PDO - Les 2

PDO

Pedagogiek/Onderwijskunde



Blok 02
Les 2
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
PDOMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

PDO

Pedagogiek/Onderwijskunde



Blok 02
Les 2

Slide 1 - Tekstslide

Wat hoort NIET bij het begrip: 'waarnemen'?
A
Altijd en overal
B
Zintuigen
C
Doelgericht
D
Meer dan alleen kijken

Slide 2 - Quizvraag

Definitie van observeren:
Doelgericht, bewust en systematisch waarnemen van gedrag.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 3 - Quizvraag

Er zijn 3 soorten waarnemingsfouten
Weet je ze nog???

Slide 4 - Open vraag

Lesdoel les 2

Aan het eind van de les kennen jullie 
het stappenplan dat 'past/hoort' bij
methodisch observeren.

Slide 5 - Tekstslide

Kijk naar het volgende filmpje

Wat zou jij doen?
Waarom zou je dat doen?
Wat zal de consequentie van jouw handelen zijn geweest, denk je?

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Wat is methodisch observeren?

Slide 8 - Woordweb

Observeren met een stappenplan

  • Een plan geeft je meer houvast.
  • Zorgt ervoor dat je niets over het hoofd ziet. 
  • Methodisch observeren = observeren met een vast plan. 
  • Betrouwbaar resultaat. 
  • Iemand anders zal dan ook met hetzelfde resultaat komen. 

Slide 9 - Tekstslide

Het stappenplan
Stap 1: Schrijf op waarom je gaat observeren.
Stap 2: Schrijf de achtergrondgegevens op.
Stap 3: Schrijf de vraagstelling op.
Stap 4: Kies de observatiemethode en de hulpmiddelen. (8.3)
Stap 5: Voer de observatie uit.
Stap 6: Orden de gegevens.
Stap 7: Geef antwoord op de vraagstelling.
Stap 8: Rapporteer. (zie § 8.4)

Slide 10 - Tekstslide

Stap 1: Schrijf op waarom je gaat observeren
  • Noem de aanleiding
  • De aanleiding kan positief of negatief zijn (zie vb blz. 221)


Stap 2: Schrijf de achtergrondgegevens op
  • Bijvoorbeeld leeftijd van het kind, welke groep het zit
(reden → de les waar het gedrag zich voordoet)
Schrijf vooraf alles op wat je nodig kunt hebben
(of kind ziek is geweest, hobby’s, verhuizing, broers en zussen)


Stap 1: Schrijf op waarom je gaat observeren
  • Noem de aanleiding
  • De aanleiding kan positief of negatief zijn (zie vb blz. 221)



Stap 2: Schrijf de achtergrondgegevens op
  • Bijvoorbeeld leeftijd van het kind, welke groep het zit
        (reden → de les waar het gedrag zich voordoet)
  • Schrijf vooraf alles op wat je nodig kunt hebben
         (of kind ziek is geweest, hobby’s, verhuizing, broers en zussen)

Slide 11 - Tekstslide


Stap 3: Schrijf de vraagstelling op
Wat wil je precies te weten komen?!

  • Wie je gaat observeren
  • Welk aspect van het gedrag je gaat observeren
  • In welke situatie je gaat observeren (zie vb blz. 222)

Slide 12 - Tekstslide

Stap 4: Kies de observatiemethode en de hulpmiddelen
(Welke methode je kiest, hangt af van wat je wilt weten.)

  • Hulpmiddelen zijn bijvoorbeeld: stopwatch, laptop, camera, observatieformulieren, etc.

  • Observatieformulieren
               - kun je vooraf maken → eigen observatiepunten                                        beschrijven
               - kant en klare gebruiken:
voordelen: opschrijven gaat sneller, bijv. kruisjes zetten
nadelen: een waarneming uitsluiten omdat het gedrag niet op de formulier staat.

Slide 13 - Tekstslide

Vervolg stap 4

Je kunt ook opname-apparatuur gebruiken.
filmen: 
- voordeel: terugkijken 
- nadeel: niet de hele omgeving terug te zien
 
LET OP:
Voor video- en geluidsopnamen gelden wel voorwaarden!

Slide 14 - Tekstslide

Stap 5: Voer de observatie uit
  • Spreek van tevoren goed af wanneer je het gaat doen
(Welke dag, tijdstip en waar je gaat observeren!)
  • Noteer waargenomen feiten > objectief


Stap 6: Orden je gegevens
  • Verzamel opvallende dingen
  • Kijk ook naar wat je niet had verwacht.
  • Schrijf een korte samenvatting van je observatie!

Slide 15 - Tekstslide


Stap 7: Geef antwoord op de vraagstelling
  • Interpreteren: betekenis geven aan geobserveerd gedrag.
  • Je gebruikt observatiegegevens, achtergrondgegevens en de situatie.
  • Geef nooit een verklaring voor het gedrag.
  • Gebruik nooit woorden als altijd, erg, nooit.
  • Haal er geen nieuwe informatie bij.


Stap 8: Rapporteren (zie §8.4)
  • Zet nu alles in een verslag: het observatierapport.

Slide 16 - Tekstslide

Waarom zijn achtergrondgegevens belangrijk?

Slide 17 - Open vraag

Noem een nadeel van een
observatieformulier

Slide 18 - Woordweb

Volgende week
Basisboek
Stof herhalen: 8.2
Goed doorlezen: 8.3

Werkboek
Maken: opdrachten 8.2

Slide 19 - Tekstslide