KNM thema 6.3

Werk
KNM thema 6
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
KNMISK

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Werk
KNM thema 6

Slide 1 - Tekstslide

Doel:
Ik weet:
  • wat een contract is 
  • wat er in een contract staat

Slide 2 - Tekstslide

Noem 3 dingen die je op je cv zet

Slide 3 - Open vraag

Mijn kwaliteiten
Optimistisch
Je gaat ervan uit dat alles goed komt
Lief
Je durft veel
Zorgvuldig
Je werkt heel precies
Positief
Je kijkt altijd naar de goede kant
Rustig
Je maakt je niet snel druk
Sportief
Je bent goed in sport
Behulpzaam
Je helpt graag anderen
Nieuwsgierig
Je wilt weten hoe iets in elkaar zit
Creatief
Je kunt goed nieuwe dingen bedenken
Geduldig
Je vindt het niet erg om te wachten
Flexibel
Je hebt geen moeite met veranderingen
Zorgzaam
Je zorgt graag voor anderen
Veelzijdig
In veel dingen ben je goed
Doorzetter
Je geeft niet snel op
Denker
je denkt goed na over dingen
Harde werker
Je vindt het niet erg om veel te werken
Teamspeler
Je kunt goed samenwerken
Vrolijk (blij)
Je doet wat in je opkomt
Enthousiast
Je gaat ergens helemaal voor
Betrouwbaar
Je doet wat je afgesproken hebt

Slide 4 - Sleepvraag

Wat doet een uitzendbureau?
A
Dat solliciteert voor jou
B
Dat controleert je sollicitaties
C
Dat betaalt je uitkering
D
Dat stuurt vacatures naar jou

Slide 5 - Quizvraag

Waar praat je vooral over in een eerste sollicitatiegesprek?
A
uren die je moet werken
B
het salaris
C
je motivatie
D
je taken

Slide 6 - Quizvraag

Je solliciteert voor medewerker in een restaurant. De werkgever vraagt waarom je dit werk wilt doen. Wat kan je het beste zeggen?
A
mijn vriend zei dat ik moet solliciteren
B
ik vind het fijn om eten te maken
C
dit werk is makkelijk
D
voor dit werk krijg je een goed salaris

Slide 7 - Quizvraag

Voor wie is een cao?
A
Alleen voor docenten
B
Voor werknemers met hetzelfde beroep
C
Voor mensen die werk zoeken
D
Voor niemand

Slide 8 - Quizvraag

Als je werkt, krijg je salaris.
Wat is een ander woord voor salaris?

Slide 9 - Open vraag

Wat is meer?
A
Brutoloon
B
Nettoloon

Slide 10 - Quizvraag

Wat is het verschil tussen bruto en netto loon?
A
Vakantiegeld
B
Salaris
C
Belasting
D
Pauze

Slide 11 - Quizvraag

Krijg je in jouw land ook één keer per maand salaris?

En heb je in jouw land ook een brutoloon en nettoloon?

Slide 12 - Tekstslide

Opdracht
Schrijf op wat er in een contract staat. 

Slide 13 - Tekstslide

Voorbeeld

Slide 14 - Tekstslide

Lees blz 67
Schrijf op wat er in een contract staat. 

Slide 15 - Tekstslide

contract
Iedereen krijgt een persoonlijk contract.
Voor sommige beroepen is een cao (collectieve arbeidsovereenkomst). Daarin staan afspraken voor alle werknemers met dat beroep in Nederland.

Slide 16 - Tekstslide

loon
Als je salaris (= loon) krijgt, krijg je meestal ook een loonstrook. Op een loonstrook staat je brutoloon en je nettoloon.
Het brutoloon staat in je contract.
Het nettoloon krijg je op je bankrekening. 

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video