Donole

Gezond en fit: zo doe je dat!

1 / 14
volgende
Slide 1: Slide
newEditorPrimary EducationAge 4

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 2 min

Onderdelen in deze les

Gezond en fit: zo doe je dat!

Wat weet je al over gezond en fit zijn?

Woordenlijst over gezonde voeding

  • Calorieën: een eenheid die de hoeveelheid energie in voedsel meet.

  • Eiwitten: voedingsstoffen die helpen bij de opbouw en het herstel van spieren..

  • Fruit: eetbare vruchten van planten die rijk zijn aan vitamines en mineralen

  • Groenten: eetbare planten of delen van planten die veel voedingsstoffen bevatten.

  • Koolhydraten: voedingsstoffen die energie leveren voor het lichaam.

  • Mineralen: essentiële voedingsstoffen die ons lichaam nodig heeft voor verschillende functies.

  • Suikers: een type koolhydraten dat energie levert, maar met mate moet worden geconsumeerd.

  • Vetten: voedingsstoffen die energie leveren en helpen bij de opname van vitamines.

  • Vitamines: essentiële stoffen die het lichaam nodig heeft voor groei en gezondheid.

  • Vezels: stoffen in plantaardig voedsel die helpen bij een gezonde spijsvertering.

Leerdoel

Aan het einde van de les kun je uitleggen wat belangrijk is om gezond en fit te blijven in het dagelijks leven.

Gezonde voeding

Eet elke dag genoeg groente, fruit, volkoren producten en drink water. Probeer zo min mogelijk suiker, zout en vet te nemen.

Waarom is gezond leven belangrijk?

Gezondheid

Een gezonde leefstijl zorgt ervoor dat je minder snel ziek wordt.

Als je fit bent, voel je je energieker en kun je meer ondernemen.

Fitheid

Bewegen en sport

Probeer elke dag minimaal 30 minuten actief te zijn. Denk aan lopen, fietsen of sporten.

Rust, slaap en ontspanning

Voldoende slapen en ontspannen is belangrijk om je fit en gezond te voelen. Probeer 8 uur per nacht te slapen.

Samenvatting

Gezond en fit blijven doe je door gezond te eten, voldoende te bewegen en goed uit te rusten. Wat ga jij verbeteren?

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.