cross

wk 5 2021 2022

LES 1
timer
10:00
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

LES 1
timer
10:00

Slide 1 - Tekstslide

Schrijven
  • Je oefent met het maken van aantekeningen bij een kort fragment.

Slide 2 - Tekstslide

Voorbereiden
  1. Weet waar de les, presentatie of gebeurtenis over gaat.
  2. Bedenk wat je wilt onthouden / te weten moet komen.
  3. Leg pen, papier of digitale hulpmiddelen klaar
  4. Laat je niet afleiden
  5. Schrijf niet alles op wat je hoort, alleen de kernwoorden.
  6. Gebruik pijltjes, symbolen, tekeningen.
  7. Lees na afloop je aantekeningen door en vul aan waar nodig. 

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Link

Cornell methode

In de jaren 50 heeft een hoogleraar een manier ontwikkeld om aantekeningen te maken. Hij werkte op Cornell University. Vandaar de naam. Jij gaat zijn manier nu uitproberen.

Slide 5 - Tekstslide

Hoe werkt de Cornell methode?
  1. Schrijf bovenaan het onderwerp van de les.
  2. Verdeel het blad in twee delen.
  3. Maak tijdens de les je aantekeningen in het rechter vak: Schrijf niet alles letterlijk over, gebruik steekwoorden, afkortingen, symbolen en tekeningen.
  4. In het linker vak noteer je het volgende: Belangrijkste punten, sleutelwoorden, data, plaatsen, namen, enz. Ze moeten horen bij wat er in het rechter veld staat.
  5. Maak onderaan een samenvatting.
  6. Hou een hand over het rechter veld en overhoor jezelf.



Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Spelling
Je kunt aan het einde van de les de bezitsvorm correct spellen

Slide 9 - Tekstslide

De bezitsvorm
Peter
Marieke
Jan
Chantal
Corné
Richard
Mark
computer
theeglas
handzaag
schaar
laptop
mobiel
toets

Slide 10 - Tekstslide

In de vorige dia heb je gemerkt dat je iedere keer een 
-s- achter het zelfstandig naamwoord plakt om de bezitsvorm te krijgen.

Hoofdregel bezitsvorm: schrijf een -s- achter het zelfstandig naamwoord.


Slide 11 - Tekstslide

De onderstaande voorbeelden zijn juist. Leid aan de hand van deze voorbeelden de uitzonderingsregels op de hoofdregel af.

1. Paolo's gerecht, guppy's voer, Ravi's sneakers.

2. Lotus' zusje, Alex' vakantie, Joyce' studio.

Slide 12 - Tekstslide

Twee uitzonderingen:

1. Het zelfstandig naamwoord eindigt op een lange klinker of een -y. Je krijgt dan 's   Opa's stoel / Amy's roddels

2. Het zelfstandig naamwoord eindigt op een sisklank. Je krijgt dan '    Max' boek  / Maurice' computer

Slide 13 - Tekstslide

Opdrachten maken (1Q)
blz. 244 opdr 2

blz. 245 opdr 5
blz. 243 opdr 1

blz. 245 opdr 5
Bovenstaande opdrachten vormen het huiswerk voor de volgende les. 

Slide 14 - Tekstslide

Opdrachten maken (1N en 1P)
blz. 236 opdr 23

blz. 237 opdr 26
blz. 235 opdr 22

blz. 237 opdr 26
Bovenstaande opdrachten vormen het huiswerk voor de volgende les. 

Slide 15 - Tekstslide

LES 2
timer
10:00

Slide 16 - Tekstslide

Schrijven
  • Je weet welke schrijfdoelen er zijn
  • je kunt vaststellen bij welk tekstsoort een schrijfdoel past
  • je kunt het taalgebruik voor je publiek bepalen

Slide 17 - Tekstslide

Wat voor een teksten schreef jij op de basisschool?

Slide 18 - Woordweb

Schrijf je in je vrije tijd wel eens? Zo ja, wat voor een teksten zijn dit?

Slide 19 - Woordweb

Schrijf je de teksten of typ je de teksten liever? Leg je voorkeur uit.

Slide 20 - Woordweb

Welk doel kan de schrijver met zijn tekst hebben?

Slide 21 - Woordweb

Tekstsoorten en -doelen
  1. Informerende teksten - informeren
  2. Uiteenzettende teksten - uitleggen
  3. Beschouwende teksten - mening vormen
  4. Betogende teksten - overtuigen
  5. Aansporende/activerende teksten - overhalen/activeren
  6. Amuserende teksten - amuseren/vermaak

Slide 22 - Tekstslide

Opdracht in tweetallen
Eén van jullie opent een document waar jullie beiden in kunnen werken. Zoek nu bij ieder tekstsoort een voorbeeld op internet. Plak dit voorbeeld in je document en typ er duidelijk bij om wat voor een tekstsoort het gaat. 

Slide 23 - Tekstslide

Spelling
  • We herhalen in deze les de bijvoeglijke naamwoorden en het meervoud van zelfstandige naamwoorden.
  • We bekijken de leerwijzer voor de 1-toets spelling volgende week

Slide 24 - Tekstslide

Opdrachten maken (1N en 1P) nakijken
blz. 236 opdr 23

blz. 237 opdr 26
blz. 235 opdr 22

blz. 237 opdr 26
Bovenstaande opdrachten vormen het huiswerk voor de volgende les. 

Slide 25 - Tekstslide

Het bijvoeglijk naamwoord 
Er zijn 3 soorten bijvoeglijke naamwoorden: een gewoon bnw, een stoffelijk bnw en een bnw afgeleid van een ...(1..). Een stoffelijke bn  afgeleid van een oude stof krijgen altijd ..(2).. Nieuwe stoffen krijgen ..(3..). Als het gewone voltooid deelwoord op een -t- of een -d- eindigt, schrijf je het bnw daarvan zo ..(4).. mogelijk tenzij er een ..(5).. is. Als het gewone vdw eindigt op -en schrijf je deze ook zo als bnw. 

Slide 26 - Tekstslide

Het (redden) hondje

Slide 27 - Open vraag

De (beantwoorden) brief

Slide 28 - Open vraag

Een (nylon) tas

Slide 29 - Open vraag

Een (metaal) trap

Slide 30 - Open vraag

De (witten) muur

Slide 31 - Open vraag

meervoud van een znw
In week 45 hebben we het meervoud van het zelfstandig naamwoord behandeld. Neem de regels nog een keer door met de volgende dia. 
Vervolgens gaan we in dia 33 oefenen met 2 opdrachten.

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Link

Slide 34 - Link