3.1 Ijs, water

1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Noem een overeenkomst en een verschil tussen sneeuw en water.

Slide 2 - Open vraag

IJs op een bevroren achterruit is een...
A
Vaste stof
B
Vloeistof
C
Gas

Slide 3 - Quizvraag

Leerdoelen
1. Je kunt de drie fasen benoemen.

2. Je kunt de drie fasen van water herkennen.

3. Je kunt beschrijven dat ijs en veel vaste stoffen 
een kristalstructuur hebben.

4. Je kunt verschillende soorten neerslag beschrijven.

Slide 4 - Tekstslide

Noem een overeenkomst en een verschil tussen sneeuw en water.

Slide 5 - Open vraag

IJs op een bevroren achterruit is een...
A
Vaste stof
B
Vloeistof
C
Gas

Slide 6 - Quizvraag

Water
.



Waterdamp/nevel                                                   Sneeuw                                                        Rijp                     





Watermolecuul                                                       IJs                                                        Sneeuw          



            

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Link

De drie fasen van een stof

Slide 9 - Tekstslide

Waterdamp en nevel
Waterdamp (gasvormig water) kun je niet zien.

Nevel kun je wel zien.
Het bestaat uit hele kleine druppeltjes vloeibaar
water die zweven in de lucht.

Stoom is hete waterdamp

Slide 10 - Tekstslide

Sneeuwkristallen
Sneeuw heeft een zeshoekige kristalstructuur.

Slide 11 - Tekstslide

Kristalstructuur
De meeste vaste stoffen hebben een kristalstructuur

Slide 12 - Tekstslide

Noem de drie fasen waarin water kan voorkomen in de natuur.

Slide 13 - Open vraag

Waterdamp is onzichtbaar
A
Waar
B
Niet waar

Slide 14 - Quizvraag

Neerslag
.






Maar er zijn meer soorten neerslag

Slide 15 - Tekstslide

Dauw







Dauw ontstaat als waterdamp op voorwerpen condenseert

Slide 16 - Tekstslide

Rijp 






Als het de temperatuur onder het vriespunt ligt, ontstaat er rijp (kleine ijskristallen) i.p.v. dauw. Rijp is wit.

Slide 17 - Tekstslide

IJzel







IJzel ontstaat als koude regen bevriest als het op de grond of een tak komt.
Het is altijd doorzichtig

Slide 18 - Tekstslide

Aan de slag
Maak opgave 1 t/m 7 van blz 95 en 96 (Boek A)

Slide 19 - Tekstslide

Begrippen uit deze les
  • Moleculen
  • Deeltjesmodel
  • Fasen (vast, vloeibaar, gasvormig)
  • Faseovergangen 
  • Waterdamp

Slide 20 - Tekstslide

Begrippen uit deze les

Slide 21 - Tekstslide


Schrijf 3 dingen op die
je deze les hebt geleerd

Slide 22 - Open vraag


Stel 1 vraag over iets dat je
deze les nog niet zo goed hebt begrepen

Slide 23 - Open vraag