bs 1 Organismen ordenen

bs 1 Organismen ordenen
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

bs 1 Organismen ordenen

Slide 1 - Tekstslide

Waar gaat deze bassistof over?

  • Kenmerken
  • Vier rijken
  • Soorten en rassen

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
  •  Je kunt organismen indelen door te kijken naar gemeenschappelijke kenmerken.
  •  Je kunt kenmerken noemen van de cellen van bacteriën, schimmels, planten en dieren.
  •  Je kunt uitleggen wanneer organismen tot dezelfde soort behoren.

Slide 3 - Tekstslide

Woordenlijst
  • eencellig 
  • meercellig

Slide 4 - Tekstslide

Inleiding 
Op de wereld leven veel verschillende soorten organismen. Biologen delen organismen in verschillende groepen in. Ze kijken bij het indelen naar de kenmerken van organismen.

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Vertakkingsschema van de indeling van organismen in groepen.

Slide 7 - Tekstslide

organismen
Alle organismen zijn opgebouwd uit cellen.

Slide 8 - Tekstslide

Kenmerken 
Bij het indelen kijken biologen naar kenmerken van cellen. De cellen van alle organismen bevatten een celmembraan en cytoplasma (celplasma).

Slide 9 - Tekstslide

De drie kenmerken die verschillen zijn:
• een celkern
• een celwand
• bladgroenkorrels

Slide 10 - Tekstslide

Celkern 
In de celkern liggen de chromosomen. Bacteriën hebben geen celkern. Bij deze organismen liggen de chromosomen los in de cel. De organismen in de andere drie rijken hebben wel een celkern.

Slide 11 - Tekstslide

1 bacteriën
2 ringvormig chromosoom van een bacterie

Slide 12 - Tekstslide

Celwand 
De celwand zorgt voor de stevigheid van een cel. Alle bacteriën en de cellen vanschimmels en planten hebben een celwand. De cellen van dieren hebben geencelwand.

Slide 13 - Tekstslide

Bladgroenkorrels
Planten hebben in alle groene delen bladgroenkorrels. In deze delen vindt fotosynthese plaats, waarbij glucose wordt gemaakt.

Slide 14 - Tekstslide

 Plantencellen hebben celwanden en bladgroenkorrels.

Slide 15 - Tekstslide

Indelen in groepen
Alle organismen op aarde kun je indelen in vier groepen: bacteriën, schimmels, planten en dieren.

Slide 16 - Tekstslide

Aantal cellen
Bacteriën zijn eencellig. Ze bestaan uit maar één cel. Ook schimmels, planten en dieren kunnen eencellig zijn. Gist is een eencellige schimmel en een alg een eencellige plant
Bij de meeste meercellige organismen zien niet alle cellen er hetzelfde uit. De cellen verschillen in bouw en functie. Bij meercellige organismen komen weefsels en organen voor.

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Soorten 
Organismen behoren tot één soort als ze samen vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen. 
Dit geldt ook voor planten. Een tulp en een narcis kunnen samen geen nakomelingen (zaden) vormen. Ze behoren niet tot dezelfde soort.

Slide 20 - Tekstslide

Ras 
Ze lijken niet erg op elkaar. Het zijn verschillende rassen van de soort hond.

Slide 21 - Tekstslide

Welke groep organismen bestaat uit cellen zonder celkern?
A
dieren
B
planten
C
schimmels
D
bacteriën

Slide 22 - Quizvraag

Bij welke groep hebben de cellen een celkern en een celwand, maar geen bladgroenkorrels?
A
dieren
B
planten
C
schimmels
D
bacteriën

Slide 23 - Quizvraag

Bij welk organisme kunnen de cellen bladgroenkorrels bevatten?
A
een berkenboom
B
een groene specht
C
een paddenstoel
D
een yoghurtbacterie

Slide 24 - Quizvraag

Huiswerk

  • Lezen bs 1
  • Maken woordenlijst bs 1
  • Maken opdrachten bs 1 digitaal 

Slide 25 - Tekstslide