Oefentoets (schrijven)

Oefentoets
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Beroepsopleiding

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Oefentoets

Slide 1 - Tekstslide

Ben je klaar voor de oefentoets?
😒🙁😐🙂😃

Slide 2 - Poll

Start oefentoets

Slide 3 - Tekstslide

schrijven | dictee

Slide 4 - Tekstslide

Wat hoor je?

zin 1

Slide 5 - Open vraag

Wat hoor je?

zin 2

Slide 6 - Open vraag

Wat hoor je?

zin 3

Slide 7 - Open vraag

Wat hoor je?

zin 4

Slide 8 - Open vraag

Wat hoor je?

zin 5

Slide 9 - Open vraag

schrijven | maak zinnen

Slide 10 - Tekstslide

Maak een zin met....
OVERMORGEN.

Slide 11 - Open vraag

Maak een zin met .....
BESTELLING.

Slide 12 - Open vraag

Maak een zin met .....
VOORSTELLEN (werkwoord).

Slide 13 - Open vraag

Maak een zin met .....
SYSTEEM.

Slide 14 - Open vraag

Maak een zin met .....
UITZOEKEN (werkwoord).

Slide 15 - Open vraag

schrijven | een klacht

Slide 16 - Tekstslide

Zoek de fouten
KLACHTBRIEF

Beste meneer Van Appelen,

Ik heb een magnetron bij uw gekogt. Ik heb haar op 12 maart gekocht, omdat hij doet het niet. Mijn eten word niet warm en een knop is kaapot. Hij ook maakt veel lawaaj.

Wil ik graag het magnetron die werkt. Kunt u oplossen deze problem?

Ik hopen dat u snel reageerd. Alvast bedankt voor u rejactie.

Met Vriendelijke Groetjes, 
Sandra Binker 



Slide 17 - Tekstslide

Kijk naar de fouten
Beste meneer Van Appelen,

Ik heb een magnetron bij uw gekogt. Ik heb haar op 12 maart gekocht, omdat hij doet het niet. Mijn eten word niet warm en een knop is kaapot. Hij ook maakt veel lawaj.

Wil ik graag het magnetron die werkt. Kunt u oplossen deze problem?

Ik hopen dat u snel reageerd. Alvast bedankt voor u rejactie.

Met Vriendelijke Groetjes,

Sandra Binker

Slide 18 - Tekstslide

Uitleg
1. gekogt → gekocht
Het werkwoord is kopen. De verleden tijd/het voltooid deelwoord is gekocht.
Ik heb een magnetron gekocht.

2. haar → hem
Een magnetron is een de-woord: de magnetron. Daarom gebruiken we hem, niet haar.
Ik heb hem op 12 maart gekocht.

3. omdat hij doet het niet → omdag hij het niet doet / omdat hie niet werkt
De zin 'omdat hij doet het niet' heeft een verkeerde woordvolgorde. Na 'omdat' komt het werkwoord meestal achteraan. 

Slide 19 - Tekstslide

Uitleg
4. word → wordt
Het onderwerp is mijn eten (= het). Bij worden krijgt de derde persoon enkelvoud een -t.
Mijn eten wordt niet warm.

5. kaapot → kapot
Het woord wordt geschreven als kapot, met één a.
De knop is kapot.

6. Hij ook maakt → Hij maakt ook
In een gewone hoofdzin staat het werkwoord op de tweede plaats.
Hij maakt ook veel lawaai.


Slide 20 - Tekstslide

Uitleg
7. lawaj → lawaai
De juiste spelling is lawaai.
De magnetron maakt veel lawaai.

8. Wil ik graag het magnetron die werkt → Ik wil graag een magnetron die werkt
Hier zijn meerdere dingen fout:
  • Wil ik → Ik wil: normale woordvolgorde.
  • het magnetron → een magnetron: magnetron is een de-woord.
  • die werkt is wel goed, omdat magnetron een de-woord is.

Slide 21 - Tekstslide

Uitleg
9. oplossen deze problem → dit probleem oplossen
De woordvolgorde is verkeerd. Bovendien is het: dit probleem, niet deze problem.
probleem heeft een dubbele e en eindigt op -eem. Dus: Kunt u dit probleem oplossen?

10. hopen → hoop
Het onderwerp is ik. Daarom gebruiken we hoop, zonder -en. Dus: Ik hoop dat u snel reageert.

11. reageerd → reageert
Het werkwoord is reageren. Bij u gebruiken we in de tegenwoordige tijd reageert.
Dus: Ik hoop dat u snel reageert.

Slide 22 - Tekstslide

Uitleg
12. u rejactie → uw reactie
Hier zijn twee fouten:
  • u → uw wanneer het bezit aangeeft: uw reactie.
  • rejactie → reactie.
Dus: Bedankt voor uw reactie.

13. Met Vriendelijke Groetjes → Met vriendelijke groet
In een brief schrijf je 'vriendelijke' met een kleine letter 
Dus: Met vriendelijke groet,


Slide 23 - Tekstslide

Verbeter 'de klacht'
Beste meneer Van Appelen,

Ik heb een magnetron bij uw gekogt. Ik heb haar op 12 maart gekocht, omdat hij doet het niet. Mijn eten word niet warm en een knop is kaapot. Hij ook maakt veel lawaaj.

Wil ik graag het magnetron die werkt. Kunt u oplossen deze problem?

Ik hopen dat u snel reageerd. Alvast bedankt voor u rejactie.

Met Vriendelijke Groetjes, 
Sandra Binker 



Slide 24 - Tekstslide

De klacht (zonder fouten)
Beste meneer Van Appelen,

Ik heb een magnetron bij u gekocht. Ik heb hem op 12 maart gekocht omdat hij het niet doet. Mijn eten wordt niet warm en een knop is kapot. Hij maakt ook veel lawaai.

Ik wil graag een magnetron die werkt. Kunt u dit probleem oplossen?

Ik hoop dat u snel reageert. Alvast bedankt voor uw reactie.

Met vriendelijke groet, 
Sandra Binker 



Slide 25 - Tekstslide

grammatica | mij, jou, u ....

Slide 26 - Tekstslide

Vul het juiste woord in.
Ik sta voor het raam van Linda.
Zij ziet ... niet.
A
u
B
haar
C
mij
D
ons

Slide 27 - Quizvraag

Vul het juiste woord in.
Max heeft veel rommel in huis.
Zijn vriend helpt ... opruimen.
A
hem
B
haar
C
hij
D
hun

Slide 28 - Quizvraag

Vul het juiste woord in.
Wij maken vrijdag de toets.
Dan doen wij ... best.
A
wij
B
ons
C
jullie
D
hen

Slide 29 - Quizvraag

grammatica | hij, het, ze

Slide 30 - Tekstslide

Vul het juiste woord in.
Het kind eet graag wortels.
... lijkt wel een konijn.
A
ze
B
hij
C
het

Slide 31 - Quizvraag

Vul het juiste woord in.
Mijn cursisten zijn heel leuk
... zijn de leukste van allemaal!
A
ze
B
hij
C
het

Slide 32 - Quizvraag

Vul het juiste woord in.
Vrijdag maken we een toets.
Deze keer is ... vast makkelijk.
A
ze
B
hij
C
het

Slide 33 - Quizvraag

grammatica | Inversie

Slide 34 - Tekstslide

Ik ben in Amsterdam opgegroeid.
IN AMSTERDAM...

Slide 35 - Open vraag

Mijn jas is kapot.
GELUKKIG...

Slide 36 - Open vraag

Ik heb opeens heel veel dorst.
OPEENS...

Slide 37 - Open vraag

Ik moet morgen eerst naar de dokter.
MORGEN...

Slide 38 - Open vraag

Ik moet morgen naar de dokter.
HELAAS...

Slide 39 - Open vraag

Hoe ging het?
heel moeilijk
een beetje moeilijk
niet makkelijk niet moeilijk
een beetje makkelijk
heel makkelijk

Slide 40 - Poll

Tijd over?
woordenschat oefenen in jouw licentie

Slide 41 - Tekstslide