Woordsoorten - 3 D/A

Woordleer


Woordsoorten

Text

1 / 39
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsSecundair onderwijsTechnisch secundair onderwijsLeerjaar 3

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Woordleer


Woordsoorten

Text

Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht

Mark Haddon


De vijftienjarige Christopher weet veel van wiskunde, maar weinig van mensen. Hij houdt van lijstjes, patronen en de waarheid. Hij houdt niet van de kleuren geel en bruin en hij wil niet aangeraakt worden. Christopher is in zijn eentje nooit verder geweest dan het einde van de straat. Maar wanneer blijkt dat de hond van de buurvrouw vermoord is, gaat hij op onderzoek uit. Hij begint aan een onvergetelijke reis die zijn veilige wereld volledig op zijn kop zet.



Het was 7 minuten na middernacht. De hond lag midden op het gazon voor het grote huis van mevrouw Shears. Zijn ogen waren dicht. Het leek of hij liggend op z’n zij rende, zoals honden rennen als ze in een droom denken dat ze achter een gevaarlijke kat aan zitten.

Welke woordsoort stond vetgedrukt?

A

zelfstandig naamwoord

B

lidwoord

C

bijvoeglijk naamwoord

D

werkwoord

Zelfstandig naamwoord

Het was 7 minuten na middernacht. De hond lag midden op het gazon voor het grote huis van mevrouw Shears. Zijn ogen waren dicht. Het leek of hij liggend op z’n zij rende, zoals honden rennen als ze in een droom denken dat ze achter een gevaarlijke kat aan zitten.

Benoemen personen, dieren, dingen en plaatsen.

Het was 7 minuten na middernacht. De hond lag midden op het gazon voor het grote huis van mevrouw Shears. Zijn ogen waren dicht. Het leek of hij liggend op z’n zij rende, zoals honden rennen als ze in een droom denken dat ze achter een gevaarlijke kat aan zitten.

Welke woordsoort stond vetgedrukt?

A

telwoord

B

lidwoord

C

bijvoeglijk naamwoord

D

bijwoord

Bijvoeglijk naamwoord

Duiden eigenschappen of toestanden aan.

Het was 7 minuten na middernacht. De hond lag midden op het gazon voor het grote huis van mevrouw Shears. Zijn ogen waren dicht. Het leek of hij liggend op z’n zij rende, zoals honden rennen als ze in een droom denken dat ze achter een gevaarlijke kat aan zitten.

Het was 7 minuten na middernacht. De hond lag midden op het gazon voor het grote huis van mevrouw Shears. Zijn ogen waren dicht. Het leek of hij liggend op z’n zij rende, zoals honden rennen als ze in een droom denken dat ze achter een gevaarlijke kat aan zitten.

Welke woordsoort stond vetgedrukt?

A

voorzetsel

B

lidwoord

C

bijvoeglijk naamwoord

D

voornaamwoord

Voornaamwoord

Verwijzen naar personen of dingen

zonder ze te noemen.

Het was 7 minuten na middernacht. De hond lag midden op het gazon voor het grote huis van mevrouw Shears. Zijn ogen waren dicht. Het leek of hij liggend op z’n zij rende, zoals honden rennen als ze in een droom denken dat ze achter een gevaarlijke kat aan zitten.

Maar de hond rende niet en sliep niet. De hond was dood. Er stak een spitvork uit de hond. De tanden van de vork moeten dwars door de hond heen de grond in zijn gegaan, want de vork was niet omgevallen.

Welke woordsoort stond vetgedrukt?

A

bijwoord

B

lidwoord

C

bijvoeglijk naamwoord

D

werkwoord

Werkwoord

Drukken een handeling, een gebeuren of een toestand uit.

Maar de hond rende niet en sliep niet. De hond was dood. Er stak een spitvork uit de hond. De tanden van de vork moeten dwars door de hond heen de grond in zijn gegaan, want de vork was niet omgevallen.

Maar de hond rende niet en sliep niet. De hond was dood. Er stak een spitvork uit de hond. De tanden van de vork moeten dwars door de hond heen de grond in zijn gegaan, want de vork was niet omgevallen.

Welke woordsoort stond vetgedrukt?

A

voorzetsel

B

bijwoord

C

bijvoeglijk naamwoord

D

werkwoord

Bijwoord

Geven extra info over werkwoord,

bijvoeglijk naamwoord, bijwoord of hele zin.

Maar de hond rende niet en sliep niet. De hond was dood. Er stak een spitvork uit de hond. De tanden van de vork moeten dwars door de hond heen de grond in zijn gegaan, want de vork was niet omgevallen.

Maar de hond rende niet en sliep niet. De hond was dood. Er stak een spitvork uit de hond. De tanden van de vork moeten dwars door de hond heen de grond in zijn gegaan, want de vork was niet omgevallen.

Welke woordsoort stond vetgedrukt?

A

voornaamwoord

B

voegwoord

C

telwoord

D

voorzetsel

Voorzetsel

Geven relatie aan tussen woorden of woordgroepen.

Maar de hond rende niet en sliep niet. De hond was dood. Er stak een spitvork uit de hond. De tanden van de vork moeten dwars door de hond heen de grond in zijn gegaan, want de vork was niet omgevallen.

Ik besloot dat de hond waarschijnlijk met de vork vermoord was. Ten eerste omdat ik geen andere wonden zag en ten tweede denk ik niet dat je een spitvork in een hond zou steken die om een andere reden was doodgegaan, zoals bijvoorbeeld kanker, of een verkeersongeluk. Maar daar kon ik niet zeker van zijn.

Welke woordsoort stond vetgedrukt?

A

voegwoord

B

voorzetsel

C

voornaamwoord

D

werkwoord

Ik besloot dat de hond waarschijnlijk met de vork vermoord was. Ten eerste omdat ik geen andere wonden zag en ten tweede denk ik niet dat je een spitvork in een hond zou steken die om een andere reden was doodgegaan, zoals bijvoorbeeld kanker, of een verkeersongeluk. Maar daar kon ik niet zeker van zijn.

Voegwoord

Voegen zinnen, woordgroepen en woorden aan elkaar.

Ik besloot dat de hond waarschijnlijk met de vork vermoord was. Ten eerste omdat ik geen andere wonden zag en ten tweede denk ik niet dat je een spitvork in een hond zou steken die om een andere reden was doodgegaan, zoals bijvoorbeeld kanker, of een verkeersongeluk. Maar daar kon ik niet zeker van zijn.

Welke woordsoort stond vetgedrukt?

A

voornaamwoord

B

bijwoord

C

lidwoord

D

voorzetsel

Ik besloot dat de hond waarschijnlijk met de vork vermoord was. Ten eerste omdat ik geen andere wonden zag en ten tweede denk ik niet dat je een spitvork in een hond zou steken die om een andere reden was doodgegaan, zoals bijvoorbeeld kanker, of een verkeersongeluk. Maar daar kon ik niet zeker van zijn.

Lidwoord

De lidwoorden zijn de, het en een.

Ik besloot dat de hond waarschijnlijk met de vork vermoord was. Ten eerste omdat ik geen andere wonden zag en ten tweede denk ik niet dat je een spitvork in een hond zou steken die om een andere reden was doodgegaan, zoals bijvoorbeeld kanker, of een verkeersongeluk. Maar daar kon ik niet zeker van zijn.

Welke woordsoort stond vetgedrukt?

A

voornaamwoord

B

lidwoord

C

voorzetsel

D

telwoord

Ik besloot dat de hond waarschijnlijk met de vork vermoord was. Ten eerste omdat ik geen andere wonden zag en ten tweede denk ik niet dat je een spitvork in een hond zou steken die om een andere reden was doodgegaan, zoals bijvoorbeeld kanker, of een verkeersongeluk. Maar daar kon ik niet zeker van zijn.

Telwoord

Drukken aantal of rangorde uit.

Welke woorden zijn een zelfstandig naamwoord?


De hond heette Wellington.

A

De

B

hond

C

heette

D

Wellington

Welke woorden zijn een bijvoeglijk naamwoord?


Niet zo’n kleine poedel met een kapsel, maar een grote poedel.

A

kleine

B

poedel

C

grote

D

kapsel

Welke woorden zijn een zelfstandig naamwoord?


Ze hebben uniformen en cijfers

en je weet wat ze moeten doen.

A

en

B

uniformen

C

cijfers

D

wat

Welke woorden zijn een voornaamwoord?


De agent pakte me bij mijn arm en tilde me overeind.

A

me

B

bij

C

mijn

D

overeind

Welke woorden zijn een bijwoord?


Het was niet leuk dat hij me zo aanraakte.

A

was

B

niet

C

leuk

D

zo

Welke woorden zijn een voornaamwoord?


En toen sloeg ik hem.

A

toen

B

sloeg

C

ik

D

hem

Welke woorden zijn een bijvoeglijk naamwoord?


Dit wordt geen grappig boek.

A

Dit

B

geen

C

grappig

D

boek

Welke woorden zijn een voorzetsel?


Toen zei hij: ‘Je wordt aangehouden

wegens geweldpleging tegen een politieman.’

A

Toen

B

aangehouden

C

wegens

D

tegen

Welke woorden zijn een telwoord?


Het was twaalf na één toen vader op het politiebureau aankwam.

A

twaalf

B

één

C

toen

D

het

Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht

Mark Haddon





Wil je weten hoe het verhaal verdergaat? Dat kan! Ga naar de QR-code en lees daar het volledige verhaal.