HAVO 2 par 3.2 LES 1 waar vinden vragers en aanbieders elkaar

PARAGRAAF 3.2
Waar vinden vragers en aanbieders elkaar
LES 1
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

PARAGRAAF 3.2
Waar vinden vragers en aanbieders elkaar
LES 1

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoel: aan het eind van de les kan je...
  • uitleggen wat aanbod in een markt is
  • rekenen met de aanbodfunctie
  • een aanbodlijn tekenen
  • aangeven wat de aanbodfactoren zijn

Slide 2 - Tekstslide

Eventjes terug..

Slide 3 - Tekstslide

Q =-0,5p+200
A
Dit is een aanbodlijn
B
Dit is een vraaglijn
C
Dit is een budgetlijn
D
Ik heb geen idee

Slide 4 - Quizvraag

Hoeveel wordt er aangeboden bij een bedrag van €4,-?
Qa = 25.000P - 10.000
A
110.000 stuks
B
100.000 stuks
C
90.000 stuks
D
de uitkomst is negatief

Slide 5 - Quizvraag

Wat kan een oorzaak geweest zijn van deze verschuiving?
A
meer behoefte naar dit product
B
minder behoefte naar dit product
C
budget voor dit product daalt
D
inkomen daalt

Slide 6 - Quizvraag

Slide 7 - Video

Lesdoel
  • wat is aanbod op de markt en wat is de aanbodlijn

Slide 8 - Tekstslide

Aanbod
Het aanbod op de markt is de hoeveelheid die alle producenten samen van een product willen verkopen.


Slide 9 - Tekstslide

Aanbodlijn
Bij een aanbodlijn is er altijd een positief verband. Hoe hoger de prijs, hoe meer bedrijven het product willen maken.

De lijn loopt dus altijd naar boven.

(hoe loopt de vraaglijn ook al weer?)


Slide 10 - Tekstslide

Aanbodslijn

Ezelsbruggetje:

Van de aanbodlijn kan je een A maken

Slide 11 - Tekstslide

Lesdoel
  • hoe reken je met de aanbodfunctie 

Slide 12 - Tekstslide

Aanbodfunctie
Het aanbod geef je weer met een aanbodfunctie
Qa = aP - b
Qa = aangeboden hoeveelheid
P = prijs van het product
a en b kunnen per situatie verschillen

Slide 13 - Tekstslide

Aanbodfunctie
Qa = 0,3P - 25
Dit is de aanbodfunctie van smartphones.

Stel dat de prijs € 250 is, hoeveel smartphones worden er dan te koop aangeboden?

Slide 14 - Tekstslide

Aanbodfunctie
Qa = 0,3P - 25
Prijs is € 250, dus P = 250.    Vul in in de formule.

Qa = 0,3P - 25         P=250
Qa = (0,3 x 250) -25
Qa = 75 -25
Qa = 50

Dus bij een prijs van € 250 worden er 50 phones aangeboden

Slide 15 - Tekstslide

Vraag 
Stel: Qa=5P-400 en P=130
Bereken het aanbod

Slide 16 - Tekstslide

Vraag 
Qa=5P-400 en P=130
Qa = (5 x 130) -400
Qa = 650 - 400
Qa = 250

Bij een prijs van 130 worden er 250 stuks aangeboden

Slide 17 - Tekstslide

Vraag
Qa=10P-80 Qa = 200
bereken nu de prijs!!!

Slide 18 - Tekstslide

Vraag
Qa=10P-80         Aanbod = 200
200 = 10P -80
200 + 80 = 10P
280 = 10P (beide kanten delen door 10)
28 = P 

Slide 19 - Tekstslide

Lesdoel
  • de aanbodlijn

Slide 20 - Tekstslide

Aanbodlijn tekenen
  • om een lijn te tekenen, heb je 2 punten nodig
  • punt 1: vul P=0 in de formule in en reken Q uit
  • punt 2: vul een willekeurige prijs (P) in en reken Q uit
  • vul de 2 punten in het assenstelsel in en teken de lijn

Slide 21 - Tekstslide

Lesdoel

  • wat zijn aanbodfactoren

Slide 22 - Tekstslide

Aanbodfactoren
De aanbodlijn verschuift als:
  • De kosten veranderen,
    (bijv. arbeidskosten of grondstofkosten)
  • De technologie verbetert

Slide 23 - Tekstslide

Aan de slag
Maak: de vragen opdracht 15, 16, 17, 19 uit paragraaf 3.2 in je boek (blz. 72 - 74)
Tijd: 20 minuten
Hoe: zelfstandig en in stilte
Klaar: maak herhalingsvragen 9, 10 en 11 (blz. 90)

Slide 24 - Tekstslide

Samenvatting
  • wat is aanbod op de markt
  • hoe reken je met de aanbodfunctie
  • hoe teken je de aanbodlijn
  • wat zijn aanbodfactoren

Slide 25 - Tekstslide

Extra instructie
Bekijk de filmpjes voor extra uitleg

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Video

Slide 28 - Video

Oefenen 
Lees de theorie goed door en maak daarna de lesson vragen

Slide 29 - Tekstslide

De aanbodlijn loopt van linksboven naar rechtsonder.
A
juist
B
onjuist

Slide 30 - Quizvraag

Wat is een vergelijking van de aanbodlijn?
A
Q = 3P + 100
B
Q = -3P +100
C
Q = -25.000P - 10.000
D
Q = 25.000P - 10.000

Slide 31 - Quizvraag

Q = p-100
A
Dit is een vraaglijn
B
Dit is een aanbodlijn
C
Dit is een budgetlijn
D
Ik heb geen idee

Slide 32 - Quizvraag

Q =-0,5p+200
A
Dit is een aanbodlijn
B
Dit is een vraaglijn
C
Dit is een budgetlijn
D
Ik heb geen idee

Slide 33 - Quizvraag

Hoeveel wordt er aangeboden bij een bedrag van €4,-?
Qa = 25.000P - 10.000
A
110.000 stuks
B
100.000 stuks
C
90.000 stuks
D
de uitkomst is negatief

Slide 34 - Quizvraag

Inkopen van grondstoffen wordt goedkoper. Wat gebeurt er met de aanbodlijn?
A
die schuift naar rechts
B
die schuift naar links
C
er komt een ander punt op de aanbodlijn tot stand
D
er verandert niets.

Slide 35 - Quizvraag