regelmatige werkwoorden+ ESTAR herhaling

Bienvenidos/ Bienvenidas
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Bienvenidos/ Bienvenidas

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

El programa 
5 min - Bienvenidos
10 min- ser/estar/hay
10 min - FT ESTAR






Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

La clase de hoy: De les vandaag

La meta de la clase: het doel van les
Het werkwoord ESTAR herhalen.
aan het einde van de les kan je een FT toets maken en haal je minimaal 15 van de 20 punten.

Hw: / deberes/ tarea para casa:
Leer de vervoeging van de regelmatige werkwoorden. Kijk naar de video in Magister.


                                                                    

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Ser/Estar: zijn
Hay: er is, er zijn

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

SER = zijn

1.beschrijving
2.beroep
3.relatie
4.tijdsaanduiding
5.definitie
6.afkomst



1.La chica es inteligente.
2.Maria es profesora.
3.Luis es mi hermano.
4.¿Cuándo es la fiesta?
5.Madrid es capital de España.
6.Soy de Holanda./Soy holandés.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ESTAR = zijn, zich bevinden
plaatsaanduiding -> ¿Dónde están los alumnos?
tijdelijke situatie -> Yo estoy cansado.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

HAY = er is, er zijn
Hay un gato en la casa.
Hay dos libros en la mochila. 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hay, ser of estar
¿Dónde .................. las llaves?
A
hay
B
son
C
están

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hay, ser of estar?
En la cocina ............. dos armarios y una nevera
A
hay
B
está
C
es

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

hay, ser of estar?
Jorge Y Pilar ............. de Barcelona (komen uit Barcelona)
A
hay
B
son
C
están

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hay ser of estar?
Mi padre y yo ................. altos y morenos.
A
estamos
B
hay
C
somos

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

FT maken over ESTAR in EXAM.NET
code
NZDkNk
tijd: 15 min

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

El programa 
5 min - Bienvenidos
15 min - regelmatige ww 
15 min- Ejercicios 
30- trabajar en el libro Bron J
         aprender FC 
Schrijven met zijn alle
FT Regelmatige WW
Los deberes / HW
oefenen Genealy en oefentoets






Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

La clase de hoy: De les vandaag

La meta de la clase: het doel van les
Het kunnen gebruiken van de werkwoorden in de presente. En je kunt minimaal drie werkwoorden herkennen.
ook weet je minimaal de vertaling van: Qué / Quién / Cuánto / Dónde/ Cómo 

Actividades: Grammaticale regels!!
- Jullie oefenen met de woordenschat. (10 min in Blooket) vraagwoorden
- Jullie oefenen met de vervoeging van de "Presente". 

                                                                    

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

wat weet je nog over de regelmatige ww in het Spaans?

Slide 15 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Bron I. Regelmatige werkwoorden
Het vervoegen van regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Probeer de informatie kort te houden! Geen overload: woorden raiz en conjugaciones weglaten. DIt maakt het extra ingegewikkeld. 
Er zitten fouten in je Nederlandse zinnen. Verbeter ze!
Ik had het graag voor je willen verbeteren maar het lukt niet (het is een foto of zoiets)
Kijk even naar de uitleg in Paso Adelante:  en neem die over. Nogmaals: simpel en korter!!!


Regelmatige werkwoorden
(praten)
hablar
(eten)
comer
(wonen/leven)
vivir
yo
hablo
como
vivo
hablas
comes
vives
él/ella/usted
habla
come
vive
nosotros(-as)
hablamos
comemos
vivimos
vosotros(-as)
habláis
coméis
vivís
ellos/ellas/ustedes
hablan
comen
viven

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Alle reglmatige werkwoorden houden dezelfde letters is verwarrend!
Het is namelijk niet zo: elke persoon heeft zijn eigen uitgang, dat is nou juist het verschil met het Nederlands
Kijk even naar de uitleg in het boek!!
Ik zegt altijd tegen de leerlingen:
Er zijn 3 soorten regelmatige werkwoorden in het Spaans:
Werkwoorden met infinitief: AE, ER en IR
Je vervoegt ze zoals de voorbeeldwerkwoorden hieronder.
STAM + UITGANG:
enz ....
Okay is, met kleine toevoeging is: 
"Je haal eerst ar / er / ir eraf en dan plak je etc.... "

Maria _____ (hablar) español
Stap 1 = ? 
Stap 2= ?
Stap 3 =? 
Stap 4 = ?

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maria ____ (hablar) español
1. Welk persoonlijk voornaamwoord dien ik te gebruiken? 
Él/ella/usted (Maria=Zij)
2. Wat is de stam?
Hablar - ar = HABL
3. In welk rijtje van het schema kijk ik? 
In het rijtje met AR werkwoorden (want je hebt net AR weggehaald). 
4. Wat is de uitgang die er dan bij komt? 
De juiste uitgang is A, want je kijkt in het rijtje van AR, bij Él/ella/usted.
5. Wat is nu het juiste antwoord?
Habla (stam+de juiste uitgang = habl + a)

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

samen oefenen

1. Ella (trabajar)_______________ en el supermercado.
2. Yo (comer) ___________ mi bocadillo.
3. Tú (vivir) ____________ en Apeldoorn.
4. Nosotros (escuchar)_______________  la canción.
timer
2:00

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geef de juiste werkwoordsvorm

Yo ____ (leer) todos los días.
A
leo
B
lee
C
leemos
D
leer

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vervoeg: comer (ellos)
A
comáis
B
coman
C
coméis
D
comen

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vervoeg: trabajar (tú)
A
trabajas
B
trabajes
C
trabaja
D
trabajáis

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vervoeg: escribir (nosotros)
A
escriben
B
escribís
C
escribimos
D
escribe

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

1. Mi tío (trabajar) ____________ en un hospital.
2. Martha y yo (hablar) __________ por teléfono.
3. ¿Dónde (vivir, vosotros) ____________?
4. Javier y Luis (estudiar) __________ matemáticas. 
5. ¿Qué (comer, tú) ______________? 
6. Yo (escribir) ______________ un libro sobre cocina. 

trabaja
hablamos
vivís
estudian
comes
escribo

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefenen met regelmatige werkwoorden op -AR
YO
ÉL, ELLA, USTED
NOSOTROS, NOSOTRAS
VOSOTROS, VOSOTRAS
ELLOS, ELLAS, USTEDES
HABLO
BAILO
CANTA
BAILAN
ESCUCHAS
TOCAMOS
ESCUCHÁIS
BAILA
HABLAN
CANTAMOS
ESTUDIÁIS
HABLAS

Slide 29 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de -AR werkwoorden naar de juiste plek.
3.  Yo...................perfectamente el inglés.
1. Tú...............la salsa y el flamenco.
2. Pedro.............música española en su dormitorio.
5. Nosotros..................bien.
4. Carlos y tú .............por el parque.
6. Juan y María .......................en la escuela.
hablo
bailas
escucha
camináis
cantamos
estudian

Slide 30 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Oefenen met regelmatige werkwoorden op -ER
YO
ÉL, ELLA, USTED
NOSOTROS, NOSOTRAS
VOSOTROS, VOSOTRAS
ELLOS, ELLAS, USTEDES
COMO
APRENDES
BEBES
CORREMOS
VENDEN
APRENDEMOS
VENDÉIS
BEBE
COMEMOS
VENDO
APRENDEN
COME
CORRE
BEBÉiS

Slide 31 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de -ER werkwoorden naar de juiste plek.
3.  Yo................un libro en el salón.
1. Tú.............paella.
2. Pedro.............en la cocina.
5. Nosotros..................un café y un refresco.
4. Carlos y tú............holandés.
6. Juan y María .......................francés.
leo
comes
come
aprendéis
bebemos
aprenden

Slide 32 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Oefenen met regelmatige werkwoorden op -IR
YO
ÉL, ELLA, USTED
NOSOTROS, NOSOTRAS
VOSOTROS, VOSOTRAS
ELLOS, ELLAS, USTEDES
VIVÍS
VIVIMOS
ESCRIBE
VIVO
ABRO
ESCRIBIMOS
ABREN
VIVES
ESCRIBEN
VIVE

Slide 33 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de -IR werkwoorden naar de juiste plek.
3.  Yo................un correo electrónico.
1. Tú.............la puerta.
2. Pedro.............en Barcelona.
5. Nosotros..................en Helmond.
4. Carlos y tú............en el salón.
6. Juan y María......un Whatsapp a sus amigos.
escribo
abres
vive
discutís
vivimos
escriben

Slide 34 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

YO
ÉL, ELLA, USTED
NOSOTROS, NOSOTRAS
VOSOTROS, VOSOTRAS
ELLOS, ELLAS, USTEDES
hablo
bebo
habláis
come
vivimos
escriben
vivís
hablan
preguntamos
vives
vende
compran
escuchas
escucháis
vive
bebemos
compro
bailas
bailáis
leemos
habla
leen
escuchas
pregunto

Slide 35 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

AR, ER, IR: Zet de juiste vorm van het werkwoord in de zin:
1. ______ (hablar-él) muy despacio, por favor. Yo sólo (hablar)____ un poco de español.
2. Mi padre y mi madre _____ (vivir) en Madrid.
3. Yo ______ (estudiar) en Insula College.
4. Maribel y yo ______ (nosotros/ comer)patatas fritas.
5. Mi tío ___________ (escuchar-él) música clásica.
6. Maud y Stefanie ___________ (ellas/ escribir) una carta a su abuela .

Slide 36 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

¡A trabajar!

¿Qué? blz 47 Opdracht 24 en 25 
¿Cómo? Individualmente 
¿Tiempo? 15 minutos 
¿Meta? Repasar los verbos regulares 
¿Listo? repasar 2.3

timer
15:00

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ken je de vervoeging van de regelmatige werkwoorden op -AR,-ER, -IR
A
Muy bien:))
B
Bien :)
C
Regular :|
D
Mal :(

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

oefenen voor PW 3
Regelmatige werkwoorden pág 24 (tekstboek)en tener.

SER/ESTAR weten vervoegen en toepassen.
Schrijven over jezelf iets kunnen schrijven en de regelmatige werkwoorden gebruiken,zoals: vivir, tener, hablar, en nog 2 regelmatige ww.
Vraagwoorden gebruiken (toepassen en vragen kunnen stellen)
Woordenschat hfd. 2 Study Go
 Frases Clave leren J Blz 24 tb + Frases Clave E blz.21 TB
Gebruiken: cerca/ lejos/ enfrente/ a la izquierda / a la derecha/ arriba / debajo/ sobre, etc.
aanwijzingen kunnen geven, bijv. El libro está al lado de la profesora.













Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wil je nog meer oefenen -AR-ER -IR werkwoorden?

  1. Verbos -ar oefenen: klik hier
  2. Verbos -er oefenen: klik hier
  3. Verbos -ir oefenen: klik hier


Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

FT toet maken in EXAM.NET
CODE: cpTvEc
Tijd: 15 min

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Frases Clave 
1. Frases clave E in Wordwall 
2. Frases clave J in Wordwall
3. WW vervoegen in VERBUGA

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

oefenen
GENEALLY

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 44 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Escribir - schrijven



¿Cómo?   


¿Listo? Aprender vocabulario que todavía no dominas.
Julio (je beste vriend) komt bij jou op bezoek en wil heel graag samen naar een Italiaans restaurant. Hij wil dat je meegaat en wil weten waar het restaurant is. Beantwoordt zijn vragen door een app naar hem te sturen. Bekijk de frases clave van hoofdstuk 2
timer
15:00

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies