Mixtape 5: Jazz Festival (vanaf 1945)

SCHOOL OF ROCK · MIXTAPE 5 · DEEL 1/3

Jazz Festival

Van bebop tot triphop: hoe jazz na 1945 van dansmuziek kunstmuziek werd, en daarna overal in de pop opdook.

A

1 / 21
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMuziekgeschiedenisHBOStudiejaar 1-4

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Introductie

Studenten volgen de jazz vanaf 1945, van bebop en Latin jazz via cool, hard bop en free jazz tot fusion, smooth jazz, nu jazz en triphop, en herkennen per stijl harmonie, ritme en bezetting.

Onderdelen in deze les

SCHOOL OF ROCK · MIXTAPE 5 · DEEL 1/3

Jazz Festival

Van bebop tot triphop: hoe jazz na 1945 van dansmuziek kunstmuziek werd, en daarna overal in de pop opdook.

A

Deze slide heeft geen instructies

LINER NOTES · LEERDOEL

Na deze les kun je…

de belangrijkste jazzstromingen na 1945 herkennen aan tempo, harmonie, ritme en bezetting, en uitleggen hoe elke stroming reageert op de vorige.

CENTRALE VRAAG

Waarom werd jazz na de oorlog “moeilijk”, en hoe kwam hij toch weer bij een groot publiek terecht?

De les is opgebouwd als een reeks reacties: bebop tegen swing, cool tegen bebop, hard bop tegen cool, free tegen alles, fusion en smooth als weg terug naar het publiek.

Waar denk je aan bij “jazz”? Noem één woord.

Verwacht: improvisatie, saxofoon, swing, moeilijk, lounge, New Orleans. Voor conservatoriumstudenten: vraag wie zelf jazz speelt en welke standards ze kennen.

SIDE A · TRACK 01 · VANAF 1940 · NEW YORK

Bebop

  • Ontstaat in jamsessies in Harlem (Minton’s Playhouse): muziek voor muzikanten, niet om op te dansen

  • Hoge tempi (vaak 250+ bpm) en snelle akkoordwisselingen

  • Uitgebreide harmonie: 9, ♯11, 13, ♭9; tritonus-substitutie

  • Contrafacten: nieuwe melodieën op de akkoorden van bestaande standards

  • Vorm: head – solo’s – head; kleine combo met de ride-cymbal als tijdlijn

  • Wordt zo underground: te complex voor het grote publiek

Charlie Parker

Anthropology

Een contrafact op de akkoorden van I Got Rhythm (rhythm changes).

Dizzy Gillespie

Hot House (met Parker)

Tadd Dameron schreef deze melodie op What Is This Thing Called Love.

Correctie: in de oude les stond "geen teksten maar scats". Bebop is vooral instrumentaal; scatzang (Ella Fitzgerald, Gillespie zelf) is een vocale tak ervan.

SIDE A · TRACK 02 · VANAF 1947

Latin jazz

  • Jazz met Afro-Cubaanse ritmes en percussie

  • 1947: Dizzy Gillespie haalt de Cubaanse conguero Chano Pozo in zijn bigband

  • Ritmisch fundament: de clave, montuno-patronen, de habanera

  • Afro-Cubaanse jazz (mambo, cha-cha-chá, son) en later Braziliaanse jazz (samba, bossa nova, vanaf 1958)

  • Cubana Be, Cubana Bop (George Russell) is een van de eerste modale jazzstukken

Chano Pozo

Kort fragment (6 s)

De conga als solo-instrument in een jazzorkest: in 1947 nieuw.

Dizzy Gillespie

Manteca (1947)

Pozo’s conga-ostinato en een bebop-brug in swing: twee ritmische werelden in één stuk.

Dizzy Gillespie Orchestra – Cubana Be, Cubana Bop (1947)

Het fragment van 6 seconden bij Chano Pozo had in de oude les geen titel; controleer vóór de les wat het is. Correctie: salsa en merengue zijn latere (en deels niet-jazz) genres; bossa nova is Braziliaans, niet Afro-Cubaans.

Wat is een contrafact?

A

Een solo die de melodie letterlijk herhaalt

B

Een tegenmelodie van de trombone

C

Een nieuwe melodie op de akkoorden van een bestaande song

D

Een ritmepatroon uit de Cubaanse muziek

Anthropology op I Got Rhythm, Hot House op What Is This Thing Called Love. Handig om studenten zelf te laten zoeken: welke standard zit onder Donna Lee? (Indiana.) D is de clave.

SCHOOL OF ROCK · MIXTAPE 5 · DEEL 2/3

Cool, hard en free

Na bebop gaat jazz drie kanten op: kalmer, rauwer of helemaal vrij (1949-1965).

B

Deze slide heeft geen instructies

SIDE B · TRACK 01 · VANAF 1949

Cool jazz en modale jazz

  • Reactie op bebop: rustiger tempo, zachtere toon, meer arrangement

  • Birth of the Cool (1949-50): Miles Davis en arrangeur Gil Evans met hoorn en tuba erbij

  • Invloeden uit de klassieke muziek: contrapunt, klankkleur

  • Modale jazz (Kind of Blue, 1959): improviseren op toonladders in plaats van snelle akkoordwisselingen

  • Vandaag: “coffee table jazz” in Spotify-playlists

Miles Davis

Blue in Green (1959)

Een tienmaats-cyclus zonder duidelijke tonica. Bill Evans’ voicings zijn net zo belangrijk als Miles’ trompet.

Gil Evans

Willow Tree

Evans’ arrangementen: hoorns en houtblazers als één zachte wolk klank.

Deze slide heeft geen instructies

SIDE B · TRACK 02 · VANAF 1952 · CALIFORNIË

West Coast jazz

  • De Californische variant van cool jazz

  • Soms een ritmesectie zonder piano of gitaar: meer ruimte voor contrapunt tussen de blazers

  • Niet-jazzinstrumenten zoals hoorn en tuba

  • Experimenten met maatsoorten: Take Five in 5/4

Dave Brubeck

Take Five (1959)

Geschreven door saxofonist Paul Desmond. De pianovamp (E♭m–B♭m) telt 3+2.

Gerry Mulligan

My Funny Valentine (met Chet Baker)

Het pianoloze kwartet: bariton en trompet weven twee lijnen door elkaar.

Deze slide heeft geen instructies

SIDE B · TRACK 03 · VANAF 1954 · NEW YORK

Hard bop

  • Reactie op cool en West Coast: terug naar de Afro-Amerikaanse wortels

  • Bebop gemengd met rhythm-and-blues, gospel en blues

  • Ritmischer en “funkier” dan bebop

  • Het label Blue Note (New York), opgenomen door technicus Rudy Van Gelder

  • Art Blakey’s Jazz Messengers als opleiding voor een hele generatie

John Coltrane

Blue Train (1957)

Een mineurblues als thema; kijk naar de lengte van de solo’s.

Freddie Hubbard

Arietis (1962)

Blue Note-sound van de jaren 60: strak arrangement, felle trompet.

Correctie: Blue Note zat niet in Los Angeles maar in New York; de opnames werden gemaakt in de studio van Rudy Van Gelder in New Jersey.

SIDE B · TRACK 04 · VANAF 1959

Free jazz

  • De minst toegankelijke vorm van jazz

  • Nauwelijks of geen vooraf vastgelegde melodieën of akkoordenschema’s

  • Collectieve improvisatie, sterke dissonanten, vrij tempo

  • Bewust afwijken van conventies, ook als politiek statement (burgerrechtenbeweging)

  • Ornette Coleman, Free Jazz (1960); later Albert Ayler, Cecil Taylor

Ornette Coleman

Lonely Woman (1959)

Een snel drumpatroon onder een trage, klagende melodie: twee tempi tegelijk. Geen piano.

Frank Wright

The Earth

Luister naar de klank van de saxofoon: schreeuw, boventonen, geen melodie in klassieke zin.

Deze slide heeft geen instructies

Welke stroming reageerde op cool jazz door juist terug te gaan naar blues en gospel?

A

Hard bop

B

West Coast jazz

C

Free jazz

D

Bebop

Hard bop. Wie bebop kiest haalt de volgorde door elkaar: bebop komt vóór cool.

1

Bebop

2

Hard bop

3

Cool jazz

4

Free jazz

5

Swing

6

Fusion

Zet deze jazzstromingen in de volgorde waarin ze ontstonden.

Swing (jaren 30) – bebop (jaren 40) – cool (1949) – hard bop (midden jaren 50) – free (1959/60) – fusion (1969/70).

SCHOOL OF ROCK · MIXTAPE 5 · DEEL 3/3

Jazz gaat elektrisch

Fusion, smooth jazz, nu jazz en triphop: jazz vindt de weg terug naar het publiek (1970-nu).

C

Deze slide heeft geen instructies

SIDE C · TRACK 01 · VANAF 1969

Fusion en jazzrock

  • Samensmelting (fusion) van jazz en rock, instrumentaal of met zang

  • Minder swing, meer rechte achtsten en funkgrooves; drums meer rock dan jazz

  • Elektrische instrumenten: Fender Rhodes, synthesizers, fretloze bas, effecten

  • Harmonisch rijker dan rock

  • Sleutelalbum: Bitches Brew van Miles Davis (1970)

Weather Report

Birdland (1977)

Joe Zawinuls synthesizers en Jaco Pastorius’ flageoletten op de fretloze bas in het intro.

Steely Dan

Aja (1977)

Steve Gadds drumsolo en Wayne Shorters saxofoon op een popplaat.

Deze slide heeft geen instructies

SIDE C · TRACK 02 · VANAF 1975

Smooth jazz

  • Populaire vorm van jazz, vooral in de jaren 80

  • Veel elementen uit soul en funk

  • Commercieel, radiovriendelijk, easy listening

  • Synthesizers en elektronica

  • Jazzcritici hebben er moeite mee: is het nog jazz?

Grover Washington Jr.

Just the Two of Us (met Bill Withers, 1980)

De akkoordreeks (IVmaj7–III7–vi7–v7–I7) heet onder muzikanten inmiddels “de Just the Two of Us-progressie”.

Al Jarreau

Roof Garden (1981)

Jarreau gebruikt zijn stem als instrument: scat en percussieve klanken.

Deze slide heeft geen instructies

SIDE C · TRACK 03 · VANAF 1990

Nu jazz

  • Vooral een elektronische vorm van jazz

  • Combinaties met house, downtempo en breakbeat

  • Samples van oude jazzplaten naast live-instrumenten

  • Weinig tot geen zang (soms gastzangers)

  • Veel ruimte voor experiment

The Cinematic Orchestra

Man with the Movie Camera (2002)

Een contrabas-ostinato, breakbeats en strijkers: jazzimprovisatie op een dj-fundament. Van het Ninja Tune-album Every Day.

St. Germain

So Flute (2000)

Een deep-housebeat rond 120 bpm onder een live fluit en Rhodes.

Correctie: in de oude les stond "traag tempo (<100 BPM)". Dat geldt voor downtempo, niet voor de housekant van nu jazz (St. Germain zit rond 120 bpm).

SIDE C · TRACK 04 · VANAF 1991 · BRISTOL

Triphop

  • Verwant aan nu jazz: downtempo

  • Elementen uit dance, hiphop, jazz, soul, reggae en rock

  • Samples uit films en van oude platen

  • Ontstaan in de producersscène van Bristol (Massive Attack, Portishead, Tricky)

  • Populair in de jaren 90 en 00; ook: lounge of chill-out

Massive Attack

Unfinished Sympathy (1991)

Een strijkorkest over een hiphopbeat, met de stem van Shara Nelson.

London Grammar

Strong (2013)

Een latere generatie: de sfeer van triphop in een popband.

Deze slide heeft geen instructies

Welk kenmerk hoort bij fusion, maar niet bij bebop?

A

Improvisatie over akkoorden

B

Kleine bezetting

C

Hoge tempi

D

Rechte achtsten en elektrische instrumenten

D. A en B horen bij beide; C is juist typisch bebop.

Welke jazzstroming uit deze mixtape zou jij het liefst spelen, en waarom?

Reflectie, geen goed antwoord. Vraag door op een concreet muzikaal argument: vrijheid (free), harmonie (bebop), groove (fusion, hard bop).

LINER NOTES · BEGRIPPEN

Begrippen

Bebop: snelle, harmonisch complexe jazz uit de jaren 40

Contrafact: nieuwe melodie op de akkoorden van een bestaande song

Rhythm changes: de akkoorden van I Got Rhythm, basis van talloze contrafacten

Tritonus-substitutie: een dominant vervangen door de dominant een tritonus verder

Head: het thema aan begin en eind van een jazzuitvoering

Modale jazz: improviseren op toonladders (modi) in plaats van snelle akkoordwisselingen

Clave: het ritmische sleutelpatroon van de Afro-Cubaanse muziek

Fusion: samensmelting van jazz met rock en funk

Downtempo: trage, sfeervolle elektronische muziek

Deze slide heeft geen instructies