01: El sustantivo y los artículos

Español A1/A2 
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Español A1/A2 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

En la clase de hoy: 
El sustantivo y los artículos

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Objetivos de la clase
Al final de la clase...

- kun je  uitleggen waaraan je kunt zien of een woord mannelijk of vrouwelijk is in het Spaans. 
- kun je het zelfstandig naamwoord in het meer- en enkelvoud zetten.
- weet je wanneer je welk lidwoord gebruikt.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Diferencias:
C  voor de e/i = spreek je uit als een 's' (Cecilia)
C voor de a/o/u = spreek je uit als een 'k' (Carmen)
H = spreek je niet uit (hola)
J = spreek je uit als een 'g' (Julio, Juan)
LL = spreek je uit als een 'j' (paella)
V = spreek je uit als een 'b' (vamos)
ñ = spreek je uit als een 'nj'

Slide 4 - Tekstslide

Uitleg met voorbeelden over de uitspraak.
Pronunciación
  1. Me gusta viajar a lugares con mucha historia.
  2. Los perros pequeños a veces ladran demasiado.
  3. Aprender un nuevo idioma puede ser un desafío interesante.
  4. La playa está llena de gente en verano.
  5. Prefiero el té sin azúcar por la mañana.
  6. En la ciudad hay muchos edificios antiguos y bonitos.
  7. Anoche vi una película muy emocionante.
  8. Siempre intento recordar dónde dejo mis llaves.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

El sustantivo
Het zelfstandig naamwoord, wat is dat?

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het Spaans kent twee soorten zelfstandige naamwoorden:

Mannelijk
El libro
El restaurante
El hotel
El problema
El equipaje
El amor

Aan welke uitgangen kun je dit zien?

Vrouwelijk
La casa
La estación
La ciudad
La pared
La libertad

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Mannelijke woorden eindigen op:

 
-O:     EL libro
 -L:     EL hotel
 -AJE:     EL equipaje
 -OR:     EL amor
-MA:    EL problema
- E:    EL restaurante

Vrouwelijke woorden eindigen op:


-A:     LA casa
-CIÓN:    LA estación
-DAD:    LA ciudad
-TAD:    LA libertad
 -ED:    LA pared


Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Plural (meervoud)
Als je een Spaans woord in het meervoud zet. komt er 's' of 'es' bij.
  • Eindigt een zelfstandig naamwoord op een klinker (A/E/O/U/I)?    +s
  • Eindigt een zelfstandig naamwoord niet op een klinker?               +es
  • Eindigt een zelfstandig naamwoord op  'z'? Dan wordt het een 'c'

CASA    -> CASAS                                 HOTEL      -> HOTELES
LIBRO    -> LIBROS                               MES        -> MESES
FELIZ    -> FELICES                              PEZ           -> PECES

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Nederlands:
Bepaalde lidwoorden
DE & HET


Spaans:
EL
& LA
LOS & LAS

Nederlands:
Onbepaalde lidwoorden
EEN


Spaans:
UN & UNA
UNOS & UNAS

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

EL = mannelijk enkelvoud
EL libro (het boek)

LA = vrouwelijk enkelvoud
LA casa (het huis)

LOS = mannelijk meervoud
LOS libros (de boeken)

LAS = vrouwelijk meervoud
LAS casas (de huizen)

UN = mannelijk enkelvoud
UN libro (een boek)

UNA = vrouwelijk enkelvoud
UNA casa (een huis)

UNOS = mannelijk meervoud
UNOS libros (een aantal boeken)

UNAS = vrouwelijk meervoud
UNAS casas (een aantal huizen)

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mannelijke & vrouwelijke lidwoorden (Los artículos)


Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Masculino o femenino?
¿Son las palabras masculino (derecha) o femenino (izquierda)

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Plato
(bord/gerecht)

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Carpeta
(kleed)

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Serpiente
(slang)

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Borrador
(gum)

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Canción
(lied)

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fútbol
(voetbal)

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Problema
(probleem)

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leemos un texto
En parejas: 
¿Son las palabras subrayadas femeninas o masculinas?

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mi nueva casa
Mi nueva casa está en una calle ancha que tiene un árbol. El piso de arriba de mi casa tiene un dormitorio y un despacho para trabajar. El piso de abajo tiene una cocina muy grande, un comedor con una mesa y una silla, un salón con una sofá verde, una televisión y una cortina. Además, tiene una pequeña terraza con piscina donde puedo tomar el sol en verano.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Practicamos un poco:
gato > ...
juez > ...
mesa > ...
bolígrafo > ...
mujer > ...
reloj > ...
piña > ...

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Plaats de zelfstandige naamwoorden bij het juiste lidwoord.
la
los
las
el
profesora
música
mesa
libro
bolígrafos
carpetas
alumnos
sillas
pizarras
borrador

Slide 24 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Plaats de zelfstandige naamwoorden bij het juiste lidwoord.
una
unos
unas
un
chico
carpeta
diccionarios
amigo
bolígrafos
sillas
alumno
chicas
tijeras
camping

Slide 25 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ahora

Zelfstandig aan de slag met de volgende opdrachten:
2.1 (p. 15)
2.2 (p. 16)
2.3 (p. 18)


Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies