur brengen van voedsel noemen we
A
Micro-waven
B
Portioneren
C
Regenereren
D
Isoleren

Slide 26 - Quizvraag

7. Voedselverzorging



Slide 27 - Tekstslide

Soep!

Slide 28 - Tekstslide

Planning Schoonmaken

Slide 29 - Tekstslide