Economisch bekeken - H1. Zakgeld en inkomen

1.1 inkomsten in soorten
Wat is economie

Je weet wat verschillende inkomsten zijn. 
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo lwoo, b, kLeerjaar 2

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

1.1 inkomsten in soorten
Wat is economie

Je weet wat verschillende inkomsten zijn. 

Slide 1 - Tekstslide

Economie
Begrippen vooral over geld
Rekenen (wel met rekenmachine)

8 hoofdstukken: 
P1: H1,2,3
P2: H4,5 en 6
P3: H7 en 8


Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Soorten inkomen
Je kan op verschillende manieren inkomen ontvangen.

  1. Inkomsten in geld: briefjes, muntgeld of op een rekening.
  2. Inkomsten in natura: auto, telefoon, ov chipkaart.


Slide 4 - Tekstslide

Inkomen
  • Inkomen is alles wat je ontvangt.

    Er zijn verschillende soorten inkomsten:
    Inkomsten met tegenprestatie, zoals werk
    Inkomsten zonder tegenprestatie, zoals zakgeld of een uitkering.

Slide 5 - Tekstslide

Aan de slag
1.1 inkomsten in soorten
Blz 8 +9
Opdracht 1 t/m 15


Klaar? boek lezen



Slide 6 - Tekstslide

1.1 inkomsten in soorten
Nakijken
Uitleg zakgeld en inkomsten


Je weet wat verschillende inkomsten zijn. 

Slide 7 - Tekstslide

Rik krijgt voor oppassen 20 euro en een bioscoopbon van 7,50
Wat is het inkomen in geld van Rik?
A
7,50
B
20,00
C
27,50

Slide 8 - Quizvraag

Inkomen zonder tegenprestatie
Inkomen zonder tegenprestatie daar hoef je niets voor te doen

Bijvoorbeeld: Kinderbijslag, zorgtoeslag, zakgeld of cadeau

Slide 9 - Tekstslide

Zakgeld

Je kan zelf bepalen wat je zakgeld noemt
Inkomen

Al het inkomen in geld en natura wat je krijgt. 
Dit kan inkomsten met tegenprestatie zijn (loon) en zonder tegenprestatie (bijvoorbeeld toeslagen)

Slide 10 - Tekstslide

Aan de slag
1.1 inkomsten in soorten
Blz 9 en 10
Opdracht 16 t/m 29

Klaar? Rekentrainer
Boek lezen



Slide 11 - Tekstslide

1.2 Zakgeld vergelijken
Terugblik vorige les
Nakijken 1.1 16 t/m 29
Uitleg §1.2 'Zakgeld vergelijken'

Je leert hoe je geld kan omrekenen naar een andere periode


Slide 12 - Tekstslide

Bedragen vergelijken

Slide 13 - Tekstslide

Verschillende periodes
Je krijgt €20,- zakgeld per maand.
Hoeveel is dit per jaar?
Hoeveel maanden zitten er in een jaar? 

Slide 14 - Tekstslide

Verschillende periodes
Je krijgt €20,- zakgeld per week.
Hoeveel is dit per maand?
20 euro  x 12 =   240 euro per jaar

Slide 15 - Tekstslide

Aan de slag!
§2 'Zakgeld vergelijken'

Lezen & Maken:
opdr. 1 t/m 17
(blz. 12/ 13)

Klaar? Al het huiswerk af? 
Rekentrainer maken
Herhaling: 
In een jaar zitten: 

365 dagen
52 weken
12 maanden
4 kwartalen

Slide 16 - Tekstslide

1.2 Zakgeld vergelijken
Terugblik vorige les
Nakijken 1.2 11 t/m 17
Uitleg

Je leert hoe je geld kan omrekenen naar een andere periode


Slide 17 - Tekstslide

Verschillende periodes
Je krijgt €6,- zakgeld per week.
Hoeveel is dit per maand?
Let op: een maand bestaan niet uit vier weken!
Je kunt dus niet eenvoudig €6,- vermenigvuldigen met 4.

Ga uit van:
  • 52 weken per jaar
  • 12 maanden per jaar

Slide 18 - Tekstslide

Verschillende periodes
Je krijgt €6,- zakgeld per week.
Hoeveel is dit per maand?
  1. Reken het jaarbedrag uit
  2. Deel het jaarbedrag door 12

Slide 19 - Tekstslide

Verschillende periodes
Je krijgt €6,- zakgeld per week.
Hoeveel is dit per maand?
  1. Reken het jaarbedrag uit
  2. Deel het jaarbedrag door 12
6 euro  x 52 =   312 euro per jaar

312 euro :  12 = 26 euro per maand

Slide 20 - Tekstslide

Omrekenen week en maand

Slide 21 - Tekstslide

Bram krijgt €10 zakgeld per week. Hoeveel is dat per maand?
A
€10
B
€43,33
C
€40
D
€1,42

Slide 22 - Quizvraag

De contributie voor de voetbalclub kost € 95 per jaar. Hoeveel is dat per week?
A
€ 1,79
B
€ 1,83
C
€ 7,30
D
€ 7,92

Slide 23 - Quizvraag

Aan de slag!
§2 'Zakgeld vergelijken'

Lezen & Maken:
opdr. 18 t/m 34 
(blz. 14)

Klaar? Al het huiswerk af? 
Rekentrainer maken

Herhaling: 
Formule maand naar jaar: 
Maandbedrag x 12 = jaarbedrag

Formule week naar jaar:
Weekbedrag x 52 = jaarbedrag

Formule week naar maand: 
Weekbedrag x 52 : 12 = maandbedrag

Formule maand naar week: 
Maandbedrag x 12 : 52 = weekbedrag

Slide 24 - Tekstslide

1.3 werken met een tabel
Herhaling paragraaf 2
1.2 nakijken
Uitleg en maken paragraaf 3 

Je kan de juiste gegevens in een tabel zoeken

Slide 25 - Tekstslide

Reken uit...
Je krijgt per week € 5,- zakgeld.
Hoeveel is dit per maand?

Slide 26 - Tekstslide

Van week naar maand/van maand naar week
Van maand naar week --> x 12 : 52
Van week naar maand --> x 52 : 12

Slide 27 - Tekstslide

Omrekenen

Slide 28 - Tekstslide

Omrekenen week en maand

Slide 29 - Tekstslide

Werken in een tabel
zakgeld
inkomsten in natura
loon
januari
25
€29
€14
februari
€20
€12
€35
maart
€23
€32
€24
april
€10
€ 4
€40
mei
€21
€10
€12
juni
€19
€17
€ 0

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Tabellen 
Titel = staat helemaal aan de bovenkant 
Kolom = van boven naar beneden
Rij = van links naar rechts

* = toelichting
Extra informatie is terug te vinden in de toelichting. Vaak onder de tabel. 

Slide 32 - Tekstslide

Tabel: Daglonen medewerkers in euro's
Rij
Kolom
Titel
Toelichting

Slide 33 - Tekstslide

Minimum(jeugd)loon
  • Het salaris een werknemer (vanaf 21 jaar) MINIMAAL moet verdienen
  • Tussen 15 en 21 jaar: minimum JEUGDloon. Dit is een bepaald percentage van het Minimumloon

Slide 34 - Tekstslide

Aan de slag
1.3 werken met een tabel
Opdracht1 t/m 29
Blz 16 t/m 18

Klaar: rekentrainer
Huiswerk af?
Lezen boek

Slide 35 - Tekstslide