- Future 2hv

1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Future tense / toekomende tijd

  • Present simple: The bus leaves at 4pm.
  • Present continuous: I'm leaving for Rome.
  • to be going to: She's going to move back home this summer.
  • will/shall + hele werkwoord: I wil live in Italy one day.



Slide 2 - Tekstslide

4 ways to use the Future tense
Present simple
fixed time 
(volgens rooster)
The bus leaves at 6.
Present continuous
dingen gaan zeker gebeuren
I'm leaving for Paris tomorrow.
to be going to
plan gemaakt, afspraak nog niet
We're going to watch 
a film this weekend.
will/shall
nog geen plan
je doet een voorstel
She'll become a lawyer once.
Shall I bring you a drink?

Slide 3 - Tekstslide

Present Simple
Tijden met een vast rooster: school, trein etc.

The train departs at 9 o'clock
The break ends in 15 minutes

Slide 4 - Tekstslide

To be going to + hele ww
  • er is een plan, maar nog geen afspraak
  •  voorspelling met bewijs

I am going to visit my uncle next week.
It isn't going to rain. Look at the blue sky!

Slide 5 - Tekstslide

Will / Shall + hele ww
  • Nog geen plan
  • Besluit, aanbod, belofte, aankondiging.      
  • Vraag/voorstel: Shall I / we     Will she / he   
I will clean my room this weekend, I promise!
I will go to the dentist.
Shall I pour you a drink?

Slide 6 - Tekstslide

Samengevat
Vier manieren om de toekomende tijd aan te geven:
  1. Present simple: volgens een (tijd)schema/rooster
  2. Present continuous: gaat zeker gebeuren, is geregeld.
  3. To be going to: plan of voorspelling met bewijs
  4. Will: belofte, besluit, aanbod of voorspelling zonder bewijs

Slide 7 - Tekstslide

fill in the future
I promise I _____ (call) you tonight
A
am going to call
B
will call
C
call

Slide 8 - Quizvraag

Those boxes look heavy, I _ (help) you carry them.

Slide 9 - Open vraag

Je hebt een feestje georganiseerd voor volgende week. Welke vorm van de future gebruik je?
A
We have a party next week.
B
We are having a party next week.
C
We will have a party next week.
D
We are going to have a party next week.

Slide 10 - Quizvraag

School __ (start) at 8 am so they'll need to get up early.

Slide 11 - Open vraag

Vul de juiste vorm van de future in:
Look at those clouds! It ....... (rain)
A
will rain
B
is going to rain
C
is raining
D
rains

Slide 12 - Quizvraag

___ we ___ (organise) a barbecue in the garden?

Slide 13 - Open vraag

We ___ (spend) our holiday in Spain next summer.

Slide 14 - Open vraag

future
The night club _____ (close) at six in the morning
A
is going to close
B
will close
C
closes

Slide 15 - Quizvraag

Janet ___ (not come) to our party. She's too busy.

Slide 16 - Open vraag

And now for something completely different

Slide 17 - Tekstslide