Goefenen voor de toets: Globalisering en Lage-lonen landen

Gevolgen: Globalisering en Lage-lonen landen

Learning objective

1 / 27
volgende
Slide 1: Slide
newEditorAKPrimary EducationAge 11-13

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Gevolgen: Globalisering en Lage-lonen landen

Learning objective

Leerdoelen

Aan het einde van de les kun je uitleggen wat globalisering inhoudt. Aan het einde van de les kun je de oorzaken en gevolgen van globalisering benoemen. Aan het einde van de les kun je de voordelen en nadelen van globalisering beschrijven. Aan het einde van de les kun je uitleggen wat lage-lonen landen zijn en waarom bedrijven hier fabrieken vestigen.

Wat weet je al over globalisering?

Wat is globalisering?

Proces van wereldwijde verbinding. Mensen, bedrijven en landen worden steeds meer met elkaar verbonden.

Wat is globalisering?

A

Toename van nationale grenzen

B

Verlies van lokale culturen

C

Proces van wereldwijde verbinding

D

Afname van internationale handel

Wie worden steeds meer met elkaar verbonden?

A

Slechts overheden

B

Alleen bedrijven

C

Enkel lokale gemeenschappen

D

Mensen, bedrijven en landen

Wat gebeurt er door globalisering?

A

Verbinding tussen verschillende culturen

B

Afname van technologie

C

Vermindering van communicatie

D

Isolatie van landen

Oorzaken van globalisering

Betere communicatie. Verbeterde transportmogelijkheden. Makkelijker handelen tussen landen.

Wat is een oorzaak van globalisering?

A

Minder internationale samenwerking

B

Verbeterde transportmogelijkheden

C

Betere communicatie

D

Hogere belastingen

Hoe heeft communicatie globalisering beïnvloed?

A

Makkelijker contact met buitenland

B

Versneld informatie-uitwisseling

C

Beperkte toegang tot informatie

D

Vertraagde communicatieprocessen

Wat bevordert handel tussen landen?

A

Verbeterde transportmogelijkheden

B

Beperkte vervoersopties

C

Moeilijkere grenscontroles

D

Eenvoudigere handelsverdragen

Voordelen van globalisering

Grotere productkeuze. Lagere prijzen voor consumenten. Verhoogde betrokkenheid tussen landen.

Wat is een voordeel van globalisering?

A

Grotere productkeuze

B

Hogere prijzen voor consumenten

C

Minder betrokkenheid tussen landen

D

Beperkte toegang tot producten

Hoe beïnvloedt globalisering de prijzen?

A

Minder concurrentie op de markt

B

Lagere prijzen voor consumenten

C

Verhoogde belasting op import

D

Hogere prijzen voor bedrijven

Wat bevordert globalisering tussen landen?

A

Verhoogde betrokkenheid tussen landen

B

Isolatie van economieën

C

Beperking van culturele uitwisseling

D

Verminderde handelsbetrekkingen

Nadelen van globalisering

Oneerlijke welvaartsverdeling. Milieuproblemen door vervuiling. Schade aan lokale economieën.

Wat is een nadeel van globalisering?

A

Meer economische groei

B

Oneerlijke welvaartsverdeling

C

Verbeterde internationale samenwerking

D

Toegenomen werkgelegenheid

Welke milieuprobleem ontstaat door globalisering?

A

Verbetering van de luchtkwaliteit

B

Afname van de biodiversiteit

C

Vervuiling

D

Verhoogde voedselproductie

Wat is een gevolg voor lokale economieën?

A

Grotere samenwerking tussen bedrijven

B

Stijgende lokale inkomens

C

Schade aan lokale economieën

D

Toename van lokale productie

Wat zijn lage-lonen landen?

Land waar lonen laag zijn. Bedrijven vestigen zich hier om kosten te besparen. Vaak slechte werkomstandigheden.

Wat zijn lage-lonen landen?

A

Land waar lonen laag zijn.

B

Land met veel werkgelegenheid.

C

Land met hoge lonen.

D

Land met hoge welvaart.

Waarom vestigen bedrijven zich in lage-lonen landen?

A

Voor betere werkomstandigheden.

B

Voor hogere lonen.

C

Voor meer innovatie.

D

Om kosten te besparen.

Wat is vaak een probleem in lage-lonen landen?

A

Goede sociale voorzieningen.

B

Hoge levensstandaard.

C

Voldoende werkveiligheid.

D

Slechte werkomstandigheden.

Definitielijst

Globalisering: Het proces waarbij mensen, bedrijven en landen wereldwijd steeds meer met elkaar verbonden raken. Lage-lonen landen: Landen waar de lonen laag zijn en bedrijven vaak fabrieken vestigen om kosten te besparen. Werkomstandigheden: De omstandigheden waaronder mensen werken, zoals veiligheid, werktijden en lonen. Milieuproblemen: Problemen die ontstaan door schade aan het milieu, vaak door vervuiling en overmatig gebruik van hulpbronnen.

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.