Woordenschat quiz week 39 t/m 45

Welkom!

Woordenschat met Kidsweek in de Klas | quiz week 39 t/m week 45

1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
WoordenschatBasisschoolGroep 4-8

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Welkom!

Woordenschat met Kidsweek in de Klas | quiz week 39 t/m week 45

Slide 1 - Tekstslide




              Lesdoelen
Deze week test je door deze quiz of je de woorden die je de afgelopen drie weken geleerd hebt nog kent. Veel succes!







Veel succes!

Slide 2 - Tekstslide


Welk woord staat hier?

Slide 3 - Open vraag


Welk woord wordt hier bedoeld?

Opdracht die je direct moet opvolgen.

Slide 4 - Open vraag


Wie heeft er gelijk?
Catastrofaal betekent hetzelfde als rampzalig.
Catastrofaal betekent hetzelfde als voorspoedig.
A
Catastrofaal betekent hetzelfde als rampzalig.
B
Catastrofaal betekent hetzelfde als voorspoedig.

Slide 5 - Quizvraag


Wat betekent geenszins?

Slide 6 - Open vraag


Welk woord past op de lege plek? Kies uit: ondervoed, verhongeren of nauwelijks. 
Een vierling komt ... voor.

Slide 7 - Open vraag


Welk woord wordt hier bedoeld?

Degene die tegen de leider in opstand komen.

Slide 8 - Open vraag


Welk woord beschrijft Scoop?
De auto van mijn vader is heel erg groot.

Slide 9 - Open vraag


Welk woord wordt hier bedoeld?

Een groep schepen die bij elkaar hoort.

Slide 10 - Open vraag


Is deze zit WAAR of NIET WAAR?
In Jemen heerst een hongersnood, omdat de mensen te weinig eten hebben.
A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 11 - Quizvraag


Welk woord staat hier?
b = m
+
r = z

Slide 12 - Open vraag


Welk woord wordt hier bedoeld?

De leider van een land dat geen koning(in) heeft.

Slide 13 - Open vraag


Welk woord staat hier?

Slide 14 - Open vraag

Welke woorden horen bij ondervoed? 
Sleep de woorden naar het plaatje.
ondervoed
te weinig eten
overeten
honger
alleen maar snoep
gevaarlijk

Slide 15 - Sleepvraag


Welk woord wordt hier bedoeld?

Heel erg groot, een reus.

Slide 16 - Open vraag

Welke woorden horen bij welke beschrijvingen? Sleep de woorden naar de juiste beschrijvingen.
Heeft de mens nodig om te overleven.
Dit gas ademt de mens uit.
De lucht bestaat voor het merendeel uit dit gas.
koolstofdioxide
zuurstof
stikstof

Slide 17 - Sleepvraag


Welk woord hoort in het midden?
..............
Jemen
weinig eten
situatie

Slide 18 - Open vraag


Welk woord wordt hier bedoeld?

Een groep mensen die bij elkaar komt 
om ergens over te praten.

Slide 19 - Open vraag


Wat betekent moeizaam?
A
Iets wat je gemakkelijk afgaat.
B
Iets wat veel inspanning kost.

Slide 20 - Quizvraag


Welk woorden horen op de lijntjes? Kiest uit: hongersnood, ondervoed, verhongert, nauwelijks, zelden of amper. 
Ik kon het ... geloven, wat ik zag in Jemen. Er heerst daar namelijk een ... Duizenden mensen krijgen ... te eten en zijn daardoor ... Als je ... te eten krijgt moet je oppassen dat je niet ...

Slide 21 - Open vraag


Welk woord wordt hier bedoeld?

De bekendheid en de aandacht.

Slide 22 - Open vraag


Wat betekent het onderstreepte woord? 
Het is allerminst gezond om veel chocolade te eten.

Slide 23 - Open vraag


Welk woord wordt hier bedoeld?

Rampzalig, met heel ernstige gevolgen.

Slide 24 - Open vraag


Wat betekent amper?

Slide 25 - Open vraag


Welk woord past het best bij allesbehalve?
A
met uitzondering van
B
helemaal
C
helemaal niet
D
zonder

Slide 26 - Quizvraag


Welk woord staat hier?
+
- m
- st
+
- p
t = d
+
- s

Slide 27 - Open vraag


Wat betekent focussen?
A
Zorgen dat het beeld vaag is.
B
De camera op de juiste hoogte zetten.
C
Zorgen dat het beeld scherp is.
D
Je ogen sluiten vanwege fel licht.

Slide 28 - Quizvraag


Welk woord wordt hier bedoeld?

Zorgen dat het beeld scherp is.

Slide 29 - Open vraag


Maak een zin met zelden?

Slide 30 - Open vraag


Welk woord wordt hier bedoeld?

Rampzalig, met heel ernstige gevolgen.

Slide 31 - Open vraag


Wat betekent amper?

Slide 32 - Open vraag


Waar zie je het epicentrum?
Klik op de afbeelding om in te zoomen
A
nummer 1
B
nummer 2
C
nummer 3

Slide 33 - Quizvraag


Welk woord wordt hier bedoeld?

Het middelpunt van de aardbeving.

Slide 34 - Open vraag


Welk woord beschrijft Scoop?
Sterven door te weinig eten.

Slide 35 - Open vraag


Welk woord zit verstopt in de woordslang?
roshklawtdbisepicentrumklinrigbgijs

Slide 36 - Open vraag


Welk woord wordt hier bedoeld?

Wat veel inspanning kost / met grote moeite.

Slide 37 - Open vraag


Is deze zin WAAR of NIET WAAR? 
Iemand de stuipen op het lijf jagen is iemand geruststellen.
A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 38 - Quizvraag


Welk woord wordt hier bedoeld?

Een voorwerp dat op het oppervlak van het water kan blijven drijven. 

Slide 39 - Open vraag

Je hebt de quiz af! Scoop is trots op jou.
Tot de volgende keer!

Slide 40 - Tekstslide