Paragraaf 4.4 - Communicatie model

1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomiePraktijkonderwijsLeerjaar 2

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Economie & Ondernemen klas 2
Welkom
Thema 4- Klantcontact

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deze les
  • Deze les
  • Terugblik quiz
  • Communicatie spel
  • Uitleg communicamodel en ruis
  • Opdrachten maken
  • Bespreken opdrachten
  • Afmaken producten Valentijnsmarkt
  • Afsluiten les en een terugblik
Leg je Ipad klaar.
Op de kop.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dag opening - 9 februari
XXX

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doelen:
Je leert verschillende communicatie vormen.
Je kunt aangeven waaraan een representatieve medewerker moet voldoen
Je kunt zelfstandig aan het werk met de opdrachten.
Je leert hoe je klantvriendelijk communiceert.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet jij al over communiceren?

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Het met woorden communiceren is:
A
verbaal
B
non-verbaal

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Iemand solliciteert als baliemedewerker, wie is representatief?
A
B
C

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is nonverbale communicatie?
A
communiceren met woorden
B
communiceren met lichaamstaal
C
geen van beide
D
beide

Slide 10 - Quizvraag

communiceren met lichaamstaal 
Facebook, what's app of email noemen we...
A
Verbale communicatie
B
Digitale communicatie
C
Non-verbale communicatie
D
Ruis

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Wat voor communicatie is dit?
A
Verbale communicatie
B
Non-verbale communicatie
C
Goede communicatie
D
Ondersteunende communicatie

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Volgens het communicatiemodel begint communicatie bij:
A
De boodschap
B
De zender
C
De ontvanger
D
Het medium

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke hoort er niet bij het communicatiemodel?
A
Zender
B
Boodschap
C
Ontvanger
D
Praten

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is tweezijdige communicatie?
A
De ontvanger kan direct reageren.
B
De ontvanger ontvangt alleen de boodschap en kan niet reageren
C
Vorm van communicatie waarbij de zender voor ruis zorgt
D
Een vorm van non verbale communicatie

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is ruis
A
storing in de communicatie
B
storing in je stem
C
stenen
D
wind

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als je voor de televisie zit, is dit eenzijdige communicatie of tweezijdige communicatie?
A
eenzijdige communicatie
B
tweezijdige communicatie

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Communicatiespel 
  • Waar: in het klaslokaal
  • Wat: steeds 2 leerlingen staan op
  • Hoelang: 10 seconden
  • Daarna gaan deze leerlingen weer zitten en staan er 2 andere leerlingen      voor 10 seconden.
  • Voorwaarde: je mag niet praten tijdens dit spel.
šŸ‘‰ Alle communicatie over wie gaat staan of zitten gebeurt non-verbaal (gebaren, oogcontact, lichaamstaal).

Doel: de ronde zo lang mogelijk gaande houden.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Economie & Ondernemen klas 2

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Communicatiemodel

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zender, ontvanger, medium, ruis?

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Soms is er ruis...

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Storingen in de communicatie

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Problemen door ruis
Ruis omvat alle storingen in de communicatie

  • Interne ruis
  • Externe ruis

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Interne en externe ruis
🟨 Interne ruis = storing in je hoofd.
šŸ‘‰ Voorbeeld: je bent moe, zenuwachtig, afgeleid of je denkt aan iets anders waardoor je de boodschap niet goed begrijpt.

🟨 Externe ruis = storing van buitenaf.
šŸ‘‰ Voorbeeld: lawaai in de klas, iemand die doorpraat, slechte wifi of verkeer dat langsrijdt.

Voorbeeld uit de klas:
De docent legt iets uit, maar jij hoort het niet goed omdat je nadenkt over je proefwerk (interne ruis) of omdat klasgenoten hard praten (externe ruis).

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

MIScommunicatie

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H4.4
Maak:
opdracht:  4.11 t/m 4.13
blz.  134  t/m 137

Klaar: 
  • Begrippen 4.4 in de begrippenlijst schrijven. Blz 134
  • Afmaken producten markt wo.
timer
15:00

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ik kan het communicatiemodel uitleggen
šŸ˜’šŸ™šŸ˜šŸ™‚šŸ˜ƒ

Slide 31 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Communiceren. 

Kies zelf met welke opdracht je start.

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies