Verzendklaar maken en laden

Verzendklaar maken en laden
1 / 49
volgende
Slide 1: Tekstslide
LogistiekMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 49 slides, met tekstslides en 5 videos.

Onderdelen in deze les

Verzendklaar maken en laden

Slide 1 - Tekstslide

Hoofdstukken

De volgende hoofdstukken in Moodle kunnen je helpen bij dit project: 

Verzendklaar maken
Goederen laden
Meer over laden
Transport
Documenten

Slide 2 - Tekstslide

H1. Verzendklaar maken
Onder expeditie vallen alle activiteiten die te maken hebben met het verzenden van goederen. Dit is op te delen in: 
  • Interne expeditie: verzendklaar maken van goederen.
    Hieronder vallen de stappen VAL/VAS activiteiten, sorteren, controleren, verzendverpakken, verzendeenheden samenstelen, klaarzetten voor verzending, gereed melden. 
  • Externe expeditie: vervoer van goederen naar klanten. 

Slide 3 - Tekstslide

H1. Verzendklaar maken
Bij het verzendklaar maken kun je verschillende activiteiten onderscheiden: 
  • VAL activiteiten: Value Added Logistics; activiteiten die te maken hebben met de producten en het transport zoals verpakken, labelen, uitvoeren van transport, verwerken van retourgoederen en assembleren. 
  • VAS activiteiten: Value Added Services; activiteiten die te maken hebben met ondersteunende diensten zoals kwaliteitscontroles, factureren, in- en uitklaren van douanegoederen, customer service. 

In de praktijk lopen deze activiteiten vaak door elkaar heen. 

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

H1. Verzendklaar maken
Na het verzamelen van de goederen, komen deze binnen op de expeditieafdeling. Hier moeten de goederen worden gesorteerd per klant. 

Dit gebeurt vaak handmatig maar kan ok met een sorteertransporteur: een stelsel van transportbanden dat goederen automatisch transporteert en sorteert door middel van een code op de goederen. 

Slide 6 - Tekstslide

Sorteertransporteur

Slide 7 - Tekstslide

H1. Verzendklaar maken
De volgende stap in het proces van verzendklaar maken van goederen is het uitvoeren van een controle. Je checkt of je de juiste en de juiste hoeveelheid goederen hebt verzameld. 

Je kan op twee manieren controleren:
  • Volledige controle: alles controleren, kost veel tijd. 
  • Steekproefcontrole: willekeurige orders controleren. 

Slide 8 - Tekstslide

H1. Verzendklaar maken
De stap die hierna komt, is het verzendverpakken van goederen. De reden dat je de goederen in een verzendverpakking doet zijn: 
  • Bescherming van de goederen
  • Maakt goederen gemakkelijker te laden/lossen
  • Biedt de mogelijkheid voor reclame

Welke soort verpakking je kiest hangt af van de soort goederen. 

Slide 9 - Tekstslide

Soorten verpakkingen

Slide 10 - Tekstslide

H1. Verzendklaar maken
Vervolgens ga je  verzendeenheden samenstellen. Hierbij voeg je alle goederen voor dezelfde klant samen tot één of meer verzendeenheden. Veelgebruikte verzendeenheden zijn rolcontainers of pallets

Je kunt verzendeenheden op twee manieren stapelen:
Koud stapelen: in kolommen. 
In verband stapelen: als een bakstenen muur. 

Slide 11 - Tekstslide

Stapelen

Slide 12 - Tekstslide

H1. Verzendklaar maken
Om te voorkomen dat je goederen tijdens het transport schuiven of vallen, is het belangrijk de verzendeenheden te stabiliseren. Dit kan door: 
Krimpverpakken: het verpakken van een verzendeenheid in kunststoffolie dat door verhitting krimpt. 
Rekverpakken: het verpakken van een verzendeenheid in rekbare folie of een kunststofnet. 
Omsnoeren: het aanbrengen van een metalen of kunststof omsnoeringsband rondom de verzendeenheid. 

Slide 13 - Tekstslide

H1. Verzendklaar maken
Wanneer de verzendeenheden gereed zijn, zet je ze klaar voor verzending. Belangrijk hierbij is het volgende: 
  • Zet de zending in de buurt van de laadplaats. 
  • Zet verzendeenheden bestemd voor dezelfde klant bij elkaar.
  • Houdt rekening met de rijroute. 

Slide 14 - Tekstslide

H1. Verzendklaar maken
Wanneer de order klaarstaat voor verzending, is de laatste stap dat deze gereed moet worden gemeld bij de administratie

De administratie doet dan het volgende: 
  • Boekt de voorraad om van opslag naar uitslag. 
  • Maakt de documenten in orde. 
  • Werkt de orderadministratie bij. 

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

H2. Goederen laden
Het laden van een vrachtwagen kan op verschillende manieren. Het laadproces bestaat wel altijd uit de volgende vier stappen: 
  • Goederen controleren op verzenddocumenten en behandelings- en gevarenetiketten. 
  • Rijroute/laadvolgorde bepalen.
  • Laden en stuwen.
  • Lading zekeren.

Slide 17 - Tekstslide

H2. Goederen laden
Wanneer je goederen gaat laden, moet je ze zo plaatsen dat ze niet kunnen schuiven tijdens het transport. Hierdoor zou namelijk schade kunnen ontstaan aan de goederen. 

Een schuivende lading is vooral gevaarlijk bij: 
  • Optrekken
  • Remmen
  • Nemen van bochten
  • Oneffenheden op het wegdek

Slide 18 - Tekstslide

H2. Goederen laden
Het plaatsen van goederen waardoor ze zo min mogelijk ruimte innemen en niet kunnen schuiven, noem je stuwen.

Stuwen kan op verschillende manieren:
  • Met stuwzakken gevuld met zand of lucht.
  • Met plastic schuim. 
  • Met autobanden. 

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

H2. Goederen laden
Bij het laden van goederen in de vrachtwagen moet je goed letten op de verdeling van het gewicht van de lading. 

Denk aan de volgende punten: 
  • Verdeel de goederen evenwichtig over de vloer van de vrachtwagen. 
  • Let de zwaarste lasten onderop, de lichtere goederen bovenop. 
  • Verdeel gewicht gelijkmatig. 
  • Zorg dat niet alle zware goederen aan één kant staan. 

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Video

H2. Goederen laden
Om zeker te weten dat een lading echt niet gaat schuiven, is het handig om een lading stevig vast te zetten. 
Dit kan met:
  • Stangen
  • Balken
  • Spanbanden
  • Netten
  • Drempels
  • Keggen

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Video

Slide 25 - Tekstslide

H3. Meer over laden
Het duurste product om te vervoeren is lucht. Rijden met een half volgeladen vrachtwagen is een duur grapje. Om dit te voorkomen is het handig de beladingsgraad van het voertuig te berekenen. 

De beladingsgraad is het percentage van de beschikbare laadruimte dat wordt benut. 

Slide 26 - Tekstslide

H3. Meer over laden
De beladingsgraad kun je vrij eenvoudig berekenen. 

Beladingsgraad = gebruikte ruimte / beschikbare ruimte x 100

Voorbeeld: je transporteert 8000 kg aan goederen in een vrachtwagen waarmee je 10000 kg kan vervoeren. 
Beladingsgraad is 8000 / 10000 x 100 = 80%

Slide 27 - Tekstslide

H3. Meer over laden
Sommige goederen mag je niet samen vervoeren. Voor deze goederen geldt een samenladingsverbod. 

Het gaat hierbij vaak om gevaarlijke goederen die nooit in combinatie met andere goederen vervoerd mogen worden. 
Het kan ook gaan om gevaarlijke goederen die niet met levensmiddelen of etenswaar vervoerd mogen worden. 

Slide 28 - Tekstslide

symbolen voor samenladinsverbod

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

H4. Transport
Een transportmodaliteit is een manier om goederen te vervoeren. Bijvoorbeeld: 
  • Over de weg
  • Per spoor
  • Binnenvaart
  • Zeescheepvaart
  • Door de lucht
  • Via de pijpleiding

Slide 31 - Tekstslide

H4. Transport
Wegvervoer is de belangrijkste vorm van binnenlands transport. 

Voordelen:
  • Snel
  • Deur-tot-deur

Nadelen:
  • Vertraging door files
  • Meer tijd nodig voor grote afstanden

Slide 32 - Tekstslide

H4. Transport
Spoorvervoer wordt veel gebruikt voor internationaal transport in Europa.

Voordelen:
  • Snel over grote afstanden
  • Weinig vertragingen

Nadelen:
  • Meestal aanvullend transport nodig
  • Minder flexibel door vaste dienstregeling

Slide 33 - Tekstslide

H4. Transport
Binnenvaart wordt gebruikt voor vervoer van grote hoeveelheden of voor goederen waarvoor lage transportkosten van belang zijn. 

Voordelen:
  • Geschikt voor bulk

Nadelen:
  • Langzaam
  • Aanvullend transport vaak nodig

Slide 34 - Tekstslide

H4. Transport
Zeescheepvaart wordt gebruikt voor vervoer van goederen van en naar Europa

Voordelen:
  • Goedkoopste vorm van overzees vervoer

Nadelen:
  • Langzaam
  • Vaak overladen nodig

Slide 35 - Tekstslide

H4. Transport
Luchtvervoer wordt gebruikt voor snel transport van kostbare goederen.

Voordelen:
  • Snel over grote afstanden

Nadelen:
  • Duur
  • Vaak overladen nodig

Slide 36 - Tekstslide

H4. Transport
Pijpleiding is bestemd voor transport van vloeibare stoffen. 

Voordelen:
  • Goedkoop
  • Geen opstoppingen

Nadelen:
  • Aanleg is duur
  • Eindbestemming moet op netwerk zijn aangesloten

Slide 37 - Tekstslide

H4. Transport
Hoe weet je nou welke transportmodaliteit je in moet zetten? Je moet rekening houden met: 
  • De te overbruggen afstand. 
  • Maximale of gewenste transporttijd. 
  • Kenmerken van de transportmethode: bruikbaarheid, snelheid, bereik, kosten, kans op schade, beschikbaarheid. 

Slide 38 - Tekstslide

H4. Transport
Je kunt verschillende combinaties maken van vervoersmodaliteiten.
  • Multimodaal: vervoer van goederen met meerdere vervoersmodaliteiten.
  • Intermodaal: vervoer van standaardlaadeenheden met meerdere vervoersmodaliteiten. 
  • Synchromodaal: door logistieke dienstverlener gekozen in te zetten transportmodaliteiten. 

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Video

Slide 41 - Tekstslide

H5. Documenten
Om goederen te mogen vervoeren, met welke transportmodaliteit dan ook, heb je vervoersdocumenten nodig. 

Slide 42 - Tekstslide

H5. Documenten
  • AVC-vrachtbrief: voor wegvervoer binnenland of binnenvaart binnenland.
  • CMR-vrachtbrief: voor wegvervoer internationaal of binnenvaart internationaal. 
  • CMR/AVC-vrachtbrief: voor wegvervoer en binnenvaart binnenland en internationaal. 

Slide 43 - Tekstslide

CMR

Slide 44 - Tekstslide

H5. Documenten
  • Bill of lading: vervoer over zee
  • Through bill of lading: vervoer over zee en binnenvaart
  • Combined bill of lading: multimodaal transport

Slide 45 - Tekstslide

H5. Documenten
  • CMN-vrachtbrief: binnenvaart internationaal
  • CIM-vrachtbrief: spoorvervoer
  • Air Waybill of C/N: luchtvervoer

Slide 46 - Tekstslide

H5. Documenten
Naast het vervoersdocument kunnen er ook andere documenten nodig zijn voor transport:
  • Pakbon
  • Factuur
  • Douanedocumenten: Enig- of T-document, TIR-carnet, ATA-carnet.

Slide 47 - Tekstslide

H5. Documenten
Bij het vervoer van gevaarlijke stoffen moet je met nog meer documenten rekening houden:
  • Vrachtbrief met gegevens over de gevaarlijke stof.
  • Gevarenkaart met instructies voor de chauffeur. 
  • Containerbeladingscertificaat bij vervoer over weg en zee. 

Slide 48 - Tekstslide

Slide 49 - Tekstslide