HBM GS 1.4 De stedelijke cultuur van Nederland

                                   Startopdracht
Vergelijk je eigen mindmap van paragraaf 1.3 met deze mindmap. Vul jouw eigen mindmap in je A4-schrift aan met woorden van het bord die je niet hebt. Markeer die woorden. 
Bespreek daarna met de leerling naast je of jullie verschillen of overeenkomsten hebben in jullie mindmaps. (10 min)
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 7 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

                                   Startopdracht
Vergelijk je eigen mindmap van paragraaf 1.3 met deze mindmap. Vul jouw eigen mindmap in je A4-schrift aan met woorden van het bord die je niet hebt. Markeer die woorden. 
Bespreek daarna met de leerling naast je of jullie verschillen of overeenkomsten hebben in jullie mindmaps. (10 min)

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen de VOC en de WIC

Slide 3 - Open vraag

Kies uit WIC of VOC.

Handelde in slaven
A
WIC
B
VOC

Slide 4 - Quizvraag

Welke conclusie kun je trekken na het zien van dit plaatje?
A
VOC handelde en maar voerde ook oorlog!
B
VOC maakte kanonnen
C
VOC hield van mode
D
VOC had weinig wapens

Slide 5 - Quizvraag

Wat betekent het dat de VOC een monopolie positie heeft?
A
Alleen de VOC mag wereldwijd met Indië handelen
B
Alleen de VOC mag als Nederlands bedrijf met Indië handelen
C
Indië mag alleen maar met de VOC handelen
D
Azië mag alleen met de VOC handelen

Slide 6 - Quizvraag

Is deze bron over de handel in slavern, bruikbaar voor onderzoek naar de VOc of WIC
A
VOC
B
WIC

Slide 7 - Quizvraag

Regenten en vorsten
Planning
SO inhalen?
Maakwerk check
1.4 De stedelijke cultuur van Nederland

Slide 8 - Tekstslide

In deze paragraaf leer je:
  • hoe de welvaart in Nederland leidde tot een bloeiende cultuur
  • hoe Europeanen hun kennis van de wereld gebruiken
  • welke religieuze vrijheid er was in Nederland
  • hoe wetenschap praktisch werd toegepast

Slide 9 - Tekstslide

We lezen!
Gezamenlijk lezen we pagina 17.
Onderstreep voor jezelf de tijdens het meelezen de lastige woorden.

We bepalen samen de belangrijkste zin van de alinea

Slide 10 - Tekstslide

Welvaart en cultuur

  • Regenten (rijke bestuurders), kooplieden en handelaren

  • Woonden in grote grachtenpanden ('De Gouden Bocht') in Amsterdam en/ of in grote buitenhuizen (aan de Vecht)

Slide 11 - Tekstslide

0

Slide 12 - Video


Schilderkunst

Ook in de schilderkunst is er een Gouden Eeuw. De rijke burgers hadden namelijk geld om kunst te laten maken. 

De rijke burgers lieten zich afbeelden in momenten van het dagelijks leven.

Rembrandt van Rijn, Johannes Vermeer, Jan Steen en Frans Hals
zijn de belangrijkste Nederlandse schilders uit die tijd. 
 



Slide 13 - Tekstslide

0

Slide 14 - Video

Slide 15 - Video

Om welke redenen laten mensen groepsportretten maken in de 17e eeuw?

Slide 16 - Open vraag

Slide 17 - Video

Welvaart en cultuur 

  • Behalve schilderkunst bloeiden ook andere kunsten, zoals literatuur en bouwkunst.
  • Dichters,als Jacob Cats en architecten, zoals Van Campen die het Paleis op de Dam ontwierp, werden grote namen!

Slide 18 - Tekstslide

Welke voorbeelden van Welvaart hebben we gezien?

Slide 19 - Woordweb


Atlas Major
1662




Door de Europese expansie nam de kennis over de wereld toe. 
De Amsterdamse Joan Blaeu brengt een grote hoeveelheid kaarten
en tekeningen uit, gebundeld in een serie boeken: de Atlas Major

Slide 20 - Tekstslide

0

Slide 21 - Video

0

Slide 22 - Video

Wat is denken?

Slide 23 - Open vraag

Calvinistische invloed
  • In de Republiek was meer vrijheid en tolerantie dan in andere landen.
  • Het calvinistische geloof van de gereformeerden was staatsgodsdienst.
  • De bestuurders van de Republiek vertelden de mensen niet hoe ze moesten leven of welke godsdienst ze moesten aanhangen.
  • Andere godsdiensten werden gedoogd: toegelaten. Het katholieke geloof was officieel verboden, maar katholieken mochten wel missen houden. 
  • Veel geleerden konden in de Republiek (meestal) schrijven wat ze wilden, zonder gevaar te lopen

Slide 24 - Tekstslide

Het nieuwe denken
  • Er zijn in de 17e eeuw nog veel meer wetenschappers die meer willen onderzoeken
  • De manier van denken onder wetenschappers is veranderd. Er wordt niet langer alleen op de bijbel en klassieke wetenschappers vertrouwd, de mensen willen zelf onderzoeken. Stellen kritische vragen, experimenten komen op.
  • Deze nieuwe manier van denken is de oorzaak van de wetenschappelijke revolutie

Slide 25 - Tekstslide

Opdracht: wetenschappelijke revolutie

  • Op het uitgedeelde blad zien jullie een aantal afbeeldingen. Probeer zelfstandig of in overleg met je buurman de juiste uitvinding aan de juiste afbeelding te koppelen. 
  • Maak daarna de vragen die erbij horen.
  • 8 minuten 

Slide 26 - Tekstslide

Antwoorden
1 = telescoop
2 = atlas
3 = de nachtwacht
4 = de wet van zwaartekracht
5 = buskruitmotor
6 = slingeruurwerk
7 = microscoop

Slide 27 - Tekstslide

De kerk tegenover de wetenschap
  • De kerk was toen niet zo blij met deze nieuwe manier van denken

  • In de kerk was men er lang vanuit gegaan dat de zon om de aarde draaide. Maar Galileo Galileï dacht dat het andersom was

  • De kerk verbood Galileo om dit te verkondigen, anders zou hij op de brandstapel terecht komen

Slide 28 - Tekstslide

Newton ontdekt de zwaartekracht
  • Isaac Newton zei dat grotere voorwerpen kleinere aantrekken. Een appel valt dus naar de aarde, omdat de aarde groter is dat de appel

  • De maan is ook kleiner dan de aarde, toch valt de maan niet naar benenden. Dit komt omdat de maan op een grote afstand staat en om de aarde heen draait

  • Newton beschrijft nog meer regels in de natuur zoals de zwaartekracht. Deze regels noemen we natuurwetten.

Slide 29 - Tekstslide

0

Slide 30 - Video

Wetenschap en toepassing
  • Rijke inwoners van de Republiek konden studeren aan universiteiten.
  • Wetenschappers delen kennis en de resultaten van hun onderzoeken.
  • Ontdekkingen werden praktisch toegepast en leidden tot nuttige uitvindingen. Regeringen steunden daarom de wetenschap.
  • Bekende Nederlandse wetenschappers waren Christiaan Huygens en Antoni v, Leeuwenhoek

Slide 31 - Tekstslide

In deze paragraaf leer je:
  • hoe de welvaart in Nederland leidde tot een bloeiende cultuur
  • hoe Europeanen hun kennis van de wereld gebruiken
  • welke religieuze vrijheid er was in Nederland
  • hoe wetenschap praktisch werd toegepast

Slide 32 - Tekstslide

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Slide 33 - Open vraag

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 34 - Open vraag

Slide 35 - Tekstslide