Hoofdstuk 3 Oorzaken van criminaliteit

Voor we beginnen met H3..
- Huiswerk controleren. Huiswerk niet af? Nog geen nakijkmodel
-nakijken samenvatting en begrippenlijst en verbeteren 
- Verder met Hoofdstuk 3 
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijkundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 22 slides, met tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Voor we beginnen met H3..
- Huiswerk controleren. Huiswerk niet af? Nog geen nakijkmodel
-nakijken samenvatting en begrippenlijst en verbeteren 
- Verder met Hoofdstuk 3 

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Link

Hoofdstuk 3 oorzaken van criminaliteit. 

Paragraaf 3.1: 
- Welke kenmerken hebben criminelen vaak met elkaar gemeen?

Slide 3 - Tekstslide

Binnen bepaalde groepen komt criminaliteit vaker voor. Dit komt naar voren als we kijken naar: 
1. maatschappelijke positie 

2. etnische afkomst
3. geslacht 
4. leeftijd 

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

1. Maatschappelijke positie

Slide 6 - Tekstslide

Waar heeft de plek van je maatschappelijke positie mee te maken?
- hoeveelheid geld die je verdient
- hoeveel macht je hebt, 
- De kennis die he hebt
- Je talent wat je hebt
- de afkomst die je hebt 

Slide 7 - Tekstslide

Personen met een lage maatschappelijke positie: 

Vaker crimineel gedrag zoals: 
Inbraken, geweldadige berovingen. 
Personen met hoge maatschappelijke positie: 

Minder  vaak crimineel gedrag:
Witteboordencriminaliteit. 

Slide 8 - Tekstslide

2. Etnische afkomst 
Een groep met een gemeenschappelijke afkomst. In Nederland wonen bijna 3 miljoen mensen met een andere afkomst! (Turkije, Duitsland, Marokko...)

Deze mensen nemen hun eigen dominante cultuur mee, en geven deze door aan hun kinderen. 

    Slide 9 - Tekstslide

     Onderzoek: Burgers met een migratie achtergrond komen  vaker in aanraking met de politie. 
    Dit komt door de minder goede maatschappelijke  positie. 

    -Burgers doen vaker aangifte als de verdachte een migratie achtergrond heeft. 

    Slide 10 - Tekstslide

    3. geslacht 
    Jongens en mannen plegen meer criminaliteit.  Dit komt door: 
    - aangeboren verschillen 
    - verschil in socialisatie 
    - Ongelijke macht
    Strafzaken tegen meisjes  is de afgelopen 15 jaar verdrievoudigd

    Slide 11 - Tekstslide

    4. Leeftijd
    Veelvoorkomende criminaliteit 16 - 23 jaar.


    Recidivist: een persoon die steeds opnieuw strafbare feiten begaat. 

    Slide 12 - Tekstslide

    Aan de slag 
    maken paragraaf 3.1 Vraag 1 tm 4 

    Klaar? verder werken paragraaf 3.2 

    Slide 13 - Tekstslide

    Paragraaf 3.2 Waarom wordt iemand criminleel?
    Eerst: zelfstandig lezen  en markeren Paragraaf 3.1 
    timer
    1:00

    Slide 14 - Tekstslide

    Individuele oorzaken crimineel gedrag (risicofactoren)

    - 1. Gebrekkige opvoeding
    - 2 Gedrags en psygische problemen
    -3. Sterke groepsdruk 
    - 4. Problematisch drugsgebruik
    - 5. Persoonlijkheidskenmerken



    Niet alle kenmerken leiden persee tot crimineel gedrag. De kans neemt alleen toe als je te maken hebt met deze risicofactoren 
    Maatschappelijke oorzaken  die tot crimineel gedrag leiden 


    - Slechte levensomstandigheden 
    -1.anonieme samenleving  *
    -2. gelegenheid maakt de dief *
    -3. minder besef van normen en *waarden 
    -4. gebrek aan maatschappelijke bindingen *
    -5. Eens een dief altijd een dief. *

    Slide 15 - Tekstslide

    Anonieme samenleving

    Geen sociale controle: 
    Mensen letten niet op elkaar, buren kennen elkaar niet, niet durven aanspreken op elkaars gedrag (sociale cohesie).




    Slide 16 - Tekstslide

    2. Minder sociale controle en pakkans kleiner -> gelegenheid maakt de dief

    Slide 17 - Tekstslide

    Minder besef van waarden en normen

    Mensen hebben minder gemeenschappelijke waarden en normen dan vroeger. Rechtsregels worden minder precies nageleefd. 

    Er is sprake van normvervaging.

    Slide 18 - Tekstslide

    Gebrek aan maatschappelijke bindingen


    Als je het gevoel hebt dat je nergens bij hoort denk je dat niemand rekening met jou houdt, en dat je ook met niemand rekening hoeft te houden. Dat kan ervoor zorgen dat iemand zich niet veel meer aantrekt van de regels.


    Slide 19 - Tekstslide

    Slide 20 - Tekstslide

    Theorie 4
    Etiketteringstheorie
    Etiketteringstheorie iemand die eenmaal een misdaad heeft begaan zal dit volgende keren ook weer doen. 

    ''Eens een dief altijd een dief''

    Slide 21 - Tekstslide

    Slide 22 - Video