cross

1k/t spelling 4.8 les 1



- Telefoon op stil in de (telefoon)tas
- Ga rustig op je plaats zitten.
- Pak je iPad en leg deze met het scherm naar beneden op tafel.
- Pak je boek en pen
- Zodra de les start luister je naar de docent en ben je stil.
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo k, tLeerjaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les



- Telefoon op stil in de (telefoon)tas
- Ga rustig op je plaats zitten.
- Pak je iPad en leg deze met het scherm naar beneden op tafel.
- Pak je boek en pen
- Zodra de les start luister je naar de docent en ben je stil.

Slide 1 - Tekstslide

-  Planning tot meivakantie
- Grammatica Hoofdstuk  4.7 
    

Lesdoel: Ik kan de verleden tijd van de persoonsvorm foutloos schrijven.
                   

Slide 2 - Tekstslide

Wat is een sterk werkwoord?

Slide 3 - Open vraag

Wat is een pv??

Slide 4 - Open vraag

zwakke en sterke ww
Sterke werkwoorden zijn onregelmatige ww
Ik blaas -  ik blies
Ik ben - ik was

Zwakke werkwoorden zijn regelmatige werkwoorden
Ik maak  -  ik maakte
Ik praat  -  ik praatte

Slide 5 - Tekstslide

Deze theorie pas je toe bij de 
persoonsvorm
Ik maakte een kopje koffie

Ik startte met de les

Ik brandde mijn vingers

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Eindigt de stam op: -t, -k, -s, -ch, -p of -x?
dan krijgt de pv -te(n)

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Aan de slag
Wat: Maak opdracht  1, 3, 5 en 6
Hoe: Schrijf de antwoorden in je werkboek
Hulp: Als je iets niet begrijpt steek je je vinger op.
Tijd:   12 minuten. 
Klaar: Kijk samen met je buurman/vrouw naar je antwoorden, of ga verder met score
timer
12:00

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Hebben we het doel behaald?
Lesdoel: Ik kan de verleden tijd van de persoonsvorm foutloos schrijven.

Slide 12 - Tekstslide

zwakke werkwoorden zijn ww die in de verleden tijd van klank veranderen
A
waar
B
niet waar

Slide 13 - Quizvraag

Een andere naam voor zwakke werkwoorden is regelmatige werkwoorden
A
waar
B
niet waar

Slide 14 - Quizvraag

als de stam van een ww op de -p eindigt, dan schrijf je de verleden tijd met -de(n)
A
waar
B
niet waar

Slide 15 - Quizvraag

Ik ....... in de bus
A
stapte
B
stapde

Slide 16 - Quizvraag

vorige week ...... het vliegtuig in Griekenland
A
lande
B
landde

Slide 17 - Quizvraag

de brandweer ........ de brand
A
blusde
B
bluste

Slide 18 - Quizvraag

Gisteren .......... wij op jou
A
wachten
B
wachtten

Slide 19 - Quizvraag

Volgende les

Verder met hst 4.8

Slide 20 - Tekstslide