4V Beco FinZelf H5.3/4

5.10
A
10.693 x ( 1,03 ) ^ 15
B
10.693 / ( 1,03 ) ^ 15
1 / 20
volgende
Slide 1: Quizvraag
BedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

5.10
A
10.693 x ( 1,03 ) ^ 15
B
10.693 / ( 1,03 ) ^ 15

Slide 1 - Quizvraag

5.11
Welke uitspraak is onjuist
A
14.000 kan tegen 7% ruim 300.000 meer opleveren
B
voor 100.000 over 50 jaar heb je tegen 7% ruim 11.000 minder nodig
C
ruim 7 keer de inleg terugkrijgen is uniek
D
met een rendement dat 3% lager ligt, kan het bedrijf nog steeds de 100.000 uitkeren

Slide 2 - Quizvraag

Bij welk bedrijf speelt de Contante Waarde de grootste rol?
A
Supermarkt
B
Pensioenfonds
C
Verzekeringsmaatschappij
D
Bank

Slide 3 - Quizvraag

Pensioenen
Werknemers sparen verplicht via een pensioenfonds

Pensioenfonds ontvangt jarenlang pensioenpremies,
belegt deze premies,

Na de leeftijd van 67 heeft de werknemer recht op pensioenuitkering

Slide 4 - Tekstslide

Pensioenen worden gefinancierd volgens het
A
Omslagstelsel
B
Kapitaaldekkingstelsel

Slide 5 - Quizvraag

Inkomen na 67

Iedereen ontvangt vanaf 67 AOW. Je hebt dan dus al een basisinkomen en hoeft niet over je volledige salaris pensioen op te bouwen

Pensioenpremie = Premiepercentage x ( Brutosalaris - AOW Franchise )

Slide 6 - Tekstslide

Pensioen
Ieder jaar dat je werkt bouw je pensioen op
Vroeger maximaal 2,25% per jaar, maar door de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd is dat nu 1,875% 

Pensioen gebaseerd op middelloon tijdens carrière

Pensioen = 1,875% x aantal gewerkte jaren x ( Brutoloon - AOW Franchise )
Of 2,25% x aantal gewerkte jaren x ( Brutoloon - AOW Franchise )

Slide 7 - Tekstslide

Een pensioenfonds moet over 40 jaar € 3.000,- uitkeren. De rente is 3%. Hoeveel moet het pensioenfonds dan nu in bezit hebben?
geen €, wel . en , en 2 decimalen

Slide 8 - Open vraag

Een pensioenfonds moet over 40 jaar € 3.000,- uitkeren. De rente is 0,2%. Hoeveel moet het pensioenfonds dan nu in bezit hebben?
geen €, wel . en , en 2 decimalen

Slide 9 - Open vraag

Pensioenfondsen
CW pensioenverplichtingen = toekomstige uitkering / ( 1 + p ) ^ n

CW is erg hoog bij lage rente

Financiële situatie pensioenfondsen laatste jaren verslechterd
- CW verplichtingen gestegen door lagere rente
- Rendement beleggingen is gedaald

Slide 10 - Tekstslide

Pensioenfondsen
Kengetal pensioenfondsen is de Dekkingsgraad

Dekkingsgraad = Bezittingen / CW verplichtingen x 100%

Dekkingsgraad afgelopen jaren gedaald
Gevolg: pensioenuitkeringen kunnen mogelijk niet worden geïndexeerd ( meestijgen met inflatie, welvaart )

Slide 11 - Tekstslide

Dekkingsgraad
< 105%: niet indexeren, herstelplan afspreken met DNB
< 110%: niet indexeren
> 110%, < 130%: gedeeltelijk indexeren
> 130%: indexeren

niet indexeren voor inflatie betekent dat de reële waarde van de pensioenuitkeringen afneemt ( koopkracht uitkeringen daalt )

Slide 12 - Tekstslide

Mogelijke oplossingen:

- korten op de pensioenen
- minder / niet indexeren van pensioenen
- pensioenpremie verhogen
- beleggingsresultaten verbeteren ( lastig en let op risico )

Slide 13 - Tekstslide

Verplicht collectief pensioen?
ZZP-ers niet verplicht deel te nemen aan collectief pensioenfonds. Zij beslissen zelf op welke wijze zij sparen voor de oude dag

- veel zzp-ers niet in staat om elke maand iets opzij te zetten
- moeten doorwerken na pensioenleeftijd

Slide 14 - Tekstslide

Verplicht collectief pensioen?
Voordelen collectief

- Pensioen gebaseerd op gemiddelde levensverwachting
( die is te voorspellen, de individuele levensverwachting niet )
- Beursschommelingen beter te spreiden over generaties
( beurscrach vlak voor pensioen afgedekt )

Slide 15 - Tekstslide

Bij het zelf sparen voor een pensioen betaal je ... loonbelasting
A
minder
B
meer

Slide 16 - Quizvraag

Bij het zelf sparen voor een pensioen betaal je ... vermogensrendementsheffing
A
minder
B
meer

Slide 17 - Quizvraag

Zelf sparen voor aanvullend pensioen:

- geld op spaarrekening
- groen sparen
- beleggen
- lijfrente
- hypotheek aflossen

Slide 18 - Tekstslide

Spaartegoeden
Direct opneembaar <-----------> Niet direct opneembaar
variabele ( lagere ) rente                               vaste ( hogere ) rente
vrij inleggen en opnemen    bedrag staat vast voor vaste periode
                                                                   boete bij vervroegd opnemen

Slide 19 - Tekstslide

Hw.
Opgave 5.13, 5.15 en 5.16

Slide 20 - Tekstslide