2. Griekse stadstaten

De Oude Grieken

2. Griekse stadstaten
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisGrieksMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Introductie

Aan het eind van deze les kun je herkennen en uitleggen waarom de Oude Grieken kolonies hadden en op welke manier ze hun stadstaten bestuurden.

Onderdelen in deze les

De Oude Grieken

2. Griekse stadstaten

Slide 1 - Tekstslide

Feniks, Geschiedenis Werkplaats, Memo, Saga

Slide 2 - Tekstslide

Wat weet je eigenlijk
van Griekenland?

Slide 3 - Woordweb

Leerdoel

Aan het eind van deze les kun je herkennen en uitleggen waarom de Oude Grieken kolonies hadden gesticht en op welke manier ze hun stadstaten bestuurden.

Slide 4 - Tekstslide

Hoe komt het dat er niet 1 Griekenland was?

Slide 5 - Open vraag

De Griekse stadstaat

Slide 6 - Tekstslide

Herhaling
  • Sommige Grieken trokken weg, op zoek naar een beter leven

  • Met schepen voeren ze over de Middellandse Zee naar andere gebieden om daar te gaan wonen

  • Rond 750 v. Chr. hadden de Grieken kolonies in Spanje, Italië en Turkije

Slide 7 - Tekstslide

Griekse cultuur
  • Poleis (meervoud van polis) worden op verschillende bestuurd

  • Ze hebben wel vaak dezelfde 'Griekse' cultuur, taal en goden

  • De bekendste poleis waren Athene en Sparta

Slide 8 - Tekstslide

Sparta
  • Een koning is de baas (monarchie)

  • Oorlog en het leger zijn belangrijk

  • Kinderen krijgen een zware, Spartaanse opvoeding

  • Er zijn slaven

Slide 9 - Tekstslide

Athene
  • Het volk is de baas (democratie)

  • Oorlog en het leger zijn minder belangrijk

  • Kinderen krijgen een opvoeding met veel kunst en cultuur

  • Er zijn slaven

Slide 10 - Tekstslide

Noem een voorbeeld van 'Griekse cultuur'

Slide 11 - Open vraag

De Grieken stichtten koloniën.
Waarom deden ze dat?

Slide 12 - Open vraag

I. Athene lag in Griekenland, Sparta niet.
II. Athene was een stadstaat, Sparta niet.
A
stelling I is juist, stelling II is onjuist.
B
stelling I is onjuist, stelling II is juist.
C
Stelling I en II zijn allebei juist
D
Stelling I en II zijn allebei onjuist

Slide 13 - Quizvraag