cross

Het immuunsysteem: hoe werkt het?

Het immuunsysteem 
Hoe werkt het? Straks volgen er vragen.... Wat weet jij dan? 
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo, mavoLeerjaar 1

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Introductie

Ons immuunsysteem. Dat had toch iets te maken met een legertje soldaten? Hoe werkt het ook alweer precies? Bekijk de uitleg en test je kennis in de quiz!

Onderdelen in deze les

Het immuunsysteem 
Hoe werkt het? Straks volgen er vragen.... Wat weet jij dan? 

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Hoe werkt je immuunsysteem precies? Bekijk het hieronder. Klik op de afbeeldingen om in te zoomen. 
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Hoe werkt je immuunsysteem precies? Bekijk het hieronder. Klik op de afbeeldingen om in te zoomen (vervolg). 
11
12
13
14
15
16
17
18
Alles goed begrepen? 
Je maakt zo een aantal vragen....

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide


Hoe kunnen indringers, zoals virussen, bacteriën en schimmels je lichaam binnenkomen?
A
Bijvoorbeeld via een wondje
B
Bijvoorbeeld via voedsel
C
Bijvoorbeeld via virusdeeltjes die je inademt
D
Antwoord A, B en C zijn goed.

Slide 7 - Quizvraag


Wat doen de cellen in je immuunsysteem
als ze indringers hebben gezien?
A
Ze slaan pijlsnel op de vlucht. Daarna wordt je vaak ziek. Je ligt in bed met bijvoorbeeld koorts.
B
Ze helpen het virus om bij alle cellen binnen te komen
C
Ze maken alle cellen heel erg groot
D
Ze slaan meteen alarm en maken antistoffen (antilichamen) aan. Die binden zich aan de indringers. Zo worden de indringers gedood.

Slide 8 - Quizvraag

Virussen en antilichamen
Ons belangrijkste wapen tegen virussen zijn antilichamen. Wanneer we besmet raken met een nieuw virus, maakt ons immuunsysteem allerlei soorten antilichamen aan. 
Het coronavirus heeft een zogeheten spike-eiwit.
 Dat is het gedeelte dat zich bindt aan een menselijke cel.
 Het helpt het virus de cellen binnen te dringen. 
Gelukkig zijn er cellen in ons lichaam die zo'n
besmette cel onschadelijk kunnen maken voordat die meer virussen loslaat. 

Slide 9 - Tekstslide

Het virus komt binnen: Dit gebeurt in het lichaam
- Het lichaam maakt  een 'dekseltje'  dat precies op de 
   uitsteekseltjes past van het virus.
   Het kost tijd om een goed passend dekseltje te maken 
   (in die tijd kun je je ziek voelen).
- Is er een passend dekseltje dan worden er heel veel gemaakt
   en wordt het leger ingezet om al die dekseltjes te plaatsen. 
- Als de dekseltjes op alle uitsteekseltjes van alle virusdeeltjes
   geplaatst zijn, is het virus onschadelijk gemaakt. Je bent beter!
- Het lichaam heeft geheugencellen die precies weten
   hoe de dekseltjes gemaakt moeten worden. Als hetzelfde virus
   binnenkomt, worden de dekseltjes snel gemaakt !  Je bent Immuun, je wordt niet ziek.

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video


Wat zie je op de afbeelding?
A
Een groep hooligans
B
Dat een nieuw virus zich snel kan verspreiden
C
Dat mensen, als er een nieuw virus is, allemaal al antistoffen hebben
D
Dat afstand houden onzin is om de verspreiding van het virus tegen te gaan

Slide 12 - Quizvraag


Wat is immuniteit?
A
Immuniteit is dat 1 persoon wel 100 anderen kan besmetten
B
Als je immuun bent dan word je heel ziek van een ziekteverwekker
C
Als je immuun bent dan kun je anderen heel erg besmetten met het virus
D
Als je immuun bent dan word je niet ziek van een ziekteverwekker

Slide 13 - Quizvraag


WAAR of NIET WAAR?
Je immuunsysteem zorgt ervoor dat je ziek wordt!
A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 14 - Quizvraag


Wat doet je immuunsysteem precies?
A
Het beschermt je tegen indringers, zoals virussen, bacteriën en schimmels
B
Het maakt je ziek
C
Het immuunsysteem bestaat uit virussen en bacteriën en schimmels
D
Het is een bacterie

Slide 15 - Quizvraag


WAAR of NIET WAAR? De cellen in je immuunsysteem zien meestal snel of er indringers aanwezig zijn!
A
Waar
B
Niet waar. Dat duurt meestal twee dagen
C
Niet waar. Dat duurt meestal een week
D
Niet waar. Dat kan wel een maand duren!

Slide 16 - Quizvraag


WAAR of NIET WAAR? Als je immuunsysteem aan het werk is, merk je daar vaak niets van!
A
Waar.
B
Niet waar. Je moet dan supervaak naar de wc!
C
Niet waar. Je moet dan erg vaak huilen.
D
Niet waar. Je krijgt bijvoorbeeld koorts of spierpijn, of hebt last van opgezwollen lymfeklieren.

Slide 17 - Quizvraag


Als er indringers in je lichaam komen waartegen je immuunsysteem al eerder heeft gevochten, merk je er vaak niet zoveel van!
A
Waar
B
Niet waar

Slide 18 - Quizvraag


WAAR of NIET WAAR? Het immuun-
systeem heeft een goed geheugen!
A
Waar
B
Niet waar

Slide 19 - Quizvraag


Leg uit wat antilichamen doen.

Slide 20 - Open vraag


Vertel hoe het coronavirus zich kan verspreiden

Slide 21 - Open vraag


Leg uit wat je kunt doen om te voorkomen dat je 
besmet wordt door corona

Slide 22 - Open vraag


Leg uit waarom het handig is dat ons
immuunsysteem zo'n goed geheugen heeft.

Slide 23 - Open vraag

De online NZ les
Ik leer online net zoveel als tijdens de gewone les
Ik leer online minder dan tijdens de gewone les
Ik leer online meer dan tijdens de gewone les

Slide 24 - Poll

docentmateriaal
NZ les week 1 februari 2021
Als het geluid of het beeld in de LessonUP-les niet werkt dan kunnen deze linkjes gebruikt worden:

Les: Vaccineren: waarom en hoe werkt het?
Wat is het coronavirus: https://youtu.be/FTA27Vu6l8U
Wat is een vaccin en hoe wordt het ontwikkeld? https://youtu.be/faDTrNe6Li0


Les: Het immuunsysteem hoe werkt het?
Wat doet het coronavirus in ons lichaam? : https://youtu.be/GCT-4sSutgw
Hoe verslaan wij het coronavirus? : https://youtu.be/tzMXl6bpeRQ
Groepsimmuniteit, Wat is dat? : https://youtu.be/OiRJpCuI4gM

Slide 25 - Tekstslide