BBL Inleiding recht - les 1

Inleiding recht
Onderwijsperiode 1
1 / 49
volgende
Slide 1: Tekstslide
Inleiding rechtMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 49 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Inleiding recht
Onderwijsperiode 1

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Even voorstellen!
  • Angela Verton
  • 06 - 34 33 94 19
  • vrag@summacollege.nl
  • Docent recht 
  • Oud-student Summa College
  • Hondenmama van Dobby
  • Donderdag afwezig & vrijdag vrij! 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat moet je meenemen?
  • Basisboek recht
  • Wettenbundel 'publiekrecht' en 'privaatrecht'
  • Schrift
  • Pen

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoofdstuk 1; wat is recht?
Regels in de samenleving 
Eerlijk en rechtvaardig
Houden met iedereen rekening 
Regels beschrijven rechten en plichten van burgers, organisaties, bedrijven en de overheid 


Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke regels ken je?

Slide 5 - Woordweb

Activeer de studenten door ze na te laten denken, welke regels kennen ze? Ook dit mag van alles zijn, van verkeersovertredingen tot bepalingen in een APV. 
Omschrijving en functie van het recht
"Recht" heeft twee betekenissen:
  1. Als aanspraak
  2. Als regels 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Recht als aanspraak
Ergens "recht op hebben"

Bijvoorbeeld: 'ik heb recht op die fiets', 'ik heb recht op loon'. 

Het gaat om iets wat je toekomt of iets dat je mag 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Recht als regels
Recht als regels is het geheel van regels die op dat moment gelden binnen een samenleving. 
Regels zijn gebaseerd op de normen en waarden in een samenleving. Welke waarden hebben wij als samenleving en welke normen (regels) passen daarbij?

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rechtsregels en andere regels
Rechtsregels zijn regels die gemaakt zijn door de overheid en voor iedereen gelden: je mag geen diefstal plegen

'Gewone' regels zijn regels die gemaakt zijn door bijvoorbeeld het Summa College: je mag geen trainingspak aan naar school

Als je een rechtsregel overtreedt of niet opvolgt, dan beslist een rechter wat er gebeurt.  Rechtsregels worden ook wel overheidsregels genoemd. De rechtsregels staan in allerlei wetten en regelingen; zij vormen samen het Nederlands recht. 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Functie van het recht
Rechtsregels zorgen voor:
  • Een georganiseerde samenleving;
  • Een gerechtvaardigde oplossing bij conflicten en overtreding van regels. 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe worden rechtsregels ook wel genoemd?
A
Overheidsregels
B
Rutte-regels
C
Gewone regels

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld examenvraag:
Wat is het verschil tussen rechtsregels en gewone regels?
A
Overheidsregels worden door de overheid gemaakt, gewone regels niet
B
Gewone regels worden door de overheid gemaakt, rechtsregels niet
C
Gewone regels gelden voor iedereen, rechtsregels niet

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Georganiseerde samenleving
Verschillende soorten functies:
Normatieve functie; uitdrukking van waarden binnen samenleving (diefstal, mishandeling, moord). Bindend voor iedereen! Bij overtreding volgt een straf.
Instrumentele functie; overheid heeft besloten dat deze regels er moeten zijn, beïnvloeden gedrag burgers (rechts rijden in het verkeer) 
Aanvullende functie; je mag zelf afspraken maken, maar als dat niet is gelukt, dan zijn er aanvullende regels (bijvoorbeeld bij een koopovereenkomst)
Geschiloplossende functie; welke rechter, taken rechter en verloop procedure.


Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rechtvaardige oplossing conflicten
Het recht heeft een geschiloplossende functie; als er een geschil is tussen burgers, bedrijven, organisaties of met de overheid, dan helpt het recht. 

Een rechter bepaalt of iemand gestraft mag worden, welke straf wordt opgelegd of wat de oplossing is van een bepaald conflict. 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een rechtsregel met normatieve functie is...

Slide 15 - Open vraag

Een rechtsregel die gebaseerd is op de waarden binnen de samenleving, bindend voor iedereen, bij overtreding volgt een straf. 
De rechtsregel waarin staat dat je aan de rechterkant van de weg moet rijden, heeft een ........ functie
A
Normatieve
B
Instrumentele
C
Aanvullende
D
Geschiloplossende

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Burgerlijk recht
  • Ook wel civiel recht of privaatrecht genoemd;
  • Beschrijft de zakelijke en familierelaties in het recht tussen natuurlijke personen en rechtspersonen (Bv, Nv, Stichting, Vereniging);
  • Bestaat uit:
  1.  Vermogensrecht 
  2. Personen- en familierecht
  3. Rechtspersonenrecht 

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vermogensrecht (privaatrecht)
Relaties die op geld waardeerbaar zijn              vermogensrecht

Bijvoorbeeld: het sluiten van een overeenkomst, eigendom van jouw laptop. 

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Personen- en familierecht (privaatrecht)
Beschrijft familierechtelijke relaties              relaties tussen familieleden, ouders en kinderen, echtgenoten.

Bijvoorbeeld: regels over ouderschap en het huwelijk, maar ook het recht op een voor- en achternaam. 

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rechtspersonenrecht (privaatrecht)
Regels over rechtspersonen               bedrijven, organisaties en instellingen

Bijvoorbeeld: regels over overeenkomsten aangaan met natuurlijke personen of andere rechtspersonen, eigendom. 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar gaat het vermogensrecht over?
A
Relaties tussen personen
B
Relaties die op geld waardeerbaar zijn
C
Rechtspersonen

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk onderdeel kan je niet terugvinden in het personen- en familierecht?
A
Huwelijk
B
Relaties
C
Koopovereenkomsten
D
Ouderschap

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het vermogensrecht, personen- en familierecht en rechtspersonen recht is onderdeel van...
A
Het privaatrecht
B
Het publiekrecht

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Staatsrecht (publiekrecht)
  • Beschrijft hoe de Nederlandse staat is georganiseerd;
  • Geeft regels over hoe de instanties van de overheid worden gekozen of benoemd en wat hun taken en bevoegdheden zijn.

Pak blz. 17 van 'Basisboek Recht' erbij! 

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Strafrecht (publiekrecht)
Beschrijft verboden gedragingen (gedrag) en regels voor politie en justitie bij de opsporing en veroordeling van verdachten.

Bijvoorbeeld: diefstal, moord, regels over huiszoeking of fouilleren.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bestuursrecht (publiekrecht)
Beschrijft hoe de overheid haar bestuurstaak moet uitoefenen. In Nederland wordt dit door allerlei overheden gedaan. 

Bijvoorbeeld: het bouwen van scholen, aanleggen van wegen, afgeven van vergunningen.  

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Internationaal recht
Beschrijft de verhouding tussen Nederland en andere landen en de positie van Nederland in internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties (VN) en  de Europese Unie (EU).

Bijvoorbeeld: regels over het bewaken van onze grenzen, de vergoeding voor een vertraagde vlucht, erkennen van buitenlandse opleidingen. 

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is geen onderdeel van het publiekrecht?
A
Strafrecht
B
Staatsrecht
C
Rechtspersonenrecht
D
Bestuursrecht

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het strafrecht geeft regels over...
A
Hoe de staat Nederland is ingericht
B
De verhouding tussen Nederland en andere landen
C
Hoe de overheid haar bestuurstaken moet uitvoeren
D
Verboden gedragingen en bevoegdheden politie

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld examenvraag:
Tot welk rechtsgebied behoort het bestuursrecht?

A
Publiekrecht
B
Privaatrecht

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld examenvraag:
Jan krijgt een kind samen met zijn vrouw Tineke.
Welk recht is hier van toepassing?

A
Privaatrecht
B
Publiekrecht

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Tekstslide

Teken zelf het schema op het bord met de studenten. Zorg dat de studenten dat schema overnemen. Benoem daarbij het verschil tussen privaatrecht en publiekrecht. LET OP! Zorg dat studenten ruimte overhouden om tekst toe te voegen! In les 5 gaan we namelijk er namelijk verdiepend op in! 
Rechtsbronnen
Rechtsbronnen zijn de vindplaatsen van het recht:
  1. De wet; (vandaag)
  2. Jurisprudentie; (vandaag)
  3. Internationale verdragen; (volgende week)
  4. Europese wetgeving; (volgende week)
  5. Gewoonterecht (volgende week)

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rechtsbronnen; de wet
Belangrijkste bron van het recht in Nederland;
Te vinden in wettenbundels en www.wetten.overheid.nl; 
De overheidsorganen in Nederland maken deze wetten (regering en de Staten-Generaal, de gemeenteraad, de Provinciale Staten en ministers).

Slide 34 - Tekstslide

Laat wetten.overheid.nl zien aan de studenten. Neem ze mee in hoe je wetten op moet zoeken (in plaats van aanleren dat dit ook via Google kan). 
Laat de studenten het tabelletje overnemen of 'markeren' in hun boek (sticker of markeerstift), blz. 73. 
Rechtsbronnen; de wet
Onderdeel van het geschreven recht; de wetten zijn ergens opgeschreven.

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rechtsbronnen; internationale verdragen
  • Internationale verdragen zijn afspraken tussen twee of meer landen;
  • Artikel 93 Grondwet (Gw).

Bijvoorbeeld: handelsafspraken tussen landen of waar de grenzen van een land lopen, rechten van de mens (EVRM & UVRM). 

Slide 36 - Tekstslide

Zoek art. 93 Gw met de studenten op; leg uit dat door dit artikel burgers, bedrijven en overheden zich moeten houden aan regels uit internationale verdragen. Hierdoor maken internationale verdragen deel uit van het geschreven recht. 
Rechtsbronnen; Europese wetgeving
  • Nederland is lid van de Europese Unie (EU) en die is gebaseerd op het EU-verdrag;
  • De instellingen van de EU kunnen verordeningen (werkt direct in alle lidstaten) en richtlijnen (moet opgenomen worden in landelijke regelgeving) maken.

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rechtsbronnen; gewoonterecht
Een gewoonte of een gebruik dat recht is geworden op basis van de volgende voorwaarden:
  1. Onafgebroken en sinds lange tijd als regel gebruikt;
  2. Vaak is herhaald;
  3. In het algemeen door de samenleving als regel wordt geaccepteerd.
Bijvoorbeeld: vertrouwensbeginsel in het staatsrecht.

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rechtsbronnen; jurisprudentie
Wat nou als de geschreven wet niet duidelijk is? Wat nou als personen het niet eens zijn over hoe de wet moet worden uitgelegd? 
                                                    De rechter kan dit oplossen!

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rechtsbronnen; jurisprudentie
  • Jurisprudentie is de uitleg van de rechterlijke uitspraken in Nederland; 
  • Ongeschreven recht; niet terug te vinden in de wet;
  • Door een beslissing te nemen over de uitleg van een wet, voegt de rechter iets toe;
  • Na de uitspraak van de rechter is duidelijk wat er wordt bedoeld. Andere rechters gebruiken deze uitspraak ook;
  • Vindplaats: www.rechtspraak.nl


    Bijvoorbeeld: het elektriciteitsarrest (elektriciteit is een goed en kan dus gestolen worden)

Slide 40 - Tekstslide

Neem de studenten mee naar rechtspraak.nl en leg uit hoe je een uitspraak kunt vinden.
Wat weet je over rechtsbronnen?

Slide 41 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wat is geen rechtsbron?
A
De wet
B
Jurisprudentie
C
Gewoonterecht
D
Juridische databank

Slide 42 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Geschreven recht
Ongeschreven recht
De wet
Jurisprudentie
Internationale verdragen
Europese Wetgeving
Gewoonterecht

Slide 43 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

De wet is een voorbeeld van...
A
Geschreven recht
B
Ongeschreven recht

Slide 44 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Jurisprudentie is een voorbeeld van...
A
Geschreven recht
B
Ongeschreven recht

Slide 45 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als we het hebben over 'de wet', dan is deze gemaakt door...
A
Staten-Generaal
B
De regering
C
De ministers
D
Staten-Generaal en regering samen

Slide 46 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke vijf rechtsbronnen kennen we?

Slide 47 - Open vraag

De wet
Jurisprudentie
Europese wetgeving
Internationale verdragen
Gewoonterecht 
Voorbeeld examenvraag:
Als een rechter zijn uitspraak baseert op een bestaande uitspraak, met welke rechtsbron hebben we dan te maken?
A
Jurisprudentie
B
De wet
C
Europese wetgeving
D
Gewoonterecht

Slide 48 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Heb je nog een vraag over de eerste les?

Slide 49 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies