Hoofdstuk 9 Nectar laatste les

vandaag
Gezelligheid, lekkers én wat leren!

De vragen die je niet weet of verkeerd had, bekijk deze thuis nog even goed! 

1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

vandaag
Gezelligheid, lekkers én wat leren!

De vragen die je niet weet of verkeerd had, bekijk deze thuis nog even goed! 

Slide 1 - Tekstslide

Even praktisch
  1. Lokaal bij verlaten weer in 'oude' opstelling
  2. Je bordje/beker/eten etc. meenemen 
  3. Laptop goed afsluiten in de kar mét stekker!

Slide 2 - Tekstslide


A
in de vorm van glucose
B
in de vorm van glucagon
C
in de vorm van glycogeen
D
in de vorm van zetmeel

Slide 3 - Quizvraag


A
Geen van de uitspraken is juist
B
Alleen uitspraak 1 is juist
C
Alleen uitspraak 2 is juist
D
Beide uitspraken zijn juist

Slide 4 - Quizvraag

Wat wijst letter U aan? 

Slide 5 - Tekstslide


A
Urineleider
B
Urineblaas
C
Urinebuis
D
Plasbuis

Slide 6 - Quizvraag

In welke laag zitten de bloedvaatjes die je op onderstaande afbeelding ziet?

Slide 7 - Tekstslide


A
Kiemlaag
B
Hoornlaag
C
Lederhuid

Slide 8 - Quizvraag


A
Endeldarm
B
Lever
C
Galblaas
D
Nieren

Slide 9 - Quizvraag

Dina heeft CVID. Door deze ziekte maakt haar lichaam onvoldoende antistoffen.
Voordat de ziekte bij haar werd ontdekt, liep ze vaak infecties op. Regelmatig moest ze antibiotica gebruiken om deze infectieziekten te bestrijden. Inentingen leveren bij Dina geen goede immuniteit op. Daarom krijgt ze eenmaal per maand antistoffen uit donorbloed toegediend.

Hoe worden ziekten bestreden door het gebruik van antibiotica?
A
Door AB worden alleen bacteriën onschadelijk gemaakt
B
Door AB worden alleen virussen onschadelijk gemaakt
C
Virussen en bacteriën worden door AB onschadelijk gemaakt.
D
Door AB maakt het lichaam sneller antistoffen

Slide 10 - Quizvraag

Dina heeft CVID. Door deze ziekte maakt haar lichaam onvoldoende antistoffen.
Voordat de ziekte bij haar werd ontdekt, liep ze vaak infecties op. Regelmatig moest ze antibiotica gebruiken om deze infectieziekten te bestrijden. Inentingen leveren bij Dina geen goede immuniteit op. Daarom krijgt ze eenmaal per maand antistoffen uit donorbloed toegediend.

Is het toedienen van antistoffen aan Dina actieve immunisatie of is het passieve immunisatie?
A
Actief
B
Passief

Slide 11 - Quizvraag

Myxomatose is een virusziekte die bij konijnen voorkomt. Een besmet konijn raakt door de ziekte zo verzwakt dat er ook ontstekingen optreden die door bacteriën worden veroorzaakt.

Konijnen kunnen tegen myxomatose worden ingeënt met een vaccin. Dit vaccin bevat verzwakte ziekteverwekkers. Inenting daarmee is een vorm van immunisatie en levert na één week al een goede immuniteit op.

Hoe wordt deze vorm van immunisatie genoemd?
A
Actieve immuniteit
B
Passieve immuniteit

Slide 12 - Quizvraag

Welke afbeelding laat
een warme huid zien?
A
Links
B
Rechts

Slide 13 - Quizvraag

Deze jongen heeft albinisme.
Wat is er aan de hand?
A
Hij heeft (te)veel pigmentcellen en wordt dus niet bruin
B
Hij heeft geen tot nauwelijks pigmentcellen en dus geen bescherming tegen de zon

Slide 14 - Quizvraag


A
lichamelijk afhankelijk
B
geestelijk afhankelijk
C
sociaal afhankelijk

Slide 15 - Quizvraag


A
Verdovend
B
Stimulerend
C
Bewustzijn veranderend

Slide 16 - Quizvraag


A
nicotine
B
koolstofmonoxide
C
teer
D
COPD

Slide 17 - Quizvraag

Welke stof in sigaretten vergroot de kans op longkanker?
A
Nicotine
B
Koolstofmonoxide
C
Teer
D
COPD

Slide 18 - Quizvraag

Anne is nierpatiënt. Haar man Joris biedt zich als nierdonor voor Anne aan. De weefseltypen van beiden komen voldoende overeen. Anne heeft bloedgroep B en Joris heeft bloedgroep A. Gelet op de bloedgroepen is Joris geen geschikte donor voor Anne.

Wat is hiervoor de reden?
A
Het bloed van Anne bevat anti-A
B
Het bloed van Anne bevat anti-B
C
Het bloed van Anne bevat antigeen A
D
Het bloed van Anne bevat anti-B

Slide 19 - Quizvraag


A
witte bloedcellen maken antigenen
B
witte bloedcellen maken antistoffen
C
rode bloedcellen maken antigenen
D
rode bloedcellen maken antistoffen

Slide 20 - Quizvraag


A
Alleen de antigenen
B
Alleen de antistoffen
C
zowel de antigenen als de antistoffen

Slide 21 - Quizvraag

Oefenvragen:
Schrijf de link over / maak een foto / ...

https://biologiepagina.nl/2en3/Gezondheid/Oefenen.htm

Slide 22 - Tekstslide