VOEDING · VOEDING EN GEZONDHEID
Examentraining
Voeding en gezondheid: zo pak je examenvragen aan
VOEDING · VOEDING EN GEZONDHEID
Examentraining
Voeding en gezondheid: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Acabashi / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
VOEDING · VOEDING EN GEZONDHEID
Wat ga je kunnen?
Ik kan gegevens uit tabellen halen, maaltijden vergelijken, rekenen met verhoudingen en redeneren over energie en gezondheid.
Deze slide heeft geen instructies
VOEDING · VOEDING EN GEZONDHEID
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat wordt er gevraagd en welke gegevens heb je?
2. Zoek: vind in de tabel of tekst de juiste regel en kolom.
3. Reken of redeneer: schrijf je berekening of uitleg op.
4. Controleer: klopt de eenheid en past je antwoord bij de vraag?
Deze slide heeft geen instructies
VOEDING · VOEDING EN GEZONDHEID
Vraagtype 1: gegevens uit een tabel halen
Je krijgt een voedingsmiddelentabel.
Zoek eerst de juiste regel (het product) en dan de juiste kolom (de voedingsstof).
Let op de eenheid: kJ of gram, per 100 gram.
Vergelijk alle producten voordat je kiest.
Deze slide heeft geen instructies
Welk product bevat per 100 gram het meeste vet?
Jonge kaas
Volkorenbrood
Halfvolle melk
Chips
In de kolom vet staat bij chips 35 gram en bij jonge kaas 30 gram. Verwachte fout: kaas kiezen omdat dat bekend staat als vet. Image credit: Eigen afbeelding
Welk product bevat per 100 gram het meeste eiwit?
Chips
Gekookte rijst
Appel
Jonge kaas
In de kolom eiwit staat bij jonge kaas 25 gram. Verwachte fout: volkorenbrood kiezen zonder alle regels te vergelijken. Image credit: Eigen afbeelding
VOEDING · VOEDING EN GEZONDHEID
Vraagtype 2: maaltijden vergelijken
Je vergelijkt twee maaltijden met een tabel.
Lees per maaltijd de gevraagde kolom af.
Bij een verschil trek je het kleinste getal af van het grootste.
Let op de eenheid.
Deze slide heeft geen instructies
Welke maaltijd bevat de meeste vezels?
Maaltijd B
Maaltijd A
Allebei evenveel
Dat is niet te zien
Maaltijd A heeft 8 gram vezels, maaltijd B 4 gram. Verwachte fout: B kiezen omdat die meer energie levert. Image credit: Eigen afbeelding
Hoeveel kJ meer energie levert maaltijd B dan maaltijd A?
900 kJ
1700 kJ
1100 kJ
4500 kJ
2800 min 1700 is 1100 kJ. Verwachte fout: de twee getallen bij elkaar optellen (4500) of een rekenfout (900). Image credit: Eigen afbeelding
VOEDING · VOEDING EN GEZONDHEID
Vraagtype 3: rekenen met verhoudingen en percentages
Reken om van 100 gram naar een andere hoeveelheid.
Halve hoeveelheid, halve waarde. Een kwart van de hoeveelheid, een kwart van de waarde.
Percentage: deel gedeeld door het geheel, keer 100.
Schrijf de eenheid achter je antwoord.
Deze slide heeft geen instructies
100 g chips: 2200 kJ. Hoeveel kJ in 25 g?
25 g is een kwart van 100 g, dus 2200 : 4 = 550 kJ. Verwachte fout: 2200 delen door 25 of 25 van 2200 afhalen.
Van 2000 kJ komt 500 kJ uit vet. Hoeveel %?
500 : 2000 x 100 = 25 procent. Verwachte fout: 2000 : 500 = 4 als antwoord geven.
VOEDING · VOEDING EN GEZONDHEID
Vraagtype 4: redeneren over energie en gezondheid
Je krijgt een situatie en moet een gevolg uitleggen.
Vraag je af: wordt er meer energie opgenomen of verbruikt?
Denk aan activiteit en temperatuur.
Noem het gevolg voor reservestoffen en lichaamsmassa.
Deze slide heeft geen instructies
Daan wandelt in de sneeuw. Waarom kost dat meer energie?
Het lichaam moet extra warm blijven
In de kou worden minder reservestoffen verbruikt
In de kou neemt het lichaam meer vezels op
In de kou gaat de ademhaling langzamer
In de kou verbruikt het lichaam extra energie om warm te blijven. Verwachte fout: denken dat kou geen invloed heeft op het energieverbruik. Image credit: Wil540 art / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
Mila neemt evenveel energie op als er verbruikt wordt. Wat gebeurt er met de lichaamsmassa?
Die neemt langzaam toe
Die blijft gelijk
Die neemt langzaam af
Die schommelt sterk
Opname en verbruik zijn in evenwicht, dus de lichaamsmassa blijft gelijk. Verwachte fout: denken dat je altijd aankomt als je eet.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Gegevens uit een tabel halen
Maaltijden vergelijken
Rekenen met verhoudingen en percentages
Redeneren over energie en gezondheid
Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen kort na met een voorbeeld.
VOEDING · VOEDING EN GEZONDHEID
Tips voor op het examen
Lees de kolomkoppen en let op de eenheid, bijvoorbeeld kJ of gram per 100 gram.
Schrijf bij een rekenvraag eerst op waarmee je vermenigvuldigt of deelt.
Bij een verschil: groot getal min klein getal.
Vraag je bij energie altijd af: meer opgenomen of meer verbruikt?
Deze slide heeft geen instructies