Een bijzin kan
niet alleen staan.
De bijzin hoort bij een hoofdzin en begint vaak met een voegwoord zoals:
weil, dass, wenn, obwohl, als, bevor, damit
In de bijzin staat het vervoegde werkwoord helemaal achteraan.
Voorbeeld:
Ich kann nicht arbeiten, weil ich heute ins Kino gehe.
(weil = start, ich heute ins Kino = midden, gehe = eind)