Palaisma

Palaisma
1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
GrieksMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Palaisma

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen Palaisma 
1. Je kunt van Griekse woorden en korte zinnen de uitspraak en betekenis noteren
2. Je kunt de belangrijkste Griekse goden herkennen en koppelen aan hun patronage en attribuut 
3. Je kunt de Griekse lidwoorden herkennen en benoemen 
4. Je kunt uitleggen wat de nominatief en accusatief inhouden 
5. Je kunt onderwerp, lijdend voorwerp en gezegde herkennen in een Griekse zin 
6. Je kunt adjectieven laten congrueren met substantieven  
7. Je kunt de inhoud van de cultuurles koppelen aan de Griekse leestekst 

Slide 2 - Tekstslide

PTO 
wat gaan we allemaal doen?

Slide 3 - Tekstslide

Materiaal 
wat heb je nodig? 
hoe zit het boekje ook alweer in elkaar?

Slide 4 - Tekstslide

Hoe werkt het alfabet ook alweer? 

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Leerdoelen Palaisma 
1. Je kunt van Griekse woorden en korte zinnen de uitspraak en betekenis noteren
2. Je kunt de belangrijkste Griekse goden herkennen en koppelen aan hun patronage en attribuut 
3. Je kunt de Griekse lidwoorden herkennen en benoemen 
4. Je kunt uitleggen wat de nominatief en accusatief inhouden 
5. Je kunt onderwerp, lijdend voorwerp en gezegde herkennen in een Griekse zin 
6. Je kunt adjectieven laten congrueren met substantieven  
7. Je kunt de inhoud van de cultuurles koppelen aan de Griekse leestekst 

Slide 7 - Tekstslide

even oefenen met woordjes: 
oplezen p.22

Slide 8 - Tekstslide

Bijzonderheden alfabet 
  1. Tweeklanken
  2. Spiritus lenis en asper 
  3. ρει- regel
  4. iota subscriptum 
  5. 'ng'-klank 
  6. accenten 

Slide 9 - Tekstslide

Oefenen: pagina 3, 4, 5, 7
 Je kunt van Griekse woorden de uitspraak en betekenis noteren

Slide 10 - Tekstslide

Leerdoelen Palaisma 
1. Je kunt van Griekse woorden de uitspraak en betekenis noteren. 
2. Je kunt de belangrijkste Griekse goden herkennen en koppelen aan hun patronage en attribuut 
3. Je kunt de Griekse lidwoorden herkennen en benoemen 
4. Je kunt uitleggen wat de nominatief en accusatief inhouden 
5. Je kunt onderwerp, lijdend voorwerp en gezegde herkennen in een Griekse zin 
6. Je kunt adjectieven laten congrueren met substantieven  
7. Je kunt de inhoud van de cultuurles koppelen aan de Griekse leestekst 

Slide 11 - Tekstslide

opdracht pagina 6

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide


Mythologie

    • Verzameling van mythen
    • Verhalen waarin goden, helden en wezens een rol spelen
    • De Griekse mythen werden mondeling doorgegeven als lessen voor het leven

    Slide 14 - Tekstslide


    Griekse goden

    • Grieks goden zien er uit als mensen
    • Ze hebben menselijke eigenschappen (verliefd, boos, jaloers)
    • Ze hebben ook goddelijke eigenschappen (superkrachten, onsterfelijk)

    Slide 15 - Tekstslide


    Titanen


    In het begin...
    ...was er chaos

    Slide 16 - Tekstslide

    Slide 17 - Tekstslide


    Zeus

    • God van de donder
    • Oppergod
    • Getrouwd met Hera, maar ging regelmatig vreemd!

    • Romeinse god: Jupiter

    Slide 18 - Tekstslide


    Hera

    • Godin van het huwelijk
    • Getrouwd met Zeus, maar dit was geen gelukkig huwelijk
    • Behalve zijn vrouw, ook zijn zus

    • Romeinse naam: Juno

    Slide 19 - Tekstslide

    Slide 20 - Tekstslide


    Hefaistos

    • God van het vuur
    • Zoon van Zeus en Hera
    • Smid van de Goden
    • Maakt de bliksem voor Zeus

    • Romeinse naam: Vulcanus

    Slide 21 - Tekstslide


    Ares

    • God van de oorlog
    • Zoon van Zeus en Hera
    • Gehaat bij alle goden


    • Romeinse naam: Mars

    Slide 22 - Tekstslide


    Poseidon

    • God van de zee
    • Broer van Zeus
    • Herkenbaar aan zijn drietand


    • Romeinse naam: Neptunus

    Slide 23 - Tekstslide


    Demeter

    • Godin van de aarde en de oogst
    • Zus van Zeus
    • Kreeg samen met Zeus een dochter: Persefone


    • Romeinse naam: Ceres

    Slide 24 - Tekstslide


    Hades

    • God van de onderwereld
    • Broer van Zeus
    • Getrouwd met zijn nicht Persifone
    • Zijn driekoppige hellehond Kerberos bewaakte de onderwereld

    • Romeinse naam: Pluto

    Slide 25 - Tekstslide

    Slide 26 - Tekstslide

    Slide 27 - Tekstslide


    Afrodite

    • Godin van de liefde en de schoonheid
    • Dochter van Zeus (volgens sommige bronnen)
    • Geboren uit het schuim van de zee
    • Haar zoon heet Eros (Amor, Cupido)

    • Romeinse naam: Venus

    Slide 28 - Tekstslide


    Pallas Athena

    • Godin van de wijsheid en dapperheid
    • Dochter van Zeus
    • Geboren uit zijn hoofd
    • Ze wordt vaak afgebeeld met een uil

    • Romeinse naam: Minerva

    Slide 29 - Tekstslide

    Slide 30 - Tekstslide


    Apollon

    • God van de zon en de muziek
    • Laat met zijn strijdwagen de zon opkomen
    • Tweelingbroer van Artemis
    • Apollo wordt begeleid door de 9 Muzen

    • Romeinse naam: Apollo (ook: Sol of Helios)

    Slide 31 - Tekstslide


    Artemis

    • Godin van de jacht en maan
    • Tweelingzus van Apollo


    • Romeinse naam: Diana

    Slide 32 - Tekstslide

    Slide 33 - Tekstslide


    Hermes

    • God van de snelheid, wegen, dieven, handelaars
    • Boodschapper van de goden
    • Vaak afgebeeld met gevleugelde schoenen


    • Romeinse naam: Mercurius

    Slide 34 - Tekstslide

    Slide 35 - Tekstslide

    Quizje als startopdracht
    Je kunt de belangrijkste Griekse goden herkennen en koppelen aan hun patronage en attribuut 

    Slide 36 - Tekstslide

    Wie zien we hier?

    Slide 37 - Open vraag

    Wie zien we hier?

    Slide 38 - Open vraag

    Wie zien we hier?

    Slide 39 - Open vraag

    Wie zien we hier?

    Slide 40 - Open vraag

    Wie zien we hier?

    Slide 41 - Open vraag

    Leerdoelen Palaisma 
    1. Je kunt van Griekse woorden en korte zinnende uitspraak en betekenis noteren
    2. Je kunt de belangrijkste Griekse goden herkennen en koppelen aan hun patronage en attribuut 
    3. Je kunt de Griekse lidwoorden herkennen en benoemen 
    4. Je kunt uitleggen wat de nominatief en accusatief inhouden 
    5. Je kunt onderwerp, lijdend voorwerp en gezegde herkennen in een Griekse zin 
    6. Je kunt adjectieven laten congrueren met substantieven  
    7. Je kunt de inhoud van de cultuurles koppelen aan de Griekse leestekst 

    Slide 42 - Tekstslide

    1 Ζεὺς ἔστι θεὸς Ἑλληνικός.
    2 Ὁ θεὸς Ζεὺς οὐ μόνος ἐστίν.
    3 Καὶ Ποσειδῶν ἔστι θεός.
    4 Ὁ Ζεὺς καὶ ὁ Ποσειδῶν δύο θεοί εἰσιν.
    5 Ἥρα ἔστι θεά. Καὶ Δημήτηρ θεά ἐστιν.
    6 Ἡ Ἥρα καὶ ἡ Δημήτηρ θεαί εἰσιν.
    7 Οἱ θεοὶ καὶ αἱ θεαὶ ἀθάνατοί εἰσιν.
    1. Zeus is een Griekse god. 
    2. De god Zeus is niet alleen.
    3. Ook Poseidon is een god.
    4. Zeus en Poseidon zijn twee goden. 
    5. Hera is een godin. Ook Demeter is een godin.
    6. Hera en Demeter zijn godinnen.
    7. De goden en godinnen zijn onsterfelijk. 

    Slide 43 - Tekstslide

    Leerdoelen Palaisma 
    1. Je kunt van Griekse woorden en korte zinnen de uitspraak en betekenis noteren
    2. Je kunt de belangrijkste Griekse goden herkennen en koppelen aan hun patronage en attribuut 
    3. Je kunt de Griekse lidwoorden herkennen en benoemen 
    4. Je kunt uitleggen wat de nominatief en accusatief inhouden 
    5. Je kunt onderwerp, lijdend voorwerp en gezegde herkennen in een Griekse zin 
    6. Je kunt adjectieven laten congrueren met substantieven  
    7. Je kunt de inhoud van de cultuurles koppelen aan de Griekse leestekst 

    Slide 44 - Tekstslide

    1 Ὁ Ζεὺς ἔστιν ὁ μέγιστος θεός ∙
    2 ὁ γὰρ Ζεὺς ἔστι πατὴρ καὶ δεσπότης. 
    3 Ἡ θεὰ Ἥρα τέκνον ἔχει ∙ τὸ τέκνον ἔστιν ὁ Ἥφαιστος.
    4 Ὁ θεὸς Ζεὺς τὴν θεὰν Ἥραν καὶ τὸ τέκνον οὐ φιλεῖ ∙
    5 ὁ γὰρ δεσπότης ἄλλας θεὰς φιλεῖ καὶ νέα τέκνα ποιεῖ.
    6 Διὸ ἡ Ἥρα τὸν δεσπότην καὶ τοὺς νέους θεοὺς οὐ φιλεῖ.
    7 Ὅμως οὐδὲν ποιεῖ. Τί οὐδὲν ποιεῖ ; 
    8 Οἱ γὰρ θεοὶ καὶ αἱ θεαὶ τὸν μέγιστον θεὸν σέβουσιν..
    1. Zeus is de grootste god: 
    2. want Zeus is een vader en heerser. 
    3. De godin Hera heeft een kind: het kind is Hefaistos.
    4. De god Zeus houdt niet van de godin Hera en het kind: 
    5. want de heerser houdt van andere godinnen en maakt nieuwe kinderen. 
    6. Daarom houdt Hera niet van de heerser en de nieuwe goden. 
    7. Toch doet zij niets. Waarom doet zij niets? 
    8. Want de goden en de godinnen respecteren de grootste god. 

    Slide 45 - Tekstslide

    Leerdoelen Palaisma 
    1. Je kunt van Griekse woorden en korte zinnen de uitspraak en betekenis noteren
    2. Je kunt de belangrijkste Griekse goden herkennen en koppelen aan hun patronage en attribuut 
    3. Je kunt de Griekse lidwoorden herkennen en benoemen 
    4. Je kunt uitleggen wat de nominatief en accusatief inhouden 
    5. Je kunt onderwerp, lijdend voorwerp en gezegde herkennen in een Griekse zin 
    6. Je kunt adjectieven laten congrueren met substantieven  
    7. Je kunt de inhoud van de cultuurles koppelen aan de Griekse leestekst 

    Slide 46 - Tekstslide

    Check: 
    Leg uit hoe het Grieks duidelijk maakt dat een woord onderwerp of lijdend voorwerp is. 

    Slide 47 - Tekstslide