woordenschat Technologie

Oefenen woordenschat
Doel: Je begrijpt woorden die horen bij
Thema Technologie

1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Middelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Oefenen woordenschat
Doel: Je begrijpt woorden die horen bij
Thema Technologie

Slide 1 - Tekstslide

Luister naar het woord. Schrijf het woord goed op.

Slide 2 - Open vraag

Luister naar het woord. Schrijf het woord goed op.

Slide 3 - Open vraag

Luister naar het woord. Schrijf het woord goed op.

Slide 4 - Open vraag

Luister naar het woord. Schrijf het woord goed op.

Slide 5 - Open vraag

Luister naar het woord. Schrijf het woord goed op.

Slide 6 - Open vraag

Luister naar het woord. Schrijf het woord goed op.

Slide 7 - Open vraag

Luister naar het woord. Schrijf het woord goed op.

Slide 8 - Open vraag

Luister naar het woord. Schrijf het woord goed op.

Slide 9 - Open vraag

Luister naar het woord. Schrijf het woord goed op.

Slide 10 - Open vraag

Luister naar het woord. Schrijf het woord goed op.

Slide 11 - Open vraag

Kijk naar de foto. Wat zie je op de foto? Schrijf
het woord goed op.

Slide 12 - Open vraag

Kijk naar de foto. Wat zie je op de foto?
Schrijf het woord goed op.

Slide 13 - Open vraag

Kijk naar de foto. Wat zie je op de foto?
Schrijf het woord goed op.

Slide 14 - Open vraag

Kijk naar de foto. Wat zie je op de foto?
Schrijf het woord goed op.

Slide 15 - Open vraag

Kijk naar de foto. Wat zie je op de foto?
Schrijf het woord goed op.

Slide 16 - Open vraag

Maak een zin met het woord:
het apparaat

Slide 17 - Open vraag

Maak een zin met het woord:
de emotie

Slide 18 - Open vraag

Maak een zin met het woord:
het gevaar

Slide 19 - Open vraag

Maak een zin met het woord:
de grap

Slide 20 - Open vraag

Maak een zin met het woord:
modern

Slide 21 - Open vraag

Wat ... die twee jongens op elkaar!
A
lijken
B
bestuderen
C
bezoeken
D
wisselen

Slide 22 - Quizvraag

Als je een alarm hoort, moet je ... naar buiten gaan.
A
soms
B
onmiddellijk
C
onderweg
D
waarschijnlijk

Slide 23 - Quizvraag

Mijn oma is heel ... . Ze appt en zit op Snapchat.
A
leeg
B
stom
C
modern
D
nuttig

Slide 24 - Quizvraag

Kun jij misschien ... ? ik heb een euro, heb jij 2x 50 cent voor mij?
A
downloaden
B
onthouden
C
stijgen
D
wisselen

Slide 25 - Quizvraag

Lever de toets in.

Slide 26 - Tekstslide