2m_4enaamval_voorzetsels

Voorzetsels 4e naamval
Für wen? Für mich und für dich!
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Voorzetsels 4e naamval
Für wen? Für mich und für dich!

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoel
Je kunt de 4e naamval maken met de voorzetsels en de persoonlijke voornaamwoorden.

Slide 2 - Tekstslide

Hamburgers



De hamburger is lecker.
Ik eet hij op.

Slide 3 - Tekstslide

Hoe veranderen de pers. voornaamwoorden (onderwerp / lijd.voorw.)? Één blijft over.
timer
1:00
mich
dich
ihn/sie/es/man
uns
euch
sie/Sie
ich
du
er
ihr
sie/Sie
er/sie/es/man
wir

Slide 4 - Sleepvraag

Overzicht:
1e                    4e                                1e                    4e
ich              = mich                            wir              = uns
du               = dich                              ihr              = euch
er/sie/es  = ihn/sie/es                  sie/Sie     = sie/Sie
                                                               wer? (wie)= wen?

(Staat ook op classroom. Druk het af, altijd handig!)

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Voorzetsels met de 4e naamval
  • De vormen mich, dich enzovoort zijn de vormen van het persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval (4).
  • Na für en een aantal andere voorzetsels staat het persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval.

Slide 7 - Tekstslide


Duits
für
gegen
ohne
um

Nederlands
voor
tegen
zonder
om

Slide 8 - Tekstslide

1e -> 4e
ich
timer
0:15

Slide 9 - Open vraag

1e -> 4e
wir
timer
0:15

Slide 10 - Open vraag

1e -> 4e
er
timer
0:15

Slide 11 - Open vraag

hij
Für ... ist das doch kein Problem.
A
sie
B
er
C
ihn
D
wir

Slide 12 - Quizvraag

zij
Ich gehe nicht ohne ... !
A
sie
B
ihn
C
ihr
D
euch

Slide 13 - Quizvraag

hij
Wir machen uns große Sorgen um ...
A
er
B
ihn
C
ihr
D
euch

Slide 14 - Quizvraag

Hast du das Handy (voor mij) gekauft?

Slide 15 - Open vraag

(zonder jullie) ist die Reise nicht halb so toll.

Slide 16 - Open vraag

Habt ihr einen Prospekt (voor ons) mitgebracht?

Slide 17 - Open vraag

Dat was pittig! Goed gedaan!!!

Slide 18 - Tekstslide

Heb je nog vragen?
Wat vind je nog lastig?

Slide 19 - Open vraag

Maak straks:
Mache: 
  • Kapitel 5 (online) Aufgaben
    37 bis einschließlich (=t/m) 40 
Lerne: 
  1. Wiederhole den Lernstoff Woche 30 
  2. Lernliste J [NL-D] 
  3. Redemittel D 1-7 [NL-D] 

Slide 20 - Tekstslide