KWA-B les 4

KWA-B les 4
Beroep en Organisatie
Rachael Demir-Mutlu
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
Pedagogisch werkMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

KWA-B les 4
Beroep en Organisatie
Rachael Demir-Mutlu

Slide 1 - Tekstslide

Planning
  • Terugblik
  • Theorie 8.2
  • Opdrachten 8.2
  • Begrippenlijst H1 Profielboek

Slide 2 - Tekstslide

8.1: vraag 2b
Is een docent met wie jij (pedagoog) werkt jouw leidinggevende?
A
Ja
B
Nee

Slide 3 - Quizvraag

8.1: vraag 3.1
In een zelfsturend team worden bepaalde taken niet door een manager gedaan maar door de mensen op de werkvloer
A
Waar
B
Niet waar

Slide 4 - Quizvraag

8.1: vraag 3.3
In een zelfsturend team kan het zijn dat jij als pedagogisch werker het rooster maakt voor het team
A
Waar
B
Niet waar

Slide 5 - Quizvraag

8.1: vraag 4
Welke uitspraak is juist?
A
Een organogram maakt duidelijk hoe de structuur van de organisatie eruitziet.
B
Een agenda voor een vergadering noem je ook wel een organogram.
C
Een sociale kaart is een soort toegangspas.
D
Een sociale kaart is bedoeld om afspraken te maken over de omgang met elkaar

Slide 6 - Quizvraag

8.2 Werk en ethiek
Casus
De moeder van Roman belt naar de KDV waar je werkt en zegt dat jullie aar zoon vanaf nu absoluut niet meer aan zijn vader mogen meegeven. 'Als zijn vader vanmiddag toch komt, moeten jullie de politie bellen'.

Wat moet je in dit soort situaties doen?
richtlijnen en regels (staan in protocollen)

JE MOET ETHISCH EN INTEGER HANDELEN
Ethisch = ethiek: het denken over wat 'goed' en wat 'slecht' gedrag is. 
Ethisch en integer behandelen: zorgvuldig, bewust en respectvol behandelen.

Slide 7 - Tekstslide

Belangrijke begrippen
  • Geweten: Onderbuikgevoel/stemmetje in je hoofd.
    50 euro op straat gevonden, mag je dit houden?
  • Beroeps- of gedragscode: Afspraken binnen beroepen
    Kinderopvang: gezamenlijk geweten
  • Privacy: foto's, informatie en rapportages niet delen
  • Vertrouwenspersoon: iemand bij wie jij terecht kan als je ziet dan bijv. een collega zich misdraagt

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Red jij 1 of 5 treinspoormedewerkers?
A
1
B
5
C
geen van beide
D
Weet ik niet

Slide 10 - Quizvraag

Huiswerk
  • Maken van werkboek (basisboek DCO): opdrachten van H8.2
  • Begrippenlijst H1 (N3: H1.1 en H1.2)

Slide 11 - Tekstslide