Robotica programmeren coderen

Robotica
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
TechniekMiddelbare schoolvmbo lwoo, b, kLeerjaar 1,2

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 300 min

Onderdelen in deze les

Robotica

Slide 1 - Tekstslide

Aan het einde van deze les:

  1. Weet je wat programmeren is
  2. Kun je een spelletje programmeren.
  3. Weet je wat herhalingen zijn bij programmeren
  4. Heb je een idee hoe een robot geprogrammeerd kan worden.

Slide 2 - Tekstslide

Leren programmeren in stapjes
Computers kunnen dus dingen doen in stapjes.
Klik op de Angry Bird en maak puzzel 1 t/m 5. 

Kun jij de Angry Bird zo programmeren dat deze het biggetje pakt?


Slide 3 - Tekstslide

Herhaling
Computers zijn dol op herhalen.
Net tijdens de Angry Bird puzzels heb je elke stap voor de computer uitgeschreven.

Dit kan makkelijker. 
Maak nu t/m puzzel 9 en maak gebruik van de herhaal 5 keer optie. 

Slide 4 - Tekstslide

Het wordt voor de computer steeds makkelijker om te begrijpen wat jij bedoeld. 
Maak nu de rest van de puzzels. Elke keer komt er een nieuwe manier van herhalen in voor die je kunt gebruiken om het programmeren te snappen.

Kun jij alle puzzels maken?

Het wordt voor de computer steeds makkelijker om te begrijpen wat jij bedoeld.
Maak nu de rest van de puzzels. Elke keer komt er een nieuwe manier van herhalen in voor die je kunt gebruiken om het programmeren te snappen.


Kun jij alle puzzels maken?

Slide 5 - Tekstslide

Is het gelukt alle puzzels te maken? Wat vond je makkelijk en wat vond je lastig?

Slide 6 - Open vraag

Herhalingen en patronen
Heel vroeger heb je leren fietsen. In het begin kostte je dit veel moeite en had je iemand nodig om je daarbij te helpen. Tegenwoordig is het een routine geworden.

Computers kunnen ook routines leren. Je schrijft dan een stukje code waarbij de computer weet dat als hij die code ziet dat deze dan iets moet doen. Dit werkt ook zo bij songteksten. 

Als wij een songtekst lezen en we zien het woord refrein dan weten we dat we daar het refrein moeten zingen. Bij de eerste keer zal de tekst nog staan van het refrein, maar bij de 2e keer staat er alleen refrein. Jij weet dan dat je de tekst moet zingen die bij het 1e woord refrein staat.
Het refrein is een patroon in de muziek dat vaker terug komt.


Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Puzzelen met herhalingen
Je gaat weer puzzelen met codes. Puzzel 1 en 2 zijn makkelijk, want dat heb je net met de Angry Birds gedaan.

Vanaf puzzel 3 wordt het lastiger en ga je gebruik maken van de herhalingen. Lukt het jou alle vormen te tekenen?

Slide 9 - Tekstslide

Puzzelen met abstractie
Maar het kan nog makkelijker. De vierkanten en driehoeken zijn te makkelijk voor een computer en teveel werk voor een programmeur. Programmeurs zijn lui en als iets ingewikkeld, foutgevoelig of inefficiënt is maken ze het simpeler en noemen ze dat abstractie.

Denk terug aan het refrein jou vierkanten en driehoeken zijn refreinen. Overal waar in een songtekst refrein staat weet jij waar de tekst van het refrein te vinden is. Tegen een computer kun je dit ook zeggen. Bijv. functie: teken een vierkant waarbij de computer weet wat hij moet doen. 
Het groene blok is de functie en de grijze blokken zijn de uitleg van de functie.
Als jij met programmeren zegt, teken een vierkant, dan weet de computer wat deze moet doen.
 

Slide 10 - Tekstslide

Probeer het maar eens. Kun jij puzzel 1 t/m 5 maken?
Als het is gelukt gaan we het nog moeilijker maken en gaan we puzzelen met parameters.

Slide 11 - Tekstslide

1

Slide 12 - Video

00:35
Wat zijn functies en parameters? Leg beide uit.

Slide 13 - Open vraag

Puzzelen met parameters en functies.
Je gaat nu vierkanten en driehoeken in verschillende groottes tekenen. Dit kan makkelijk met een functieblok. Je begint met puzzel 6. Vind je het lastig bekijk dan nog eens het filmpje in deze dia.

Slide 14 - Tekstslide

Is het gelukt alle puzzels te maken? Wat vond je makkelijk en wat vond je lastig?

Slide 15 - Open vraag

Als alles gelukt is weet je nu wat programmeren is.
Je kunt een computer vertellen wat deze moet doen en deze voert uit wat jij vraagt.

Slide 16 - Tekstslide

Wat is programmeren?

Slide 17 - Open vraag

Wat zijn functies?

Slide 18 - Open vraag

Wat zijn parameters?

Slide 19 - Open vraag

Je hebt zojuist kennis gemaakt met het programmeren en besturen van een robot. Kun jij in je dagelijks leven bedenken waar robots ingezet kunnen worden?

Slide 20 - Open vraag

Waarom zou een robot je leven daarmee vergemakkelijken. Wat zijn de voordelen ervan om een robot dat te laten doen?

Slide 21 - Open vraag

Als je nu naar de industrie gaat kijken. Robots worden op veel plaatsen ingezet, bijv. in het magazijn van bol.com. Wat is het voordeel om een robot in te zetten in zulke magazijnen?

Slide 22 - Open vraag

Ook in huizen komt robotica tegenwoordig voor. Denk bijv. aan de Google home die gekoppeld is aan verschillende apparaten. Je staat op, komt beneden en zegt “Hey Google, Goedemorgen”. Google zegt vervolgens goedemorgen, verteld je hoe lang het rijden/fietsen is naar je werk/school en wenst je een fijne dag. Of je zegt "Hey Google, zet de lampen aan. Super handig natuurlijk maar zitten hier ook nadelen aan? En zo ja wat zijn deze nadelen?

Slide 23 - Open vraag

Heeft robotica in het algemeen nog nadelen? Zo ja welke en waar komen deze nadelen voor?

Slide 24 - Open vraag

Robotica heeft dus voor en nadelen. Wat zouden voor jou redenen kunnen zijn om robotica te gaan gebruiken in je leven (of juist niet) en waarom?

Slide 25 - Open vraag

Is robotica iets waar je later mee zou willen werken? Zo ja met welk aspect? Het bouwen of het programmeren en waarom?

Slide 26 - Open vraag

Waar vind je robotica in de zorg?

Slide 27 - Woordweb

Waar vind je robotica in de techniek?

Slide 28 - Woordweb

Waar kun je nog meer robotica vinden?

Slide 29 - Woordweb

Welke beroepen kun je bedenken wat met robotica werkt?

Slide 30 - Open vraag

Welk beroep lijkt jou het interessantst?

Slide 31 - Open vraag

Kijk samen met je docent hoe je de les hebt gemaakt.

Slide 32 - Tekstslide