Schakelingen 9.4 Elektronische schakelingen

9.4 Elektronische schakelingen
                                




Neem plaats en leg je spullen alvast klaar.
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 17 slides, met tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

9.4 Elektronische schakelingen
                                




Neem plaats en leg je spullen alvast klaar.

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H9: Schakelingen, Je kunt
  1. overeenkomsten en verschillen tussen een transistor en een relais benoemen.
  2. uitleggen wanneer een transistor schakelt van UIT naar AAN (en andersom).
  3. schakelingen tekenen waarin een transistor als schakelaar wordt gebruikt.
  4. toelichten hoe een schakeling met een transistor als schakelaar werkt.
  5. beschrijven hoe je elektrische energie in een condensator kunt opslaan.
  6. toelichten hoe een condensator in een schakeling wordt toegepast.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Transistor
Een transistor is net als de diode en de led een halfgeleider. 
Een transistor kun je gebruiken als automatische schakelaar, net als een relais.

 Een transistor heeft verschillende voordelen:
• Een transistor is kleiner dan een relais.
• Een transistor is goedkoper dan een relais.
• Een transistor verbruikt minder elektrische energie dan een relais.
Maar ook een nadeel:
  • Je kunt er alleen lage spanning mee schakelen


Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Transistor
Transistor heeft 3 aansluitpunten:
Basis (B)
Collector (C)
Emitter (E)

Door een transistor kunnen twee stromen lopen:
• van de basis naar de emitter,
• van de collector naar de emitter.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Transistor



De stroom door de basis bepaalt of de transistor uit- of aanstaat.
De transistor staat in de UIT-stand als de stroom door de basis nul of bijna nul is. Er kan dan ook geen stroom lopen van de collector naar de emitter (afbeelding).

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Transistor



De transistor staat in de AAN-stand als er een kleine stroom door de basis loopt. Er kan dan een veel grotere stroom lopen van de collector naar de emitter (afbeelding). Zo kun je een apparaat aanzetten dat je op de collector hebt aangesloten.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Transistor

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schakelen met een transistor
  • In het bovenste plaatje is het alarmglas (het slingerende lijntje) heel. Omdat er tussen A en B een weerstand zit, gaat hier geen stroom heen. Het is makkelijker om door het raam te lopen.
  • In het onderste plaatje is de draad door het raam verbroken (bijvoorbeeld een raam kapot gemaakt. Hierdoor gaat de stroom van A naar B en dan naar E. Nu kan er ook stroom van C naar E en zal er een zoemer afgaan.

Slide 9 - Tekstslide

De schakeling met een transistor is niet geschikt om er een zware sirene mee in te schakelen. De stroomsterkte die daarvoor nodig is, is te groot voor een transistor. Maar een zoemer kun je er prima mee bedienen.
De automatische straatlantaarn

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Condensator
Condensator                                                          Symbool
Schakelonderdeel waarin een kleine hoeveelheid elektrische energie kan worden opgeslagen.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Een schakeling met condensator
Als je de schakelaar
sluit laadt de condensator op. Als je hem opent blijft de lamp nog kort branden op de stroom van de condensator.

Slide 14 - Tekstslide

De condensator laadt op als je het licht in het toilet aandoet met schakelaar S (afbeelding 6a). De transistor schakelt tegelijk van UIT naar AAN: de ventilator begint te draaien.
• Na het toiletbezoek doe je het licht weer uit. De condensator ontlaadt dan via de basis van de transistor (afbeelding 6b). Omdat de stroomsterkte maar klein is, duurt dat wel even. Gedurende die tijd blijft de transistor in de AAN-stand staan en blijft de ventilator werken.
Ventilatorschakeling

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afsluiting: we weten....
  1. Je kunt overeenkomsten en verschillen tussen een transistor en een relais benoemen.
  2. Je kunt uitleggen wanneer een transistor schakelt van UIT naar AAN (en andersom).
  3. Je kunt schakelingen tekenen waarin een transistor als schakelaar wordt gebruikt.
  4. Je kunt toelichten hoe een schakeling met een transistor als schakelaar werkt.
  5. Je kunt beschrijven hoe je elektrische energie in een condensator kunt opslaan.
  6. Je kunt toelichten hoe een condensator in een schakeling wordt

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nabespreken 
Antwoorden opdrachten

Slide 17 - Tekstslide

Wetenschap is het opdoen van kennis en deze toepassen.
Natuurwetenschappers kijken naar de natuurlijke wereld, en nemen verschijnselen waar. En proberen die te verklaren en te voorspellen.
Ze doen ONDERZOEK en ontdekken zo nieuwe dingen over de natuur om ons heen.
Techniek wordt gebruikt om die kennis in uitvindingen toe te passen

Verschil Natuurkunde en Scheikunde: tijdelijk en blijvende veranderingen: Je kan het niet meer terug krijgen in de oude staat.
Eigenlijk IS scheikunde ook natuurkunde, maar dan specifiek gericht op stoffen en hoe die met elkaar reageren DUS een blijvende verandering