5.3 Nieuws en 5.4 Invloed van media




5.3 Nieuws
5.3 NIEUWS
1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 3,4

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

Onderdelen in deze les




5.3 Nieuws
5.3 NIEUWS

Slide 1 - Tekstslide

5.3 Nieuws

5.3 Leerdoel: 
Aan het eind van deze les kun je herkennen en uitleggen wat nieuws is, en op welke manier nieuws wordt geselecteerd

Slide 2 - Tekstslide

Wanneer is iets nieuws?

Slide 3 - Tekstslide

  1. Actuele gebeurtenis
  2. Bijzondere gebeurtenis
  3. Belangrijke of bekende personen
  4. Dichtbij of veraf?
  5. Interessant
  6. Belangrijk voor de samenleving? 

Slide 4 - Tekstslide

Wanneer is iets nieuws?
  • Actueel 
  • Bijzonder
  • Interessant 
  • Bekende personen 

Slide 5 - Tekstslide




1. Actuele gebeurtenis 


Een actuele gebeurtenis is een gebeurtenis dat kort geleden heeft plaatsgevonden. 




Slide 6 - Tekstslide





2. Bijzondere gebeurtenis 


Als iets niet vaak voortkomt of het is uitzonderlijk dan wordt dat een bijzondere gebeurtenis genoemd. 

Slide 7 - Tekstslide





3. Belangrijke of bekende personen 



Als een bekend persoon of belangrijk persoon iets meemaakt dan wordt dat vaak in de media uitgezonden. 

Slide 8 - Tekstslide





4. Dichtbij of veraf 


Journalisten kijken ook of het dichtbij of veraf is. Dus, vinden de mensen het hier interessant? 

Slide 9 - Tekstslide





5. Interessant 



Er wordt ook gekeken of het voor een bepaalde (doel)groep interessant is. 

Slide 10 - Tekstslide




6. Belangrijk voor de samenleving 


Als het gevolgen heeft voor de samenleving of het heeft te maken met de samenleving schrijven journalisten hierover. 

Slide 11 - Tekstslide

Gebruik redenen uit het boek.

Leg in eigen woorden uit waarom waarom journalisten ervoor hebben gekozen om dit nieuwsartikel te schrijven.
Nieuwsartikel
https://www.ad.nl/show/bilal-wahib-schuift-toch-niet-aan-bij-beau-wens-slachtoffer-belangrijkst~a6cc76d4/

Slide 12 - Open vraag

Gebruik redenen uit het boek.

Leg in eigen woorden uit waarom waarom journalisten ervoor hebben gekozen om dit nieuwsartikel te schrijven.
Nieuwsartikel
https://www.nu.nl/formule-1/6124073/verstappen-over-favorietenrol-zal-in-ieder-geval-geen-laatste-worden.html

Slide 13 - Open vraag

Video
Focus op de maatschappij:
Nieuws, nieuwsgaring en beeldvorming
KIJK ZELF NA DE LES!

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

                  Waar komt nieuws vandaan?

  • Journalisten gaan zelf op zoek 
  • Berichten van personen of organisaties
  • Persbureaus ( bedrijven waar journalisten nieuws uit binnen en buitenland verzamelen)

Slide 16 - Tekstslide

Nepnieuws
"Nieuws dat niet op waarheid is berust"

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

Slide 19 - Tekstslide

PO Feit of fictie
6. Leg uit of de informatie uit de nieuwsbronnen betrouwbaar is en geef twee argumenten (Waar komt de informatie vandaan? (persbureaus/ eigen onderzoek van de krant/website / berichten van personen of bedrijven/universiteiten/onderzoeksbureaus)

7. Leg uit in hoeverre het om feiten en/of meningen gaat.
8. Leg uit in hoeverre de feiten controleerbaar zijn.
9. Is er hoor en wederhoor toegepast? Leg uit.

Slide 20 - Tekstslide

Wat is nepnieuws?
A
Nieuws dat niet actueel is
B
Nieuws dat niet bijzonder is
C
Nieuws dat wordt verzonnen
D
Nieuws die je mening beïnvloed

Slide 21 - Quizvraag

Waar zouden journalisten hun informatie NIET vandaan halen?
A
Zij zoeken zelf naar nieuws (interviews, tips, politieberichten, social media enzovoort)
B
Persbureaus (bedrijven waar journalisten nieuws verzamelen)
C
Zij verzinnen zelf iets en publiceren dit direct op internet of in de krant
D
Personen en organisaties (tweets, tv uitzendingen)

Slide 22 - Quizvraag




5.4 Invloed van de media
5.4 Invloed van de media

Slide 23 - Tekstslide

5.3 Nieuws

5.4 Leerdoel:
Aan het einde van de les weet je wat vrijheid van meningsuiting is, welke functies media heeft en hoe media invloed heeft op je beeld van iets

Slide 24 - Tekstslide

Vrijheid van meningsuiting
Journalisten zijn onafhankelijk en hebben PERSVRIJHEID (= journalisten mogen ongehinderd berichten publiceren). 

Persvrijheid is onderdeel van vrijheid van meningsuiting. 
PERS

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Video

Niet in de hele wereld...

In sommige landen is het voor journalisten moeilijk om hun werk te doen. 

Zij hebben te maken met censuur (= expres weglaten of veranderen van informatie).


Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Video

Beeldvorming

Het vormen van een beeld van iets, iemand of een situatie
(invloed van de media is groot)

Feiten en Meningen

Slide 31 - Tekstslide

Objectief of subjectief

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Objectief is?
A
Hoe is werkelijk is (gebeurd)
B
Een mening
C
Een feit
D
Hoe iemand ergens over denk.t

Slide 34 - Quizvraag

Het is vandaag koud
A
objectief
B
subjectief

Slide 35 - Quizvraag

Feiten zijn...
A
objectief
B
subjectief

Slide 36 - Quizvraag

De avondklok is te streng
A
Subjectief
B
Objectief

Slide 37 - Quizvraag

De toets was lastiger dan ik had verwacht.

A
Objectief
B
Subjectief

Slide 38 - Quizvraag

Beeldvorming wordt niet alleen bepaald door de media, maar ook door jezelf.
Dat noem je selectieve waarneming.

Hoeveel leeuwenkoppen zie jij?

Slide 39 - Tekstslide


Selectieve waarneming

Je kiest zelf wat je wilt zien en wilt horen

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Tekstslide

Functies van de media

Slide 42 - Tekstslide

Functies van de media
1. INFORMATIEVE  functie: er is vrije informatie zodat we op de hoogte blijven van wat er speelt in Nederland. 

2. CONTROLE- of WAAKHONDfunctie: de media houdt politici in de gaten. Ze kijken of zij hun werk goed doen.

3. SOCIALISERENDE  functie: media heeft invloed op jouw normen en waarden. Het kan ons daarnaast ook verbinden. 

Slide 43 - Tekstslide

Deadline!
Inleveren PO:
Nog hulp nodig?!
Deadline is vandaag!
Inleveren via: r.kallenberg@maurickcollege.nl / peppels

Slide 44 - Tekstslide

Als ik een wedstrijd van het Nederlands elftal op televisie kijk voel ik me echt een ''Nederlander''
A
Dit hoort bij de informatieve functie
B
Dit hoort bij de controle- waakhondfunctie
C
Dit hoort bij de socialiserende functie

Slide 45 - Quizvraag

Het is goed dat de media onderzoekt of er fouten zijn gemaakt! Bijvoorbeeld de toeslagenaffaire.
A
Dit hoort bij de informatieve functie
B
Dit hoort bij de controle- waakhondfunctie
C
Dit hoort bij de socialiserende functie

Slide 46 - Quizvraag

Het is fijn dat het politieke debat werd uitgezonden. Nu weet ik de standpunten van alle partijen en kan ik een verstandig besluit nemen bij het stemmen.
A
Dit hoort bij de informatieve functie
B
Dit hoort bij de controle- waakhondfunctie
C
Dit hoort bij de socialiserende functie

Slide 47 - Quizvraag