13.4 Nieren

Uitscheiden
§13.4 Nieren
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Uitscheiden
§13.4 Nieren

Slide 1 - Tekstslide

Aansluiten op...
- de leverfuncties die vandaag belangrijk zijn:
> maakt schadelijk stoffen onschadelijk,
> afbraak overtollige stoffen (stofwisseling)
- de lever geeft (afval)stoffen af aan je bloed,
- afvalstoffen moeten door de nieren uitgescheden worden.

Slide 2 - Tekstslide

Vandaag leer je:
  • bouw van de nieren,
  • functie van de nieren: filteren van je bloed, 
  • twee processen spelen een rol:
- ultrafiltratie
- terugresorptie

Slide 3 - Tekstslide

Urine

Elke dag produceer je  ±180 liter voorurineNa terugresorptie blijft er maar 1% voorurine over: 1,5 - 2L urine.


Ong. 178L water, 1,5kg keukenzout en 270gr glucose teruggeresorbeerd. 

Slide 4 - Tekstslide

Nieren

Taak van de nieren:

  • Afvalstoffen verwijderen uit het bloed (uitscheiding)
  • Constant houden van de osmotische waarde van het bloed en interne milieu


Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Bouw van de nier

Nier is opgebouwd uit vier duidelijk te onderscheiden onderdelen:

  • Nierkapsel
  • Nierschors 
  • Niermerg 
  • Nierbekken

Bijnier = hormoonklier die bovenop elke nier ligt

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Doorbloeding nieren

Per minuut stroomt er ruim 1 liter bloed door de nieren.

Hart -> aorta -> nierslagader -> kleinere nierslagadertjes -> Glomerulus -> haarvaten rond nierbuisjes  -> kleinere nieradertjes ->  nierader  ->

--> onderste holle --> Hart




Slide 9 - Tekstslide

Nieren
  • In nierschors en niermerg liggen nefronen
  • Nefronen bestaan uit nierbuisjes
  • Nierbuisjes monden uit in verzamelbuisjes en die weer in nierbekken
  • Nierbuisje start met nierkapseltje (kapsel van Bowman), heeft twee gekronkelde delen en een lus (lis van Henle)
  • Haarvaten uit nierslagader: glomerulus
  • Diameter afvoerende arteriolen klein, zorgt voor hoge bloeddruk glomerulus
  • Veroorzaakt ultrafiltratie naar nierkapsel

Slide 10 - Tekstslide

Vorming van urine

Lichaam van Malpighi

Door bloeddruk wordt deel van het bloed uit glomerulus in de holte van het kapsel van Bowman wordt geperst: Ultrafiltratie


Vocht in kapsel van Bowman: voorurine.

Voorurine bevat:

water/glucose/aminozuren/opgeloste zouten/afvalstoffen

Voorurine bevat geen:

grote bloedeiwitten/bloedcellen/bloedplaatjes

Slide 11 - Tekstslide

Vorming urine

In een niereenheid (nefron) wordt urine gevormd.


De ultrafiltratie in lichaampjes van Malpighi --> vorming van voorurine


Terugresorptie heropname bruikbare stoffen in het bloed: lis van Henle, verzamelbuis, tubulus




Slide 12 - Tekstslide

Vorming urine

De urine vorming hangt af van een aantal factoren:

  • De hoeveelheid opgenomen vocht.
  • De hoeveelheid opgenomen zouten.
  • De hoeveelheid vocht en zouten die je verliest door transpiratie.

Slide 13 - Tekstslide

Lichaam van Malpighi
Door ultrafiltratie worden stoffen uit het bloed geperst: voorurine.

Vergelijk BINAS 85B.
> Verschil bloedplasma en voorurine?

> Verschil voorurine en urine:
Welke stoffen worden allemaal teruggeresorbeerd? 

Slide 14 - Tekstslide

Terugresorptie
Terugresorptie vindt plaats in:
- Tubulus,
- Lus van Henle
- Verzamelbuis

Vergelijk BINAS 85C

Slide 15 - Tekstslide

Lus van Henle
Met name in lus van Henle vindt terugresorptie plaats.

In het dalende deel vooral water.
In het stijgende deel vooral zouten. 

Slide 16 - Tekstslide

Lus van Henle
Met name in lus van Henle vindt terugresorptie plaats.

In dalende deel vooral water (osmo waarde stijgt).
In stijgende deel vooral zouten (osmo waarde daalt)

Slide 17 - Tekstslide

Urinewegen

Urine sijpelt vanuit de verzamelbuizen in de nierkelken.

Hier beginnen de urinewegen.

De volgende organen maken deel uit van de urinewegen:

  • Nierkelken
  • Nierbekken
  • Twee urineleiders
  • Urineblaas
  • Plasbuis

Slide 18 - Tekstslide

Urineblaas (vesica urinae)


Slide 19 - Tekstslide

Wat doet ADH?
Wat doet ADH?

Reguleert permeabiliteit van de verzamelbuis

Slide 20 - Tekstslide

hoe werkt ADH?

Slide 21 - Tekstslide

Dus hoe werkt ADH
  • ADH stimuleert water resorptie
  • ADH wordt afgegeven aan de hand van de osmotische waarde
  • Hoge osmotische waarde, dan wordt er ADH afgegeven, want het lichaam moet vocht vast houden.
  • Lage osmotische waarde, dan wordt er weinig tot geen ADH afgegeven, want het lichaam moet vocht kwijt raken.

Slide 22 - Tekstslide

Waar in de nier vindt ultrafiltratie plaats?
A
Glomerulus
B
Urineleider
C
Lis van Henle
D
Verzamelbuis

Slide 23 - Quizvraag

De glomerulus is een kluwen van fijne haarvaten dat door het nierkapsel (kapsel van Bowman) omgeven wordt, hier vindt de filtratie plaats
Welke van de onderstaande stoffen verlaat de bloedbaan NIET bij de filtratie?
A
glucose
B
zouten
C
eiwitten
D
vitamine C

Slide 24 - Quizvraag

Wat gebeurt er als de voorurine in de lis van Henle komt? en komt dit vooral door passief of actief transport?
A
ultrafiltratie - passief
B
terugresorptie - passief
C
ultrafiltratie - actief
D
terugresorptie - actief

Slide 25 - Quizvraag

Wat is ONJUIST over de lis van Henle?
A
In het dalende been resorbeert vooral water door osmose
B
In het dalende been stijgt de osmotische waarde
C
In het stijgende been resorberen vooral ionen door diffusie en actief transport
D
In het stijgende been stijgt de osmotische waarde

Slide 26 - Quizvraag

Extra uitlegfilmpjes
Werking nieren NG biologie (10 min)

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Video