Les 23: Helpen bij mondverzorging

Les 23:  
Wat gaan we doen:

Lesdoel:
-Theorie en praktijk: Hoe je moet helpen bij mondverzorging (gebitsverzorging/ gebit)


1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Les 23:  
Wat gaan we doen:

Lesdoel:
-Theorie en praktijk: Hoe je moet helpen bij mondverzorging (gebitsverzorging/ gebit)


Slide 1 - Tekstslide

Helpen bij goede mondverzorging
Mondverzorging is een belangrijk onderdeel van de dagelijkse verzorging van de cliënten in woongroep Hortensia. Meneer Jager heeft een kunstgebit en mevrouw Klein heeft extra zorg nodig. Jij helpt mevrouw Klein bij het poetsen van haar gebit en meneer Jager bij het reinigen van zijn kunstgebit.

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Het gebit
Het gebit is opgebouwd uit kaken, tanden en kiezen. De tanden en kiezen zitten met een wortel vast in de kaak. Om je tanden zit een laagje tandglazuur. Dit beschermt je tanden. Daaronder zit je tandbeen. In het tandbeen zitten bloedvaten en zenuwen. 

Slide 4 - Tekstslide

Het gebit
Als kind heb je een melkgebit. Dat bestaat uit 20 tanden en kiezen. Je melktanden ga je wisselen als je ongeveer 6 jaar bent. Je melkkiezen wissel je wat later. Je krijgt dan een 'volwassen gebit'. Dat bestaat uit 32 tanden en kiezen.

Slide 5 - Tekstslide

Hoe oud ben je ongeveer als je begint met je melktanden wisselen?
A
5 jaar
B
7 jaar
C
6 jaar
D
8 jaar

Slide 6 - Quizvraag

Uit hoeveel tanden bestaat je volwassen gebit?
A
38
B
36
C
34
D
32

Slide 7 - Quizvraag

Tandenpoetsen
Op je tanden en tussen je tanden zit tandplak. Tandplak is slecht voor je tanden. Daarom is het belangrijk om dit weg te poetsen. Anders krijg je gaatjes of ontstekingen.

Slide 8 - Tekstslide

Hoe heet dat spul wat op en tussen je tanden gaat zitten?
A
Tandplak
B
Tandgruis
C
Tandsteen
D
Etensresten

Slide 9 - Quizvraag

Tandenpoetsen
Je poetst je tanden tenminste 2 keer per dag. Je poetst 2 minuten per keer. Dit doe je met tandenborstel en tandpasta.
Zorg dat je al je tanden en kiezen goed poets. Dus denk ook aan de binnenkant van je tanden en kiezen. 
Met een gewone tandenborstel is het lastig overal bij te komen. Met een elektrische tandenborstel is het makkelijker. Omdat de elektrische tandenborstel voor je poetst, poets je grondiger.

Slide 10 - Tekstslide

Hoe vaak per dag moet je minstens je tanden poetsen?
A
3
B
1
C
2
D
4

Slide 11 - Quizvraag

Hoe lang per poetsbeurt moet je poetsen?
A
2 minuten
B
20 seconden
C
3 minuten
D
1 minuut

Slide 12 - Quizvraag

Waarom is poetsen met een elektrische tanden borstel beter?

Slide 13 - Open vraag

Tandenborstels
 Er zijn verschillende ronde borstels, rechthoekige borstels, borstels voor gevoelige tanden, borstels om wittere tanden te krijgen en borstels waarvan de borstelharen scheef staan zodat het apparaat geen enkele hoek van de tand overslaat.

Slide 14 - Tekstslide

Stoken en flossen
Poetsen alleen is niet genoeg. Je moet ook de ruimte tussen je tanden schoonhouden. Door te stoken en te flossen. Hierdoor krijg je ook minder snel gaatjes tussen je tanden. Je zorgt er ook voor dat je adem frisser ruikt.

Slide 15 - Tekstslide

Moet je stoken en flossen voor of na het tandenpoetsen doen?
A
voor
B
na

Slide 16 - Quizvraag

Tandpasta
Een goede tandpasta verwijdert: tandplaque en vuil
De belangrijkste stoffen in tandpasta zijn:
Polijstmiddel - wasactieve stof

Polijsten= gladmaken (gemalen krijgt)
Wasactieve stof= helpt bij het verwijderen van vuil.
Toegevoegde stoffen:
-Fluoride = maakt het tandglazuur harder en helpt daardoor gaatjes te voorkomen.
-Enzymen = helpen het speeksel om tandbederf tegen te gaan

Slide 17 - Tekstslide

Helpen bij goede mondverzorging
Praktijkopdracht 9:
Meneer Jager heeft een kunstgebit. Ook zijn gebit moet worden schoongemaakt.

1. Bekijk het filmpje
2. Maak opdracht 9.1

3. Poets nu de gebitsprothese van Meneer Jager.

Slide 18 - Tekstslide