Les 4

Chronisch zieken
Les 4: Ondersteunen bij maatschappelijke participatie

1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 22 slides, met tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Chronisch zieken
Les 4: Ondersteunen bij maatschappelijke participatie

Slide 1 - Tekstslide

-


Slide 2 - Tekstslide

Terugblik vorige week
Zelfredzaamheid gaat over goed kunnen omgaan met de ziekte en de gevolgen daarvan, en ook over een goed leven hebben met de ziekte.

Deze stelling is goed: zitten
Deze stelling is fout: staan

Slide 3 - Tekstslide

Terugblik vorige week
Zelfredzaamheid is het vermogen om ADL zelfstandig te doen, bijvoorbeeld zelfstandig koken.
 
Deze stelling is goed: zitten 
Deze stelling is fout: staan


Slide 4 - Tekstslide

Terugblik vorige week
Samenredzaamheid is de zelfredzaamheid van mensen met hulp van hulpverleners.


Deze stelling is goed: zitten 
Deze stelling is fout: staan

Slide 5 - Tekstslide

Wie durft?
In eigen woorden:
- zelfredzaamheid
- zelfmanagement
- samenredzaamheid

Slide 6 - Tekstslide

Leerdoelen
1. Je kunt uitleggen wat (geschikte) maatschappelijke participatie is voor chronisch zieken

2. Je kunt uitleggen hoe jij als hulpverlener kunt ondersteunen bij maatschappelijke participatie

3. Je kunt vertelen over (het belang van) arbeidsparticipatie, zowel betaald als onbetaald

Slide 7 - Tekstslide

Wie vindt dat hij/zij voldoende participeert in de samenleving?

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Participatie van chronisch zieken

2 functies:
1. Het draagt in belangrijke mate bij aan het welbevinden van mensen
2. Het draagt in belangrijke mate bij aan het welbevinden van de samenleving

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Gelijke rechten
2003: Wet Gelijke Behandeling op grond van Chronische ziekte
Chronisch zieken moeten net als ieder ander kunnen meedoen in de maatschappij.

2017: Algemene norm voor toegankelijkheid
Ter verbetering van de wet

Slide 12 - Tekstslide

Rol van de hulpverlener
- De ene chronische ziekte is de andere niet

Belangrijk is het om de participatie van de cliënt goed in de gaten te houden. 

BALANS is de sleutel tot succes

Slide 13 - Tekstslide

Casus
Je werkt nog niet zo lang op een woongroep voor mensen met ASS (autisme) en je maakt je zorgen over Joep (33 jaar). Joep heeft naast autisme een chronische ziekte: MS. Ondanks dat Joep MS heeft, gaat hij vier keer per week naar zijn werk in de bakkerij. Daar pakt hij de producten in de verpakking, zoals broodjes en koekjes. Hij ziet er de laatste dagen moe uit en je vindt hem wat prikkelbaar. Je besluit met hem in gesprek te gaan.

Wat wil je van hem weten? Welke vragen ga je stellen?
Schrijf minimaal 5 vragen op.
timer
3:00

Slide 14 - Tekstslide

Heeft de cliënt voldoende contacten?
Voelt hij zich waardevol?
Wordt er voldoende rekening gehouden met de beperkingen?
Is er een goede balans tussen 'rust' en 'actief' zijn?

Slide 15 - Tekstslide

Arbeidsparticipatie
- Voorkeur reguliere werkgever

Ondersteuning:
1. outplacement- of reïntegratiebureau
2. Loopbaancoach
3. Jobcoach

Wanneer is het moeilijk om arbeidsmogelijkheden in te schatten?

Slide 16 - Tekstslide

Dagbesteding
- vooral bij cognitieve beperkingen
- gemeente is verantwoordelijk
- beschermde omgeving

Slide 17 - Tekstslide

Chronisch zieke kinderen
500.000 kinderen hebben een chronische ziekte
Hoeveel procent is dat denk je?
Waar zit het verschil met chronisch zieke volwassenen of ouderen?

Slide 18 - Tekstslide

Kijkersopdracht
Probeer voor jezelf in drie zinnen een samenvatting te geven van het volgende filmpje over chronisch zieke kinderen.


Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Slide 21 - Tekstslide

Aan het werk
Lezen: Theoriebron Ondersteunen bij maatschappelijke participatie (blz. 37)
Maken: opdracht 16 t/m 19 (blz. 16)

timer
20:00

Slide 22 - Tekstslide