examentraining 2026 deel 1

Woordenboek
Pen en markeerstiften
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 4

In deze les zitten 19 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

Woordenboek
Pen en markeerstiften

Slide 1 - Tekstslide

Woordenboek in je kluisje? DU-NE

Slide 2 - Tekstslide

examentraining 1
Het eindexamen Duits, hoe ziet dit eruit? Hoeveel teksten? Welke vraagsoorten?
Wat heb je nodig/ hoe oefen je hiervoor? 
 Veel voorkomende vragen
Oefenen per vraagsoort. 
 Hoe vind je het antwoord   

Slide 3 - Tekstslide

Examen 2025
Hoe zag het eindexamen er in 2024 uit? 

We kijken met elkaar de teksten  van het examen van 2025 door.


Slide 4 - Tekstslide

Examen 2025
Top 6 Duits examentips VMBO

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Link

Checklist examen

Leer de signaalwoorden, deze komen altijd terug!
Leer de veelvoorkomende vragen bij examenteksten (je krijgt van mij nog een overzicht hiervan)
Oefen het gebruik van een woordenboek (Hoe vind je een woord in het woordenboek en wat moet je doen als je het niet kan vinden?)
Zorg dat je je spullen op orde hebt (schrijfspullen/markeerstift en woordenboek)
Oefenen kan ook via: www.examenblad.nl / examenkracht
De gouden tip:
Lees heel goed de vraag en de antwoorden. Lees de tekst langzaam en hoor jezelf de woorden zeggen in je hoofd. Laat niks leeg!

Slide 7 - Tekstslide

Wat wordt er gevraagd?

Als je weet wat er gevraagd wordt, dan heb je:
minder tijd nodig om woorden op te zoeken in het woordenboek
meer tijd om een vraag te beantwoorden
meer begrip van welk antwoord je zou kunnen geven
meer duidelijkheid over waar je het antwoord kan vinden in de alinea
Leer de lijst met veel voorkomende vragen bij je examen

Slide 8 - Tekstslide

Stappenplan

Jullie krijgen van mij een stencil voor de aanpak van de verschillende vraagsoorten bij het examen van 2025 
Elke week gaan we hier gezamenlijk aan werken.. Het wordt per week aangevuld.
Neem je mapje elke week dus mee!!!
 

Slide 9 - Tekstslide

A. Vragen waarbij leestekens de sleutel zijn

1. Vragen met aanhalingstekens (Citaatvragen)
Wanneer een vraag een letterlijk citaat uit de tekst gebruikt, is dat je startpunt.
Strategie: Zoek de exacte zin met de aanhalingstekens in de tekst. Markeer deze zin.  Het antwoord staat bijna nooit in het citaat zelf, maar in de zin vlak daarvoor of vlak daarna. De aanhalingstekens markeren de plek waar de belangrijkste bewering wordt uitgelicht. 

Slide 10 - Tekstslide

A. Vragen waarbij leestekens de sleutel zijn

Vraag 12 gaat over tekst 3 alinea 5, deze zie je hieronder. Het citaat heb ik gemarkeerd.

Zorg dat je markeerstiften bij je hebt!!! 

LET OP er staat beantwoord deze vraag in het Nederlands, je vertaalt de antwoorden dus naar goed lopende Nederlandse zinnen.


timer
3:00

Slide 11 - Tekstslide

Lees de titel, de inleiding en bekijk het plaatje

Lees dan de vraag, markeer het citaat en kijk naar de zinnen voor of achter het citaat. 
Er worden hier 3 dingen gevraagd. Na het citaat staan precies 3 zinnen. 

De vraag moet in het Nederlands beantwoord worden. vertaal de zinnen naar goedlopende Nederlandse zinnen. 
Je ziet voor de vraag staan dat je hier 3 punten mee kunt scoren, neem wat meer tijd voor deze vraag

Antwoord: 12  
Een goed antwoord bevat in de kern de volgende elementen:
  1. Hij won een wedstrijd/ hij won de eerste prijs bij een wedstrijd. 
  2. Hij werd geïnterviewd/kreeg aandacht in de media. 
  3. Zijn bril werd op de markt gebracht/is nu ook te koop. 

Slide 12 - Tekstslide

Lees de titel, de inleiding en bekijk het plaatje

Lees dan vraag 13 , markeer het citaat en kijk naar de zinnen voor of achter het citaat. 
 
Weet je wat de titel betekent? Snap je de inleiding en snap je de vraag? 
Nee, zoek woorden op in het woordenboek

Lees de zinnen voor en achter het citaat. 
We doen hetzelfde met vraag 14. 
 

  • Antwoord 13:  B
  • Antwoord 14:  C

Slide 13 - Tekstslide

Vraag 18 alinea 5

"Hauptsache Tempo"

Waar kan een tempo overgaan? 

We lezen de zin ervoor en de zin erachter. 
  • Antwoord 18:  C

Slide 14 - Tekstslide

Tekst 8 vraag 34 

Maak vraag 34 Tekst 8 nu zelf.
Markeer, volg de strategie die we bij de voorgaande vragen gebruikt hebben.

Antwoord 34:
  • C

Slide 15 - Tekstslide

Tekst 9 vraag 36 

Maak  ook vraag 36 van tekst 9 zelf
 
Markeer, volg de strategie die we bij de voorgaande vragen gebruikt hebben
  • Antwoord 36:  De kern van het goede antwoord is: voor een bewerkte foto/video / voor een (gebruikt) filter (bij een foto/video) 

Slide 16 - Tekstslide

A1. Vragen over dubbele punt : 

In Duitse teksten wordt de dubbele punt heel vaak gebruikt om een uitleg, opsomming of conclusie aan te kondigen.
Strategie:
Zie je een dubbele punt in de buurt van de zoekterm uit de vraag?
Bingo. Alles wat achter de dubbele punt staat, is de letterlijke uitleg van wat er
daarvoor werd beweerd.

Slide 17 - Tekstslide

Tekst 7 vraag 27

Lees de titel en bekijk het plaatje.

Lees nu de vraag, snap je alle antwoorden? 

Kijk nu in de tekst of je iets uit de vraag terugvindt. (Was sagt Chris über seine Freundin?)

Na Freundin zie je een dubbele punt, daarachter vind je het antwoord.

Slide 18 - Tekstslide

Tekst 7 vraag 28

Maak vraag 28 nu zelf

Slide 19 - Tekstslide