Rekenen Na de toets, blok 3

Wat gaan we doen?
- Je oefent optellen en aftrekken met eenvoudige benoemde kommagetallen 
- Je oefent sommen als 12x64 cijferend uitrekenen OF  met splitsen 
- Je oefent hoe je de schaal berekent
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenBasisschoolGroep 7

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Wat gaan we doen?
- Je oefent optellen en aftrekken met eenvoudige benoemde kommagetallen 
- Je oefent sommen als 12x64 cijferend uitrekenen OF  met splitsen 
- Je oefent hoe je de schaal berekent

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reken uit op je wisbordje
285 + 614=
282 + 127=

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reken uit op je wisbordje 
557-212= 
731-219= 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reken uit
€3,25 + €0,55 =
€6,70 + €1,30 = 

€4,25 - €1,75 =
€3,75- €1,50 = 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cijferend vermenigvuldigen
Hoe reken je ook alweer een keersom onder elkaar uit?

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

SPLITSEND
CIJFEREND

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Reken uit op je wisbordje


14 x 57=
85 x 13=
12 x 68=
15 x 94=

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

DOEL VAN DE LES
  1. Ik weet wat het begrip schaal inhoudt
  2. Ik begrijp wat  ‘1 op ...’ betekent

  3. Ik kan bepalen op welke schaal iets is afgebeeld
  4. Ik kan rekenen met schaal en de schaal berekenen
  5. Ik kan dat m.b.v. een verhoudingstabel 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer reken je
met schaal?

Slide 12 - Woordweb

Bijvoorbeeld:
- een landkaart
- een wereldbol
- Google maps
- de tekeningen in je biologieboek
- een plattegrond van je huis
- een modelautootje
- een schaalmodel van een gebouw/schip/machine/wat dan ook.
- foto's (maar daarbij staat de schaal meestal niet aangegeven)
- de wassen beelden in Madam Tussauds zijn modellen met schaal 1:1


Waarom is het handig om met schaal te kunnen rekenen?


Welke maateenheid wordt altijd voor de schaal gebruikt?

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

wat heb je nodig?

  • een kladblaadje of een wisbordje
  • een VERHOUDINGSTABEL 
in de tekening
in het echt

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Video

Deze slide heeft geen instructies

de schaal op deze tekening is 1:100
de slang is in het echt dus 200 cm       
                                                


                                                

Reken op je wisbordje uit 
de slang van 5 cm en 10 cm

tekening
1 cm
2 cm
echt
100 cm
200 cm
x2
x2

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vul in:
op je wisbord.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overleg met elkaar.
Schrijf het antwoord op je wisbord.

10 cm 



4m
Een modelauto is 10 cm.
In het echt is de auto 4 m. Wat is dan de schaal?
Gebruik een verhoudingstabel.
op de tekening
in het echt

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Jij doet het alleen
TIP: 
Gebruik een verhoudingstabel!

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Hoe is het gegaan?

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies