Hoofdstuk 9 Criminaliteitsbeleid

Hoofdstuk 9.... maar eerst 
- Vervolg van de lessen maatschappijkunde
- Examen maatschappijkunde
-...............................
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 9.... maar eerst 
- Vervolg van de lessen maatschappijkunde
- Examen maatschappijkunde
-...............................

Slide 1 - Tekstslide

Hoofdstuk 9 criminaliteitsbeleid
-Wie maken het beleid?
-Wat voor soorten criminaliteitsbeleid zijn er?
-Hoe werkt preventie?

Slide 2 - Tekstslide

Er zijn verschillende overheidsorganen betrokken bij het bestrijden en voorkomen van criminaliteit

Slide 3 - Tekstslide

- Regering en parlement stellen beleid vast. Criminaliteit is onderwerp van politieke agenda. 


- OM en de Politie: Strafbare feiten opsporen. 

- Rechters:  Onafhankelijke rechtspraak. 

Slide 4 - Tekstslide

Gemeenteraad: mag bepaalde overtredingen strafbaar stellen. 


Burgermeester: Is verantwoordelijk voor openbare orde. 

Slide 5 - Tekstslide

Politiek
Linkse partijen

- Preventie maatregelen. 

-wijkagenten 

-banenplannen
Christelijke partijen

- belang van gezin & school. 

- Ouders moeten respect aanleren
Rechtste  partijen

- Repressieve aanpak= hard straffen. 

- meer bevoegdheden voor politie 

Slide 6 - Tekstslide

Beleid
Met beleid bedoelen we het geheel van ideeën of plannen om iets te bereiken. 

Je voert beleid wanneer je voor langere tijd aandacht geeft aan een probleem met als doel dit probleem te verminderen. 
Effectiviteit
Achteraf wordt gekeken of beleid wel echt heeft gewerkt. Daalt het aantal winkeldiefstallen niet, dan is het beleid voor winkeldiefstal niet effectief (en moet er ander beleid worden bedacht)
Wenselijkheid
Hierbij wordt er gekeken of mensen in de samenleving het wel eens zijn met het beleid. Niet iedereen vond de straf 'enkelband' passend. Dit zou geen echte straf zijn. 

Slide 7 - Tekstslide

Hoofdstuk 9.2 
Beleidsterreinen, 
Er zijn in Nederland verschillende beleidsterreinen. 

- Opsporingsbeleid               - Speciale beleidsterreinen
-Vervolgingsbeleid
- Gevangenisbeleid
-Jeugdbeleid 

Slide 8 - Tekstslide

Opsporingsbeleid
Prioriteiten: welke vorm van criminaliteit moet vooral worden aangepakt?

Welke middelen mag de politie inzetten tegen criminaliteit? Wapens etc

Welke wettelijke bevoegdheden heeft de politie? Preventief fouilleren. 

Slide 9 - Tekstslide

Vervolgingsbeleid
Manier waarop misdrijven moeten worden vervolgt? 

Voorbeeld: Zware criminele moeten zo snel mogelijk worden opgepakt = snelrecht. Iemand kan de zelfde dag nog voor de rechter verschijnen. 

Lik op stuk beleid. 

Slide 10 - Tekstslide

Gevangenisbeleid
Behandeling en opvang van de gevangen. 
- Moeten gevangen een cel met elkaar delen?

- Mag een Tbs'er wel of niet met proefverlof?

Slide 11 - Tekstslide

Jeugdbeleid 
Hoe pakken we jeugdcriminaliteit aan?

- Meer toezicht en controle?
- zinvolle straffen opleggen
- Adolescenten strafrecht 

Slide 12 - Tekstslide

"Door het lezen van een boek, en het schrijven van een verslag hierover, kunnen gevangenen in Italië vier dagen strafvermindering krijgen per boek. Met een maximum van 48 dagen (16 boeken) per jaar!"

In welk beleidterrein kunnen we dit terug vinden?
A
Vervolgingsbeleid
B
Opsporingsbeleid
C
Gevangenisbeleid
D
Jeugdbeleid

Slide 13 - Quizvraag

"Wanneer politie agenten bedreigd worden met een wapen (echt of nep) heeft een agent het recht om te schieten."

In welke beleidsterrein kunnen we dit terug vinden?
A
Vervolgingsbeleid
B
Opsporingsbeleid
C
Gevangenisbeleid
D
Jeugdbeleid

Slide 14 - Quizvraag

Speciale beleidisterreinen
Veelvoorkomende criminaliteit
Georganiseerde misdaad 
Terreurbestrijding


Vandalisme, winkeldiefstal, inbraak. 

Wordt vaak werk of leerstraf gegeven. 

Nemen vooral preventie maatregelen. 
vrouwenhandel, ontvoering, kinderporno, heling, fraude, drugshandel. 

Meer politie, gevangeniscellen, streng . zwaar straffen

Repressie
na aanslagen doet overheid meer aan terreurbestrijding. 


controle op vliegvelden, 

Er zijn verruiming van bevoegdheden ingesteld. 

Slide 15 - Tekstslide

Waar wordt de nadruk NIET gelegd op een repressieve aanpak?
A
Georganiseerde misdaad
B
Veelvoorkomende criminaliteit
C
Terreurbestrijding

Slide 16 - Quizvraag

9.3: Preventie 
Dus.......
zware criminaliteit = repressie/hard straffen

Veelvoorkomende criminaliteit: = preventie

Slide 17 - Tekstslide

Preventie vind op verschillende manieren plaats


Er bestaat preventie door de overheid

En preventie door bedrijven en burgers

Slide 18 - Tekstslide

Preventie door de overheid
1. Sociale controle

  • meer conducteurs op treinen en bussen.
  • Stadwachten
  • Bewakingscamera's

Slide 19 - Tekstslide

2. Verbeteren woonomgeving
  • Betere straatverlichting.
  • Sluiten trappenhuizen.
  • Voorzieningen voor jongeren.

Slide 20 - Tekstslide

3. Voorlichting 
Via tv, internetcampagnes en brochures geeft de overheid voorlichten over de gevolgen van drinken en bijv afsteken van illegaal vuurwerk. 

Slide 21 - Tekstslide

Preventie door bedrijven en burgers
  • Extra beveiliging
  • Camera's en diefstalpoortjes
  • Buurtbewoners die elkaar in de gaten houden

Slide 22 - Tekstslide