3M - spelling leestekens

Spelling 3.2
Wanneer gebruik je leestekens en hoofdletters? (herhaling)
Wanneer gebruik je een trema? (nieuw)
Wanneer gebruik je een koppelteken? (nieuw)




1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Spelling 3.2
Wanneer gebruik je leestekens en hoofdletters? (herhaling)
Wanneer gebruik je een trema? (nieuw)
Wanneer gebruik je een koppelteken? (nieuw)




Slide 1 - Tekstslide

Hoe heten de leestekens die hierboven staan? Sleep de juiste naam naar het juiste leesteken.
aanhalingsteken
komma
punt
puntkomma
vraagteken

Slide 2 - Sleepvraag

Hoofdletter
Geen hoofdletter
zomer
waddenzee
veendam
maandag
enzo knol
kerst
paasdagen
miami

Slide 3 - Sleepvraag

4

Slide 4 - Video

00:24

Wanneer gebruik je een trema?
A
Als je een woord verkeerd uitspreekt
B
Als je iets niet letterlijk bedoeld
C
Om woorden op -ie/-ee in het meervoud te zetten
D
Om woorden op -i/-e in het meervoud te zetten

Slide 5 - Quizvraag

01:13




Waar komt het trema bij de andere drie woorden op het bord? Schrijf ze kloppend: 1. reeel 2. hygiene, 3. ingredienten

Slide 6 - Open vraag

02:57
Dus: wanneer de klemtoon op de laatste lettergreep valt, schrijf je....
A
alleen +n
B
+ën
C
+e
D
+eën

Slide 7 - Quizvraag

03:02
Hoe schrijf je de woorden uit het tweede rijtje? Maak het meervoud:
1. harmonie 2. olie 3. natie 4. braderie

Slide 8 - Open vraag

Regels/Theorie: trema
  • Bij twee klinkers na elkaar: 
     geïnteresseerd, vacuüm, conciërge
  • Bij getallen en meervouden die eindigen op -ee:
     tweeëntwintig, drieënvijftig, tweeën, ideeën
  • Bij het meervoud van woorden die eindigen op -ie:               knieën, fantasieën, bacteriën, oliën

Slide 9 - Tekstslide

Een koppelteken gebruiken
Koppelteken bij:
voorbeelden: 
samenstellingen met een cijfer, letter of afkorting
43-jarige, c-snaar en cd-speler
samengestelde aardrijkskundige namen
Rotterdam-West, Noord-Hollandse
samenstellingen die je anders verkeerd leest
co-ouders, stage-uren
woorden met 'ex' en 'oud'
ex-vriendje, oud-klasgenoot

Slide 10 - Tekstslide

Koppelteken?
A
80 jarige
B
80-jarige
C
80jarige

Slide 11 - Quizvraag

Koppelteken?
A
Zuid Afrika
B
Zuid-Afrika
C
ZuidAfrika

Slide 12 - Quizvraag

Koppelteken of geen koppelteken?
A
Astma-aanval
B
Astmaaanval

Slide 13 - Quizvraag

Vragen?

Slide 14 - Tekstslide

Aan het werk 
@Learnbeat

Maak eerst spelling 3.2 - deel 2 af.        





Daarna: 
Werken aan je presentatie. 

Slide 15 - Tekstslide