2.4 Het absolutisme voor 2Aa

Regenten en vorsten


 Het absolutisme
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Regenten en vorsten


 Het absolutisme

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
1. Je kunt uitleggen hoe koningen sinds de late middeleeuwen meer macht probeerden te krijgen.
2. Je kunt uitleggen wat absoluut bestuur is en hoe dat functioneerde in Frankrijk.
3. Je kunt enkele gevolgen noemen van de invoering van absoluut bestuur in Rusland.
4. Je kunt uitleggen waarom de Engelse koning geen absolute macht had.

Slide 2 - Tekstslide

Leenstelsel
Leenstelsel in de middeleeuwen
1. Je kunt uitleggen hoe koningen sinds de late middeleeuwen meer macht probeerden te krijgen.

Slide 3 - Tekstslide

timer
1:00
Lodewijk XlV

Slide 4 - Woordweb


L'État, c'est Moi

  • De wil van de koning is wet. Dit noem je absolutisme

  • Lodewijk XIV 
  • Deze macht is door god gegeven: droit divin (goddelijk recht)

2. Je kunt uitleggen wat absoluut bestuur is en hoe dat functioneerde in Frankrijk.

Slide 5 - Tekstslide

absolutisme 

Slide 6 - Tekstslide


De Zonnekoning

  • Lodewijk XIV (1638-1715) 
  • Werd koning toen hij 5 was. Tot zijn 23e werd Frankrijk bestuurd door eerste minister Mazarin.

  • Hij zorgde ervoor dat iedereen naar Lodewijk zou luisteren en dat hij de absolute macht had.
Pak je smartphone of tablet en klik op de link om het paleis van Versailles van binnen te bekijken!

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Adel buitenspel
  • Krachtig persoonlijk bewind. 
  • Ministers volkomen onderworpen

  • Adel verloor invloed 
  • Regionaal: Intendanten steeds meer macht 
  • Parlementen en gewestelijke statenvergaderingen werden minder geraadpleegd. 

Slide 9 - Tekstslide

Mercantilisme

economische politiek die erop gericht is om de rijkdom van het eigen land te vergroten, door de import te verkleinen en export te vergroten.

Slide 10 - Tekstslide

Eén wet, één geloof, één vorst

  • Edict van Nantes werd ongeldig verklaard (1685): 

  • Hugenoten (protestanten) hadden geen vrijheid van godsdienst meer.



Slide 11 - Tekstslide

Werkboekvragen
Maak opdracht 1, 4 en 7

Slide 12 - Tekstslide

Opdracht 1
  • a. Over Lodewijk XIV weet je al het een en ander. 
  • Hij was de koning van Frankrijk en viel samen met twee Duitse staatjes en Engeland in het jaar 1672 de Republiek binnen. 
  • Hij wilde dat Frankrijk een grens kreeg aan de rivier de Rijn
  • Aanvankelijk won hij terrein- de Nederlanders noemen dit jaar niet voor niets het Rampjaar
  • Maar daarna werd hij uit de Republiek verdreven door stadhouder Willem III.
  • b Verplaats je in Lodewijk XIV. Zal hij in 1673 tevreden zijn geweest met de verovering van Maastricht? Leg je antwoord uit.
  • Waarschijnlijk niet. Hij had in 1672 een groot deel van de Republiek willen veroveren, maar dat was mislukt. Vergeleken met wat hij had willen veroveren was de verovering van Maastricht in 1673 dus maar een kleine overwinning.

Slide 13 - Tekstslide

Opdracht 1c
c Het schilderij laat zien welk beeld van zichzelf Lodewijk aan de buitenwereld wilde overbrengen. Leg dit uit met onderdelen van de bron.
  • Het schilderij laat Lodewijk zien als grote overwinnaar/een zeer machtige heerser: hij is ‘boven alles verheven’, vergelijkt zichzelf met het middelpunt van het heelal en krijgt van een engel een krans voor de overwinning op Willem III/de Republiek.

Slide 14 - Tekstslide

Opdracht 4
a Wanneer spreek je van absolutisme?
  • B- De koning gaat over de wetten, de uitvoering van het beleid en de rechtspraak.
  • b Gebruik bron 1. Op dit schilderij is goed te zien hoe Lodewijk XIV anderen liet zien dat hij recht had op de absolute heerschappij. Leg dat uit met behulp van een onderdeel van deze bron.
  • De engel is afkomstig uit de hemel/een boodschapper van God. Dat deze engel Lodewijk bekranst, maakt duidelijk dat God aan de kant van Lodewijk XIV staat.
  • c Is koning Willem-Alexander een absolute vorst? Leg je antwoord uit.
  • Nee, de koning(in) van Nederland mag zich niet met de politiek of de rechtspraak bemoeien. Hij beslist niet wie de ministers worden. In Nederland besluit het parlement over de wetten en is het de baas over de ministers. Er zijn onafhankelijke rechters.

Slide 15 - Tekstslide

Opdracht 7
  • a. De koning is NIET verplicht zijn besluiten uit te leggen aan zijn onderdanen. De besluiten van de koning komen ALTIJD overeen met Gods wil.
  • b Was bisschop Bossuet een voorstander van het absolutisme? Leg je antwoord uit. Noteer hieronder bovendien de zin uit de bron die het duidelijkst laat zien hoe Bossuet over het absolutisme dacht.
  • Ja, Bossuet was een voorstander van het absolutisme. Het absolutisme is een vorm van bestuur waarin de koning alle macht heeft (‘absolute macht’). In deze bron legt Bossuet uit dat hij het daarmee eens is: ‘Het woord van de koning is almachtig’.

Slide 16 - Tekstslide

Nog meer machtige vorsten
  • 3. Je kunt enkele gevolgen noemen van de invoering van absoluut bestuur in Rusland.

  • Veel vorsten willen hetzelfde als Lodewijk de XIV, bijvoorbeeld:
  • Tsaar Peter de Grote gaat Europa door
  • Rusland wordt een machtig en modern land

Slide 17 - Tekstslide

Karel I van Engeland
  • Veroorzaakte burgeroorlog met  parlement en verloor.
  • Werd onthoofd.
  • Engeland is 12 jaar een Republiek.
  • 1660 heroverde Jacobus II de troon.
4. Je kunt uitleggen waarom de Engelse koning geen absolute macht had.

Slide 18 - Tekstslide

1642: Karel I onthoofd in Engeland

Slide 19 - Tekstslide

1672 - Rampjaar
Reddeloos, redeloos en radeloos.

Slide 20 - Tekstslide

Glorious Revolution 
  • Jacobus II: katholiek koning in een protestants Engeland
  • Engelse adel vreest godsdienstvervolgingen
  • 1688: Glorious Revolution
  • Stadhouder Willem III verdrijft Jacobus en wordt vorst van Engeland

Slide 21 - Tekstslide

2e burgeroorlog in Engeland
  • Jacobus II wilde absolute macht en was katholiek.
  • Protestanten kwamen in opstand en vroegen Willem III om hulp.  
  • Wordt koning van Engeland met een grondwet in 1689.

Slide 22 - Tekstslide

Constitutionele monarchie
  • Willem III beloofde naar de wet te luisteren.
  • Mocht niet zonder toestemming van het parlement belastingen verhogen.
  • Dit heet de 'glorious revolution' 

Slide 23 - Tekstslide

Lodewijk XIV en Willem III waren continu in oorlog met elkaar. Beredeneer dat Willem III zijn macht eigenlijk aan Lodewijk XIV te danken had.
timer
1:00

Slide 24 - Open vraag

Wat is mercantilisme?
timer
1:00

Slide 25 - Open vraag

Werkboekvragen
Maak opdracht 11 en 12

Slide 26 - Tekstslide

Opdracht 11a en b
Er hebben vier koningen geregeerd tussen 1620 en 1710.
Karel I en Jacobus II probeerden het absolutisme in Engeland in te voeren. 
b Leg uit hoe Engeland in de witte delen van je tijdbalk werd geregeerd: Engeland had toen een koning, maar die moest zijn besluiten laten goedkeuren door het parlement.

Slide 27 - Tekstslide

Opdracht 11c
c Het Engelse bestuur onder koning Willem lijkt niet op het bestuur in de Republiek in die tijd, maar heeft wel overeenkomsten met het bestuur in het huidige Nederland. Leg dat uit.
  • Het Engelse bestuur onder koning Willem lijkt niet op het bestuur in de Republiek, want de Republiek had geen koning en Engeland wel. (Het Engelse parlement zou je nog kunnen vergelijken met de Staten-Generaal in de Republiek: een vergadering van machtige mannen.)
  • Het Engelse bestuur onder koning Willem heeft wel overeenkomsten met het bestuur in het huidige Nederland: het huidige Nederland heeft een koning en een parlement (de Tweede en Eerste Kamer); de koning kan zelfstandig geen besluiten nemen; daar beslist het parlement over. (In het Engelse bestuur onder koning Willem mocht de koning nog wel besluiten nemen, maar alleen als het parlement daarmee instemde. In het huidige Nederland mag de koning zich niet met de politiek bemoeien.)

Slide 28 - Tekstslide

Opdracht 12
Gebruik bron 2. a Waarom past de oprichting van een academie (leerschool) van wetenschappen goed bij de 17e eeuw?
  • In de 17e eeuw was er een wetenschappelijke revolutie. Er werden veel belangrijke ontdekkingen gedaan.
b Waarom past het doel van deze academie goed bij het absolutisme?
  • Het doel was door middel van wetenschap de economie te stimuleren. Dat past bij het absolutisme: door de economie te stimuleren konden absolute vorsten hun inkomsten verder vergroten en daardoor hun macht.
c Waarom past de loopbaan van minister Colbert goed bij het absolutisme?
  • Colbert was niet van adel. Lodewijk XIV probeerde de macht van de adel te beperken en nam daarom betaalde ministers en ambtenaren in dienst. Die gehoorzaamden hem beter dan edelen, die eigen inkomsten hadden.
d De Franse regering richtte deze academie op voor heel Frankrijk. Is het waarschijnlijk dat de Staten-Generaal in de Republiek een soortgelijke academie zouden hebben opgericht? Leg je antwoord uit.
  • Nee, dat is niet waarschijnlijk. De Republiek had nauwelijks een centraal bestuur: de meeste beslissingen werden genomen door de gewesten. De Staten-Generaal gingen alleen over buitenlandse politiek en defensie. De oprichting van iets als een academie was meer iets voor een stad of gewest.

Slide 29 - Tekstslide

Exit ticket
Ga naar het exit ticket 2.4 (ik zet het even klaar) en beantwoord de vragen bij de leerdoelen.

Slide 30 - Tekstslide