Oefenen Steden Middeleeuwen

Oefenen Steden Middeleeuwen
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisBasisschoolGroep 5

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 10 min

Onderdelen in deze les

Oefenen Steden Middeleeuwen

Slide 1 - Tekstslide

Welke rechten waren stadsrechten?
A
Het recht om wegen aan te leggen
B
Het recht om markten te houden
C
Het recht om een stadsmuur te maken
D
Het recht om tol (=belasting) te vragen

Slide 2 - Quizvraag

Van wie kreeg een stad, stadsrechten?
A
Magistraat
B
Schout
C
Burgemeester
D
Heer

Slide 3 - Quizvraag

De keerploeg was gemaakt van hout.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 4 - Quizvraag

In de middeleeuwen gingen mensen steeds vaker spullen met elkaar ruilen. Hoe werd dat genoemd?
A
Delen
B
Handel
C
Uitverkoop
D
Veiling

Slide 5 - Quizvraag

Dicht bij een kasteel is het veilig
Over de weg en rivier komen veel mensen.
Steeds meer mensen bezoeken de markt
De mensen gaan er wonen en werken

Slide 6 - Sleepvraag

Zet de volgende zinnen in de juiste volgorde. 
Tekst
1
2
3
4
a. Dorpjes bij de kastelen werden steden.
b. Er kwamen markten bij de kastelen.
c. mensen bouwden muren en grachten om steden.
d. Mensen gingen bij de markten wonen. 

Slide 7 - Sleepvraag

Wat waren stadsrechten?
A
Rechten die alleen voor burgers golden
B
Rechten die alleen voor edelen golden
C
Speciale rechten en vrijheden die een stad kreeg van de heer
D
Regels die in een stad golden

Slide 8 - Quizvraag

Bekijk de vijf plaatjes. Op welke plaatjes zie je ambachten. Er zijn 3 ambachten. 
Ambacht
Geen ambacht

Slide 9 - Sleepvraag

Wat was de belangrijkste taak van kooplieden in de middeleeuwen?
A
Goedkope spullen kopen op de markt.
B
Spullen uit hun eigen winkel op de markt verkopen.
C
Spullen van andere mensen op de markt verkopen.
D
Veel spullen kopen op de markt.

Slide 10 - Quizvraag

Kooplieden werden de baas van de stad. Waarom?
A
Zij hadden de oorlog om de stad gewonnen.
B
Zij hadden de verkiezingen gewonnen.
C
Zij hadden het meeste geld betaald aan de landheer.
D
Zij hadden de meeste klussen gedaan voor de landheer.

Slide 11 - Quizvraag

Het stonk heel erg in de stad.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 12 - Quizvraag

Waarom zou een stad stadsrechten willen?
A
Dan hoefden ze geen belasting meer te betalen.
B
Dan mochten ze handel drijven met andere steden.
C
Dan mochten ze hun eigen wetten bedenken.
D
Dan moest de heer een stadsmuur voor ze bouwen.

Slide 13 - Quizvraag

De eerste huizen waren groot.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 14 - Quizvraag

Mensen waren heel bang voor brand in de stad.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 15 - Quizvraag

Veel mensen hadden de pest. Hoe noemden de mensen deze ziekte ook wel?
A
De gele dood
B
De groene dood
C
De rode dood
D
De zwarte dood

Slide 16 - Quizvraag

Waarom was het drieslagstelsel beter?
A
Er hoefde minder hard gewerkt te worden
B
Er was zo meer voedsel
C
Karel de Grote kon zo meer verdienen
D
Er waren minder boeren nodig

Slide 17 - Quizvraag

steden en kooplieden die samenwerkten om hun handelswaar te beschermen
kleine zelfstandigen die werkten met hun handen en eenvoudige gereedschappen
een soort hoofd van politie, rechter én burgemeester van de stad
mensen uit de rijke burgerij die samen met de schout de stad bestuurden
een vereniging van mensen met hetzelfde ambacht
Hanze
ambachtslieden
schout
schepenen
gilden

Slide 18 - Sleepvraag

Stadsrechten waren goed voor iedereen.
Met wat was de burger blij en met wat de graaf / hertog?
Burger
Graaf / Hertog
Ik kan sneller beslissen
Ik krijg elk jaar een vergoeding
Ik hoef niet zo vaak te reizen
Ik kan zelf bedenken wat goed is voor de stad

Slide 19 - Sleepvraag

Hoe verspreidde de pest?
A
Via besmet bloed
B
Via het eten van mensen
C
Via de handel waardoor de bacterie snel op een andere plek is.
D
Via de vlooien op ratten die bloed zuigen en zo de bacterie doorgeven

Slide 20 - Quizvraag

De mensen in de steden wilden zelf meer beslissen en kregen stadsrechten. Welke rechten hoorden daarbij?   Er zijn 3 antwoorden goed
1
belasting heffen
een stadsmuur bouwen
wetten maken
verkiezingen houden

Slide 21 - Sleepvraag

Een muur die de stad moet beschermen tegen vijanden
Een inwoner van een stad
Een markt waar kooplieden van buiten de stad spullen mogen verkopen
De stadsmuur
De burger
De jaarmarkt

Slide 22 - Sleepvraag

Wat is de Hanze?
A
Samenwerking tussen handelaren.
B
Een middeleeuwse stad
C
Samenwerking tussen heren.
D
Vaarroute

Slide 23 - Quizvraag

timer
0:10
Wel een Hanzestad
Geen Hanzestad
Groningen

Slide 24 - Sleepvraag

timer
0:10
Wel een Hanzestad
Geen Hanzestad
Kampen

Slide 25 - Sleepvraag