Voeding les 3 Voedingsstoffen

Les 3 Voeding
Voedingsstoffen
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
DierverzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Les 3 Voeding
Voedingsstoffen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doelen van de les
Aan het einde van de les kun je:
  • De 6 voedingsstoffen in voedingsmiddelen noemen
  • Uitleggen wat de Weende Analyse is
  • Beschrijven wat essentiële voedingsstoffen zijn
  • Gevolgen van tekorten/overschotten van voedingsstoffen noemen

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vorige week - voedermiddelen
Ruwvoer: o.a. plantaardig, bevat veel ruwe celstof en weinig energie.
Krachtvoer: o.a. kan plantaardig of dierlijk zijn, veel energie en weinig ruwe celstof.
Enkelvoudig: Bestaat uit één voedingsmiddel.
Samengesteld: Bestaat uit meerdere voedingsmiddelen.
Gemengd voer: De afzonderlijke voedingsmiddelen zijn nog herkenbaar.
Mengvoer: Afzonderlijke voedingsmiddelen zijn niet meer herkenbaar.
Volledig: Het voer bevat alle voedingsstoffen die het dier nodig heeft in de juiste verhoudingen.
Onvolledig: Het voer heeft verdere aanvullingen nodig.
Je kunt dus een: “Volledig-Enkelvoudig-Ruwvoer” hebben (goede kwaliteit hooi)
Of een: “Onvolledig-Samengesteld-Gemengd-Krachtvoer” (konijnen mix)




Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voedermiddel en voedingsstof
In voedermiddelen zitten voedingsstoffen: 
Voedingsstoffen zijn de bruikbare bestanddelen.

De functie van voedingsstoffen:
Bouwstof, Brandstof,  Beschermende stof

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voedingstoffen (nutriënten)
 De voedingsstoffen zijn te verdelen in 6 hoofdgroepen:

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Droogvoer:
  • bevat 8-10 % water
  • lang houdbaar
  • energiegehalte per gram is hoog
  • Bijvoorbeeld brokken (geperst, extruderen, expanderen)

Natvoer:
  • vochtgehalte van 65-85%
  • Energiegehalte per gram is laaag (veel vocht)
  • Gesloten is het lang houdbaar maar geopend is het beperk houdbaar.
  • bijvoorbeeld in blik, zakjes of kuipjes.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Weende Analyse
  • Geeft de opbouw van een voedingsmiddel weer
  • Percentage van de voedingsstoffen
  • Elk diersoort heeft andere behoeftes 

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De Weende Analyse
 Op de verpakking staat altijd (wettelijk verplicht) de samenstelling of de ingrediënten en de voedingsbestanddelen.








Ruw betekent: totale hoeveelheid van die stof 
 

N-houdend is Ruw Eiwit

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld van een verpakking
Op deze verpakking kun je dus onderdelen van de Weende Analyse vinden

Ruw eiwit: 46%
Ruw vet: 20%
Ruwe celstof: 1,4%
Ruw as: 7,0%

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dit is wat je nu weet
Dat zou je dus verder zelf uit kunnen invullen

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Water is o.a. belangrijk voor?
A
Het afgeven van energie
B
De opslag van voedingsstoffen
C
Regeling lichaamstemperatuur
D
Transport van voederbestanddelen en afvalstoffen

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de functie van ruwe eiwitten?
A
Bouwstof
B
Beschermende stof

Slide 13 - Quizvraag

(bijv. opbouw van spieren)
Een efficiënte energieleverancier is;
A
Ruwe celstof
B
Ruw vet

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waaruit bestaat ruwe celstof
A
makkelijk verteerbare koolhydraten
B
moeilijk verteerbare koolhydraten

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

OPDRACHT

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Essentiële voedingsstoffen
Essentieel betekent dat het een voedingsstof is die het dier niet zelf aan kan maken, maar wel nodig heeft om te functioneren. Dit moet dus uit het voer worden gehaald. 

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aminozuren
Een aantal aminozuren zijn essentieel. Er zitten verschillen tussen de hond en de kat. In de tabel worden de essentiële aminozuren weergegeven voor hond en kat.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vetten
Vetten zijn opgebouwd uit vetzuren, waarvan een aantal essentieel is. 

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tekorten en overschotten
Voeding kan veel invloed hebben op het lichaam. Naast directe invloed op het maag- en darmstelstel, kunnen voedingsstoffen en ingrediënten uit voeding ook invloed hebben of:
  • Gebit
  • immuunsysteem
  • hart- en vaatstelstel
  • huid
  • gewrichten
  • urinewegen
Calcium tekort

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overschotten
Overschotten aan voeding leidt tot overgewicht. De gevolgen van overgewicht kunnen zijn:
  • Bewegingsproblemen en gewrichtsaandoeningen
  • Suikerziekte 
  • Slechte conditie van huid/vacht
  • grotere risico's bij operaties
  • verminderde weerstand tegen infectie
  • hart- en vaatziektes
  • ademhalingsproblemen

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies