Par. 2: Het water stroomt

Par. 2: Water in beweging
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Par. 2: Water in beweging

Slide 1 - Tekstslide

Dit is een ... kaart.
A
thematische
B
natuurkundige overzichts
C
staatkundige overzichts

Slide 2 - Quizvraag

De hoeveelheid water op aarde verandert.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 3 - Quizvraag

Welke 3 vormen heeft water?

Slide 4 - Woordweb

Korte kringloop
Neerslag valt meteen weer terug in de zee.
Lange kringloop
Neerslag valt op het land en komt via een omweg ( rivieren en grondwater) weer terug in de zee.
Waterkringloop
De voortdurende verplaatsing van water over de aarde.

Slide 5 - Tekstslide

De waterkringloop
Als de waterdamp afkoelt gaat hij condenseren. Er ontstaan wolken. Gasvormig water (waterdamp) wordt weer vloeibaar.
De kringloop van het water wordt aangedreven door de energie van de zon:
  • verdamping
  • ontstaan van wind
Het water verdampt door de warmte van de zon.
Vloeibaar water wordt waterdamp (onzichtbaar gas).

Slide 6 - Tekstslide

3 vormen van water:
  • Vloeibaar:
    Zee, rivier en regen. 
  • Gasvormig:
     Waterdamp = Onzichtbaar gas dat ontstaat als water verdampt. 
  • Vast:
    Sneeuw en Gletsjers.

Slide 7 - Tekstslide

Hoe ontstaan wolken?:
  1. Het water wordt verwarmd
  2. Het water verdampt
  3. Warme lucht met waterdamp stijgt op
  4. Warme lucht met waterdamp koelt af
  5. De afgekoelde waterdamp condenseert

Slide 8 - Tekstslide

Neerslag = Regen, hagel, sneeuw, mist en ijzel.
Neerslag ontstaat als:
  • Warme lucht opstijgt en daardoor afkoelt = stijgingsregen.
  • Lucht wordt gedwongen tegen een berghelling op te stijgen = stuwingsregen.

Slide 9 - Tekstslide

Neerslag ontstaat als lucht opstijgt:
  • Hoe hoger je komt hoe kouder het wordt.
  • Koude lucht kan minder waterdamp bevatten dan warme lucht.

Slide 10 - Tekstslide

Nadeel 97,5% water op aarde is zout.

Slide 11 - Woordweb

Slide 12 - Tekstslide

Gemengde rivier = Rivier die zijn water krijgt van smeltwater en van regenwater (Hele jaar veel neerslag).

Regenrivier = rivier die zijn water krijgt uit regen. (veel water in herfst en winter)

Gletsjerrivier = Een rivier die ontstaat uit smeltwater. (veel water in voorjaar en zomer)

Slide 13 - Tekstslide

Par. 2: Water in beweging
Nu doen:
  • Maak vaardigheden (planner)
  • Maak par. 2 (planner) 

Huiswerk
  • Leer vaardigheden en par. 2

Slide 14 - Tekstslide