Code+ deel 3 thema 11, taak 3

Code+ deel 3 thema 11, taak 3
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2MBOStudiejaar 4

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Code+ deel 3 thema 11, taak 3

Slide 1 - Tekstslide

jeugd en toptalent

Slide 2 - Woordweb

Als je veel talent hebt om te dansen dan kan je naar een dans.......................
A
beweging
B
academie
C
talent
D
droom

Slide 3 - Quizvraag

Om concertpianist te worden moet je ......................... oefenen.
A
strak
B
fit
C
intensief
D
carrière

Slide 4 - Quizvraag

Marilyn Monroe werd .......................... ontdekt door een professionele forograaf.
A
typisch
B
keihard
C
toevallig
D
droom

Slide 5 - Quizvraag

Als je ...................... wil worden, dan moet je zeker drie keer per week naar de sportschool gaan.
A
individueel
B
amateur
C
beweging
D
fitter

Slide 6 - Quizvraag

Mijn zus is ........................ en ze behandelt mensen met angstklachten.
A
typisch
B
supporter
C
sindsdien
D
psycholoog

Slide 7 - Quizvraag

...................... is een sport waarbij je je hersens intensief gebruikt.
A
Schaken
B
Scoren
C
Schoppen
D
Verliezen

Slide 8 - Quizvraag

Naast ....................... moet je ook een sterkte wil hebben om de top te bereiken.
A
lijf
B
fit
C
beweging
D
talent

Slide 9 - Quizvraag

Hij liep over een bergpad, toen hij struikelde en zijn enkel ..........................
A
verbruikte
B
verzwakte
C
verzwilde
D
verzwikte

Slide 10 - Quizvraag

Verbindingen en idioom

Slide 11 - Tekstslide

Je moet je ..................... gebruiken om dit probleem op te lossen.
A
ongeluk
B
hoofd
C
been
D
lijf

Slide 12 - Quizvraag

.................. afloop van de wedstrijd gingen de teleurgestelde supporters naar huis.
A
Van
B
Door
C
Tot
D
Na

Slide 13 - Quizvraag

De voetballer is ................ behandeling ..................... een fysiotherapeut.
A
tegen, onder
B
door, tegen
C
onder, van
D
voor, door

Slide 14 - Quizvraag

Een ongeluk ..................... in een klein hoekje.
A
staat
B
zit
C
ligt
D
moet

Slide 15 - Quizvraag

De kinderen zijn gek ....................... chocolade-ijs.
A
door
B
in
C
voor
D
van

Slide 16 - Quizvraag

De omstanders zullen boos worden en ons te lijf ..................
A
gaan
B
ga
C
gooien
D
gooi

Slide 17 - Quizvraag

Ik wil graag wat meer tijd doorbrengen ............. mijn familie.

Slide 18 - Open vraag

Het tekort op de begroting kan oplopen ........................ 20 miljoen euro.

Slide 19 - Open vraag

Oma voelt zich beter; ze knapt beetje .................... beetje op.

Slide 20 - Open vraag

De spits van Ajax ..................... gisteren geblesseerd.

Slide 21 - Open vraag

De veerpont gaat steeds ...................... en weer.

Slide 22 - Open vraag

Vul in: de juiste vorm van lijken of blijken

Slide 23 - Tekstslide

Het weer .................. op te knappen, maar het ging toch regenen.

Slide 24 - Open vraag

Uit onderzoek ..................... dat olifanten heel emotioneel zijn.

Slide 25 - Open vraag

Uit jouw verhalen ...................... dat de jongens erg agressief zijn.

Slide 26 - Open vraag

Wij ....................... wel een pasgetrouwd stel!

Slide 27 - Open vraag

Waarom ..................... het jou een goed idee om naar Amsterdam te verhuizen?

Slide 28 - Open vraag

Toen ........................ de autoverkoper een fraudeur te zijn!

Slide 29 - Open vraag

Het .................... erop dat jullie het examen gaan halen.

Slide 30 - Open vraag