5.3 De fabriek met stoomkracht

1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
GesMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik-opdracht
1. Bekijk de bron eerst voor jezelf. 








2. Schrijf voor jezelf op welke oorzaak van de Industriële Revolutie in Engeland  is af te lezen in de bron?

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


welke oorzaak van de Industriële Revolutie in Engeland is af te lezen in de bron?
Terugblik-opdracht

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke drie revoluties worden als oorzaken gezien voor het ontstaan van de Industriële Revolutie?

Slide 5 - Woordweb

Agrarische revolutie: Vernieuwing in de landbouw zorgde voor meer voedsel met minder personeel. Machines werden gebruikt.
Demografische revolutie: De bevolking groeide explosief door betere voeding en hygiëne, wat zorgde voor meer arbeiders en klanten.
Transportrevolutie: Door stoomtreinen en kanalen konden grondstoffen en producten sneller en goedkoper worden vervoerd.

Industriële Revolutie
1750-1900




  • Door de komst van de machines verandert de manier waarop mensen produceren: van handmatig naar machinaal
  • De verandering noemen we de Industriële Revolutie









Niet alleen de manier van produceren verandert enorm: ook de komst van stoomtreinen brengt grote veranderingen in het vervoer van mensen en goederen.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

5.3 De fabriek met stoomkracht 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

      Leerdoelen
1. Je kent de betekenis van de begrippen kapitalisme, liberalisme, communisme, klassenstrijd, sociaaldemocraten, sociale kwestie. (R)
Je kan uitleggen hoe de liberalen, communisten en sociaaldemocraten de sociale kwestie wilden oplossen.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  1. Welke vernieuwingen bracht de industriële revolutie?
  2. Welke voor- en nadelen van de industriële revolutie laat het fragment zien?
  3. Zie je een bepaalde mening of boodschap in het fragment?
  4. Heeft de industrie na de industriële revolutie nog nieuwe revoluties meegemaakt? Leg uit.






Slide 9 - Tekstslide

Charlie Chaplin maakte in 1936 een film over de opkomst van de industrie. Hij laat met een knipoog zien hoe het werk van de mensen is veranderd. Met het fragment uit de film leren leerlingen belangrijke voor- en nadelen van de industriële revolutie.

Slide 10 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Nederland industrialiseert laat (1)
  • Pas vanaf 1870

  • Handel blijft voor veel investeerders belangrijk: weinig vertrouwen in de industrie

  • Geen geschikte grondstoffen voor industrie

  • Op de afbeelding: papier maken rond 1800 en rond 1870

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nederland industrialiseert...toch
  • Vanaf 1870 steeds meer fabrieken
  • Liberalen aan de macht: meer economische vrijheid

  • Willem 1 wil van Nederland een modern land maken met goede infrastructuur en industrie

  • Voldoende arbeidskrachten 

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kapitalisme
kapitalisme is een economisch systeem waarin winst maken centraal staat.

Fabriekseigenaren investeren geld (kapitaal) om producten te maken en proberen zoveel mogelijk winst te verdienen. Arbeiders werken voor loon in die fabrieken.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gevolgen van de industrialistatie

  • Huisnijverheid (gedaan door boeren) kan niet meer concurreren tegen de fabrieken.

  • Arbeiders trekken naar de stad: urbanisatie

  • Steden groeien erg snel

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sociale kwestie
Werkomstandigheden
  • Saaaaaaaai (door arbeidsdeling/lopende band)

  • Lange werkdagen (14 uur per dag)
  • Gevaarlijk

  • Geen enkel recht

  • Lage lonen (bij fouten: loon inhouden)

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sociale kwestie
Kinderarbeid
  • Goedkope arbeidskrachten

  • Ze zijn nog jong: je hebt er nog lang wat aan

  • Ze zijn goedkoper

  • Hun kleine handen kunnen beter op plekken tussen machines

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sociale kwestie
Woonomstandigheden
  • Slechte woningen (snel gebouwd dus: haastige spoed...)

  • Panden die niet als woning zijn bedoeld (zoals kelderwoningen)

  • Dichtbij fabrieken

  • Slechte hygiëne, riolering en watervoorzieining

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Liberalisme
Liberalen vonden dat de overheid zich zo min mogelijk moest bemoeien met de economie. Fabrieken en bedrijven moesten vooral vrij zijn.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dus... 
Sociaal democraten
Zij vonden:

kapitalisme mag blijven bestaan
maar de overheid moet ingrijpen om arbeiders te beschermen
rijkdom moet eerlijker verdeeld worden
iedereen moet kansen krijgen

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dus... 
Sociaal democraten
Nieuwe regels

verbod op kinderarbeid
maximum werktijden
minimumloon
stemrecht voor arbeiders
sociale zekerheid
pensioen en uitkeringen

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dus... 
Sociaal democraten
Verschil tussen arm en rijk
Verschil tussen arbeiders en bazen

Klassenstrijd

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dus... 
Communisten
Daarom wilden communisten:

-geen privébezit van fabrieken en grote bedrijven

-dat arbeiders samen eigenaar werden

-een samenleving zonder grote verschillen tussen arm en rijk

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


In delen van Noord- en Oost-Nederland was het trouwens niet veel beter...

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Wat?
Onderzoek de uitvindingen van de Industriële Revolutie.

Hoe?
Onderzoek: Elk groepje krijgt een werkblad met informatie en vragen over hun toegewezen uitvinding.
Beantwoord de vragen: Lees de informatie door en beantwoord de vragen op het werkblad.
Presenteer: Bereid een korte presentatie voor om de uitvinding en de impact ervan op de maatschappij te delen met de klas.

Hoelang?
20 min. 

Klaar!
Elk groepje zal hun bevindingen presenteren aan de klas, waarbij ze zich focussen op hoe hun uitvinding een transformatieve rol speelde tijdens de industriële revolutie.



Slide 24 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

      Leerdoelen
  1. Je kent de betekenis van de begrippen huisnijverheid, schietspoel, Spinning Jenny, stoommachine. (R)
  2. Je kan uitleggen waarom er vernieuwingen in de textielnijverheid plaatsvonden. (T1)
  3. Je kan uitleggen waarom vernieuwingen in de textielnijverheid zich snel verspreiden.(T1)
  4. Je kan uitleggen waarom de textielindustrie van huisnijverheid naar fabrieken ging. (T1)
  5. Je kan uitleggen hoe en waarom steden veranderden met de komst van het waterframe en de stoommachine. (T2)

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noem 3 uitvindingen tijdens de Industriële Revolutie

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies