Muziek: de gitaar

De gitaar ontdekken

1 / 28
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMuvoBuitengewoon lager onderwijsType basisaanbod,Type 9Leeftijd 8-11

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

De gitaar ontdekken

Open de les als kennismaking met een veelgebruikt snaarinstrument. Houd het breed: leerlingen hoeven nog niet te spelen, maar leren het instrument herkennen en benoemen.

Deze slide heeft geen instructies

Welk instrument zag en hoorde je in de video?

Text

A

trommel

B

gitaar

C

fluit

D

piano

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Hoe maak je muziek met een gitaar?

A

blazen

B

schudden

C

slaan

D

tokkelen

Deze slide heeft geen instructies

Hoe klinkt gitaarmuziek vaak?

A

zacht

B

nat

C

donker

D

vierkant

Deze slide heeft geen instructies

Wat ik vandaag kan

Ik kan de belangrijkste delen van een gitaar herkennen en benoemen.

Deze slide heeft geen instructies

Welk woord past voor jou bij een gitaar?

Gebruik de woordenwolk om voorkennis op te halen. Verwachte antwoorden: snaren, muziek, spelen, hout, geluid, liedje.

Welke groep speelt goeie gitaarmuziek?



Deze slide heeft geen instructies

Wat is een gitaar?


  • Een gitaar is een snaarinstrument.

  • Je maakt geluid door de snaren te laten trillen.

  • De gitaar heeft meestal zes snaren.

  • De vorm helpt om het geluid goed te laten klinken.

Blijf bij een eenvoudige muzikale insteek: een gitaar hoort bij de familie van snaarinstrumenten. Vermijd technische uitweidingen over elektrische gitaren tenzij nodig als kort contrast.

Drie grote delen

  • Kop: bovenaan de gitaar

  • Hals: het lange smalle deel

  • Body: het grote klankgedeelte


Met deze drie woorden kan je een gitaar al goed beschrijven.

Leg eerst het geheel uit voordat je in kleine onderdelen duikt. Dat geeft leerlingen een eenvoudige kapstok.

Deze slide heeft geen instructies

De kop en de hals

  • Op de kop zitten de stemknoppen.

  • Met de stemknoppen maak je snaren hoger of lager.

  • Op de hals liggen de toets en de frets.

  • Daar zet je je vingers om tonen te spelen.

Gebruik de termen uit het meegeleverde schema: kop, stemknoppen, toets, frets, hals. Houd 'toon' eenvoudig als 'een noot die je hoort'.

De body van de gitaar

  • De body is het grootste deel.

  • Bij een akoestische gitaar zie je het klankgat.

  • Rond het klankgat ligt vaak de rozet.

  • Onderaan zitten de brug en de snaren vast.

Noem de rozet kort als de versierde rand rond het klankgat. Dat is genoeg voor deze leeftijd.

Wat doen die delen?

  • Snaren trillen en maken geluid.

  • Stemknoppen helpen bij het stemmen.

  • Toets en frets helpen om verschillende tonen te spelen.

  • De body laat het geluid sterker klinken.

Dit is de kern van de les: niet alleen namen kennen, maar ook eenvoudig begrijpen waar elk deel voor dient.

Welk deel is het grote klankgedeelte van de gitaar?

A

hals

B

body

C

kop

D

brug

Toetst de drie grote delen en het onderscheid met een kleiner onderdeel zoals de brug.

Vul de woorden in

Vul in:

De gitaar is een snaarinstrument met meestal zes snaren.

De stemknoppen zitten op de kop.

De body laat het geluid sterker klinken.

snaarinstrument
zes snaren
stemknoppen
body
hals
klankgat
frets
brug

Herneemt de kern uit slides 2 t/m 6: soort instrument, aantal snaren, stemknoppen en body.

De zes snaren

  • Een gitaar heeft zes snaren.

  • Niet alle snaren zijn even dik.

  • De dikste snaar klinkt lager.

  • De dunste snaar klinkt hoger.

Verbind hier vorm en klank: dikker = lagere klank, dunner = hogere klank. Houd het ervaringsgericht en zonder natuurkundige uitleg.

Van dik naar dun

De snaren heten van dik naar dun:


De dikste en 6e snaar is de lage E-snaar (mi)

daarna volgen de

A-snaar (la)

de D-snaar (re)

de G-snaar (sol)

de B-snaar (si)

en de hoge E (mi).

Deze volgorde komt uit het aangeleverde materiaal. Spreek 'lage E' en 'hoge E' duidelijk uit zodat leerlingen het verschil horen.

Ezelsbruggetje

Om de volgorde te onthouden, kan je zeggen:


Een Aap Die Geen Bananen Eet


Elke beginletter hoort bij een snaar.

Het ezelsbruggetje komt letterlijk uit het materiaal. Maak duidelijk dat het helpt om de volgorde van de snaren te onthouden, niet de onderdelen van de gitaar.

Waar liggen de snaren?

  • De snaren lopen van de kop naar de brug.

  • Bovenaan worden ze vastgemaakt en gestemd.

  • Onderweg lopen ze over de hals.

  • Zo kan je met je vingers verschillende tonen spelen.

Koppel deze slide aan de eerder benoemde delen. Zo zien leerlingen dat onderdelen samenwerken in één instrument.

Belangrijke woorden

gitaar - een snaarinstrument met meestal zes snaren

snaarinstrument - een instrument dat geluid maakt met trillende snaren

kop - het bovenste deel van de gitaar

hals - het lange deel waar de snaren over lopen

body - het grote deel dat het geluid mee laat klinken

snaren - draden die trillen en geluid maken

stemknoppen - knoppen waarmee je de snaren stemt

Deze slide heeft geen instructies

Belangrijke woorden

toets - het vlak op de hals waar je je vingers zet

fret - metalen streep op de hals

klankgat - opening in de body van een akoestische gitaar

rozet - versierde rand rond het klankgat

brug - deel onderaan waar de snaren vastzitten

lage E - de dikste en laagst klinkende snaar

hoge E - de dunste en hoogst klinkende snaar

Deze slide heeft geen instructies

Welke snaar klinkt het laagst?

A

hoge E

B

G

C

A

D

lage E

Controleert of leerlingen snappen: dikste snaar = laagste klank = lage E.

Vul de woorden in

De snaren lopen van de kop naar de brug.

Onderweg lopen ze over de hals.

De dunste snaar heet hoge E.

kop
brug
hals
hoge E
body
toets
lage E
rozet

Gebaseerd op slides 7 t/m 10 en de woordenlijst: ligging van snaren en naam van de dunste snaar.

Waarvoor helpt het ezelsbruggetje?

Bespreek antwoorden zoals: om snaren te onthouden, de volgorde van dik naar dun, of de snaarnamen E A D G B E. Geen exact antwoord nodig.

Wat heb jij vandaag geleerd over de gitaar?

Reflectie op het leren. Mogelijke thema's: namen van delen, snaren, klankgat, stemknoppen, ezelsbruggetje.

Wat hielp jou het best om de delen te onthouden?

Laat leerlingen benoemen wat hielp: schema, afbeelding, herhalen, ezelsbruggetje, uitleg van de leraar.